In februari 2014 deed ik reeds navraag op welke manier de rechtmatige eigenaars konden achterhaald worden van de kunstwerken die het MSK in haar bezit heeft en wat hiervoor de procedure was. Een oproep mocht iemand meer informatie hebben was eveneens te zien op de nieuwsuitzending van AVS op 22 februari.
Het ging over twee dossiers, het ene dossier gaat over twee kunstwerken (Zittende naakten en Naakt met sleep) van de kunstenaar Fritz Vandenberghe, in bruikleen gegeven voor een tentoonstelling in het Museum voor Schone Kunsten die door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog nooit heeft plaatsgevonden. De eigenaar, dhr. Emile Henri David of zijn rechtmatige erfgenamen waren tot op het moment van de vraagstelling in 2014 nog niet teug gevonden.
Het andere dossier gaat over vier kunstwerken die na de oorlog door de Belgische staat uit Duitsland werden gerecupereerd. Het gaat om De kruisdraging van de Monogrammist DR, Landschap met boerderij van Pieter de Bloot, Sint-Joriskermis van Gillis I Mostaert en Dorpsadvocaat van Pieter II Breughel.
In beide dossiers werd samengewerkt met de commissie Shadeloosstelling en leden van de Joodse Gemeenschap, de commissie Buysse. De gangbare procedure wordt sowieso gevolgd via justitiële weg en via gespecialiseerde externe onderzoekers.
Er waren in 2014 enkele pistes gevonden die mogelijks zouden kunnen leiden tot de rechtmatige eigenaars van de werken van kunstenaar Fritz Vandenberghe. Wat is momenteel de stand van zaken in dit dossier?
Voor het andere dossier dat gaat over vier werken, in bruikleen gegeven door de Belgische Staat, werd door de studiecommissie geen Joodse herkomst vastgesteld. Is daar ondertussen ook in verder gezocht en is over dit dossier al meer nieuws gekend?
Dank u wel voor deze vraag ik weet dat u deze problematiek nauw opvolgt. De restitutie van kunstwerken die op één of andere manier door het uitbreken van de oorlog niet meer in het bezit van de rechtmatige eigenaars zijn, is en blijft een belangrijke problematiek die we met zorg en aandacht moeten blijven volgen.Uw vraag gaat, zoals u zelf zegt over twee dossiers die losstaan van elkaar. Sta me toe om ze 1 voor 1 toe te lichten.
Deze werken zijn eerder ‘per abuis’ in het MSK terecht gekomen. In 1940 werden beide schilderijen (Naakt met sleep en Twee zittende naakten) geëxposeerd in Antwerpen. Na afsluiten van de tentoonstelling – op dat moment was de oorlog al uitgebroken – werden ze verkeerdelijk naar het MSK gestuurd. Het museum heeft op geen enkel moment de eigendom over deze werken geclaimd, en heeft in de loop der jaren herhaaldelijk vergeefs geprobeerd om de eigenaar te contacteren.
De toenmalige eigenaar van deze werken is gekend. Op de rugzijde van de werken staan de gegevens vermeld (M. David, 20 Av. Jacques Sermon, Bruxelles).
Het Museum voor Schone Kunsten Gent nam het initiatief om samen met de ‘Cel recuperatie geroofde goederen tijdens de tweede wereldoorlog in België’ van de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie een onderzoek in te stellen naar de rechtmatige erfgenamen van de twee schilderijen van Frits Van den Berghe. Dit onderzoek loopt nog steeds, zorgvuldig en in alle sereniteit. De conclusies van dit onderzoek kunnen verwacht worden ten vroegst eind dit jaar.
Het ligt in de hoop en de verwachting van het Museum voor Schone Kunsten Gent dat de rechtmatige eigenaars via dit bijkomend onderzoek terug gevonden worden en dat een eventuele restitutie kan plaatsvinden.
Naast de twee Van den Berghes die verkeerdelijk naar het museum gestuurd werden in 1940, maakte de Commissie Buysse melding van vier schilderijen die na de Tweede Wereldoorlog door de – toenmalige Belgische – ‘Dienst Economische Recuperatie’ werden toevertrouwd aan het Museum voor Schone Kunsten Gent. Het betreft:
- Pieter de Bloot, Landschap met boerderij
- Monogrammist DR, Kruisdraging
- Gillis I Mostaert, Sint-Joriskermis
- Pieter II Brueghel, De dorpsadvocaat
De schilderijen van Pieter de Bloot, de Monogrammist DR en Gillis I Mostaert werden door de Commissie Buysse in het eindverslag aangeduid met de vermelding ‘sluitende herkomst’, wat betekent dat er geen aanleiding of indicatie werd gevonden om de kunstwerken als ‘roofkunst’ (geroofd of gestolen) te beschouwen.
De dorpsadvocaat van Pieter II Brueghel echter kreeg deze vermelding niet. Er werd door de Commissie Buysse aanbevolen verder onderzoek te doen, gezien de herkomst van het kunstwerk niet sluitend is en mogelijk in aanmerking kan komen voor restitutie aan een eventueel rechtmatige eigenaar.
Nadat het onderzoek over de schilderijen van Frits Van den Berghe afgerond is, kan er in een volgende fase onderzoek verricht worden naar het aangehaalde schilderij van Pieter II Brueghel. Ook dit onderzoek zal gebeuren in nauwe samenwerking met de betrokken overheden.
Samengevat:
Tijdens de oorlogsjaren ’40 – ’45 zijn er een aantal werken in het Museum voor Schone Kunsten Gent terecht gekomen. Het museum heeft nooit enig eigenaarschap geclaimd, maar wel de optimale bewaring gegarandeerd. Het museum hoopt net als ik de rechtmatige eigenaars van deze werken te kunnen traceren om zo tot restitutie over te kunnen gaan. Wat de Frits Van den Berghes betreft, hebben we er goede hoop op dat dankzij de inspanningen van de bevoegde cel van de FOD Economie een doorbraak in het dossier dichterbij komt. Maar in het belang van het onderzoek is het niet gepast daar op dit moment verdere uitspraken over te doen.
do 13/04/2017 - 14:04