In het kader van artikel 22 van het Participatiedecreet van 18 januari 2008 ontvangt de Stad Gent sinds 2009 een jaarlijkse subsidie voor de bevordering van de vrijetijdsparticipatie van mensen in armoede. Conform het Participatiedecreet werd in de schoot van een lokaal Netwerk Vrijetijdsparticipatie een Afsprakennota Vrijetijdsparticipatie Mensen in Armoede opgesteld. Een eerste keer gebeurde dit voor de periode 2009-2013, een tweede keer voor de periode 2014-2019. De Afsprakennota 2014-2019 werd goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 23 september 2013 en aanvaard door de Vlaamse Regering (e-mail van 23/12/2013 'Aanvaarding Afsprakennota vrijetijdsparticipatie 2014-2019' in bijlage). Het jaarlijkse trekkingsrecht werd vastgelegd op 169.175 euro (niet-geïndexeerd bedrag).
Een van de belangrijkste acties was de invoering in 2009 van het "Reglement 80/20 betreffende de betoelaging van organisaties voor de vrijetijdsparticipatie van mensen in armoede". Het reglement onderging verschillende wijzigingen, ondermeer om het beter af te stemmen op de UiTPAS, die vanaf 2014 het belangrijkste kortingssysteem is in Gent. De UiTPAS geeft mensen in armoede gelijke toegang tot een breed aanbod met hoge korting en geniet daarom als kortingssysteem de voorkeur. Naast de individuele UiTPAS met kortingstarief werd vanaf maart 2015 het systeem 'UiTPAS met kortingstarief voor sociale organisaties' in gebruik genomen, met nog steeds groeiend succes.
Enerzijds stellen wij vast dat het aanbod binnen UiTPAS stelselmatig uitbreidt, waardoor dit niet meer in aanmerking komt voor subsidiëring via het reglement 80/20. Anderzijds zien we dat UiTPAS op dit ogenblik nog niet alle kosten kan opvangen die gepaard gaan met de vrijetijdsparticipatie van mensen in armoede en dat een complementair systeem de komende jaren nodig blijft. Belangrijk en populair aanbod ontbreekt vooralsnog binnen UiTPAS zoals bijvoorbeeld Kinepolis en fitness. Daarnaast begrijpen we vanuit de signalen van de sociale organisaties van en voor mensen in armoede dat, met aandacht voor de meest kwetsbare groepen, ook andere dan de financiële drempels moeten worden aangepakt, zoals kosten voor deelname aan aanbod buiten Gent en aanbod dat (nog) niet is opgenomen in UiTPAS, kosten voor materiaal en kledij nodig voor deelname, kosten voor vervoer, vestiaire, gidsbeurten en audiogidsen, beleiding en omkadering van groepen en vrijetijdswerking binnen de sociale organisaties. Bovendien signaleren zowel de gebruikers als de Cultuurdienst dat het reglement 80/20 weinig transparant en niet gebruiksvriendelijk is en nog steeds een te grote administratieve belasting met zich meebrengt.
Om bovenstaande redenen en in overleg met het Netwerk Vrijetijdsparticipatie en de sociale organisaties van en voor mensen in armoede, werd besloten om vanaf 2017 het reglement 80/20 niet verder te zetten, omdat dit te weinig tegemoet komt aan de drempels en noden die de organisaties ondervinden. Omdat de ondersteuning van de vrijetijdsparticipatie van mensen in armoede en hun sociale organisaties via UiTPAS voorlopig nog niet alles kan opvangen, blijft een complementair systeem als vangnet noodzakelijk voor de komende jaren. Daarom wordt het reglement 80/20 vervangen door een nieuw subsidiereglement voor de vrijetijdsparticipatie van mensen in armoede via de sociale organisaties, dat beter tegemoet komt aan de huidige noden, transparant en gebruiksvriendelijk is.
Heden wordt voorgesteld om een nieuw 'subsidiereglement voor de ondersteuning van de vrijetijdsparticipatie van mensen in armoede binnen sociale organisaties voor de periode 2017-2019' goed te keuren, ter vervanging van het 'Reglement 80/20 voor erkenning en subsidïëring van organisaties voor de vrijetijdsparticipatie van mensen in armoede' dat eind 2016 en zoals voorzien definitief wordt stopgezet. Dit kadert in de uitvoering van de Afsprakennota Vrijetijdsparticipatie 2014-2019 en de afstemming van de bestaande kortingssytemen op de UiTPAS Gent, en vanuit de bekommernis om op elk moment een breed en divers vrijetijdsaanbod met hoge kortingen voor mensen in armoede te kunnen garanderen.
Het nieuwe reglement steunt op vertrouwen in en responsabilisering van sociale organisaties die mensen in armoede het beste kennen en kunnen bereiken. Het nieuwe reglement komt beter tegemoet aan hun noden en signalen om een breder gamma aan financiële, materiële, inhoudelijke en sociale drempels op te vangen, met oog voor de meest kwetsbare groepen mensen in armoede. De sociale organisaties moet garanderen dat de subsidies toekomen aan de doelgroepen die dit het meest nodig hebben en voor het lenigen van de meest urgente drempels. Ook is het noodzakelijk om door de stopzetting van het reglement 80/20 geen lacune te creëren in de ondersteuning via sociale organisaties van de bestaande vrijetijdsparticipatie van vooral kinderen en jongeren. Verder wordt een administratieve vereenvoudiging doorgevoerd ten opzichte van het reglement 80/20, zowel met betrekking tot het aanvragen van subsidie als de financiële en inhoudelijke rapportage. Het nieuwe reglement beantwoordt aan de bepalingen van het Participatiedecreet en de richtlijnen van de Vlaamse administratie met betrekking tot de besteding van het trekkingsrecht voor het lokale netwerk vrijetijdsparticipatie mensen in armoede (zie bijlage 'toelichting bij verantwoordingsnota lokale netwerken 2015').
Het reglement wordt jaarlijks met de gebruikers geëvalueerd en de complementariteit aan UiTPAS wordt regelmatig gemonitord. Na evaluatie ten laatste in 2019 moet blijken of er nog een complementair ondersteuningssysteem naast UiTPAS nodig blijft en of dit reglement al dan niet in gewijzigde vorm moet worden gecontinueerd vanaf 2020.
De Cultuurdienst is belast met het toezicht op de uitvoering van dit reglement en zal de subsidiëring van organisaties ter goedkeuring voorleggen aan het college van burgemeester en schepenen. Het ontwerp van nieuw "Subsidiereglement voor de ondersteuning van de vrijetijdsparticipatie van mensen in armoede binnen sociale organisaties voor periode 2017-2019" wordt tevens voor advies voorgelegd aan de Cultuurraad op grond van het Decreet van 6 juli 2012 betreffende het Lokaal Cultuurbeleid, art. 55.
Aan het college van burgemeester en schepenen zal jaarlijks vooraf aan de toekenning van de subsidies worden gevraagd om het te besteden bedrag binnen dit reglement vast te leggen.