Terug
Gepubliceerd op 28/01/2021

2017_MV_00025 - Mondelinge vraag van raadslid Bram Van Braeckevelt: hervorming PWA

Commissie Welzijn, Werk en Milieu
di 17/01/2017 - 19:00 Gemeenteraadszaal
Datum beslissing: di 17/01/2017 - 21:09
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig

Greet Riebbels, Jef Van Pee, Gabi De Boever, Sami Souguir, Elke Sleurs, Bram Van Braeckevelt, Sven Taeldeman, Sara Matthieu, Mehmet Sadik Karanfil, Astrid De Bruycker, Karlijn Deene, Stephanie D'Hose, Mieke Bouve, Robin De Wulf, Sandra Van Renterghem, Cengiz Cetinkaya

Afwezig

Guy Reynebeau, Ilknur Cengiz, Zeneb Bensafia, Siegfried Bracke, Camille Daman, Johan Deckmyn, Wis Versyp, Dirk Holemans, Caroline Van Peteghem, Karin Temmerman, Bruno Matthys, Paul Goossens, Geert Versnick, Anne Schiettekatte, Ömer Faruk Demircioglu

Voorzitter

Jef Van Pee
2017_MV_00025 - Mondelinge vraag van raadslid Bram Van Braeckevelt: hervorming PWA 2017_MV_00025 - Mondelinge vraag van raadslid Bram Van Braeckevelt: hervorming PWA

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

De hervorming van het PWA stelsel is al langer een actueel thema, sinds de staatshervorming en de plannen van de Vlaamse regering.

In Gent is de meerwaarde van een actief plaatselijk tewerkstellingsagentschap duidelijk en kunnen heel wat mensen in een precaire situatie enerzijds een centje bijverdienen, anderzijds een maatschappelijk relevant engagement opnemen.

Na acties van de vakbonden zijn de plannen van de bevoegde minister weliswaar aangepast en is er een beter toekomstperspectief voor wie vandaag binnen het PWA-statuut aan de slag kan. Terecht, want we weten dat er ook in de toekomst mensen in een precaire arbeidssituatie zullen zijn, die blijvend ver van de arbeidsmarkt staan en voor wie integratie in het zogeheten normaal economisch perspectief eerder een drempel tot tewerkstelling is dan wel een oplossing.

Vanzelfsprekend zijn er verschillende initiatieven, maar onder de bovenlokale druk van onrealistische doorstroming naar het normaal economisch circuit, vermarkting en vertendering lijkt het stilaan niet meer evident om vanuit een lokaal bestuur mee te werken aan een sterk aanbod en omkadering voor wie verder van de arbeidsmarkt staat.

Indiener(s)

Bram Van Braeckevelt

Gericht aan

Rudy Coddens

Tijdstip van indienen

do 12/01/2017 - 10:12

Toelichting

 

Welke noden ziet de schepen de volgende jaren in Gent om toeleiding, opleiding en het aanbod voor precaire doelgroepen op peil te houden en/of te versterken?

 

Wat is de rol van het lokale niveau in deze?

 

In welke mate kan ook het middenveld hier een rol in spelen, participeren en een rol in opnemen? In het bijzonder de (vertegenwoordigers van) mensen in armoede?

 

Bespreking

Antwoord

Voor ik in ga op uw specifieke vragen wil ik benadrukken dat ik uw bezorgdheid deel, en deze al meermaals heb aangekaart bij Vlaanderen, dat bevoegd is voor Werk en Activering, en dus de beschikbare middelenstroom controleert.

Ik doe dat overigens niet alleen als OCMW-voorzitter en schepen van deze stad, maar ook als voorzitter van de OCMW-afdeling binnen de VVSG, die namens de steden en gemeenten bij die Vlaamse overheid onderhandelt.

Soms werkt die lobby, zoals bij de hervorming van artikel 60 tot tijdelijke werkervaring: de regie- en actor rol betreffende de activering van leefloners zijn duidelijk bij de OCMW’s gebleven. Bovendien blijft artikel 60 een maatregel die inzet op de combinatie van competentieversterking, reële tewerkstelling én sociale rechtenopbouw. Op die combinatie hebben wij als Stad en OCMW Gent altijd sterk gehamerd. Dat zullen we blijven doen.

Ook op het vlak van het PWA hebben we samen met de VVSG, de vakbonden en de Stad Antwerpen een stevige lobby opgezet. En ook die rendeert, want de Vlaamse Regering, die het PWA oorspronkelijk wou afschaffen, heeft die doelstelling ondertussen gereduceerd tot een ‘grondige hervorming’, en een doorstart in wijkwerken.

Toch heb ik het gevoel dat Vlaanderen de band met de meest kwetsbare werkzoekenden steeds meer lost. De systemen, die hen voorheen min of meer omkaderden, worden zo op losse schroeven gezet, dat er voor deze mensen almaar minder alternatieven zijn.

Vlaanderen kiest voor werkervaringsinstrumenten met het oog op snelle doorstroom naar het NEC (Normaal Economisch Circuit). Dat is een terechte keuze. Want ook ik vind dat je mensen niet in arbeid vervangende statuten moet laten ‘hangen’, en mensen moet helpen door te stromen als dat realistisch is.

Waar ik bezorgd over ben is dat die doelstelling op onrealistische wijze wordt ‘opgelegd’ aan kwetsbare, veelal laaggeschoolde werkzoekenden. Want niet alleen zijn er voor deze mensen weinig vacatures, als ze eenmaal klaar ZIJN voor het NEC, worden ze vaak verdrongen door sterkere profielen.

Bovendien merk je dat mensen in hun traject geen sociale rechten meer opbouwen, en almaar minder vergoed worden voor prestaties die ze bovenop hun uitkering presteren. Die tellen overigens niet meer mee om de degressiviteit van de uitkering te stoppen. Men werkt dus, en gaat er financieel op achteruit!

Vlaanderen bespaart op tewerkstellingsmaatregelen die ze naar eigen zeggen te duur vindt. Maar de factuur daarvan zal finaal worden betaald door deze mensen zelf, die vaak nu al arm zijn: geen loonopbouw, geen pensioenopbouw, en almaar minder vergoeding voor prestaties bovenop de uitkering!

Daardoor dreigt een groeiende groep, die economisch niet of moeilijk mee kan, en dat in de economie van morgen nog minder zal kunnen, tussen tafel en stoel te vallen. En vooral te blijven hangen in de begeleiding die net het omgekeerde tot doel heeft.

De noden blijven dus bijzonder hoog. Van de circa 14.500 werkzoekenden behoort ruim twee derde tot één of meerdere kansengroepen.

Bij de meest precaire groepen zien we bovendien een stijgende problematiek van digibetisme, gebrekkige taalbeheersing, mobiliteitshandicaps, onvoldoende scholing, onvoldoende werkervaring, gebrekkige zelfredzaamheid en wantrouwen tegenover de samenleving en haar instellingen.

We moeten ook op deze precaire mensen blijven inzetten. En moeten Vlaanderen ertoe aanzetten om middelen op maat te blijven voorzien, mét aandacht voor het gegeven dat de brug naar werk echt niet zomaar voor iedereen evident is, en dat sociale rechten er voor iedereen moeten zijn.

Tegelijk moeten we in deze storm van hervormingsdrift onze lokale inspanningen aanhouden, onze accenten blijven leggen, en elke opportuniteit blijven aangrijpen om het aanbod voor kwetsbare doelgroepen te versterken, inzonderheid ook in de sociale economie.

Ik denk aan de werkpunten die we sinds deze legislatuur vanuit het lokale beleid voorzien, aan de uitbouw van ons Dienstenbedrijf en ons beleid ter versterking van de sociale economie, aan werkingen voor kwetsbare groepen als take off, de emancipatorische werking binnen het OCMW.

Allemaal zijn dat werkingen waarmee we deze mensen op maat trachten te bereiken, en op maat werkinvulling geven.

Maar ik denk ook aan de noodzaak om de competenties van mensen af te stemmen op de economie van de toekomst, aan de ‘skills-agenda’ die we vanuit Gent Stad in Werking geprononceerd willen lanceren, als lokale invulling van een Europese beleidsdoelstelling.

Die skills agenda moet de transitie naar een nieuwe economie en naar een nieuwe arbeidsmarkt helpen maken. Maar tegelijk moet ze erop gericht zijn om de groeiende competentiekloof te dichten, en precaire groepen ook in de economie van de toekomst kansen te geven, niet in het minst in de sociale economie die we mee moeten helpen die economische transitie te maken.

Als Stad doen we dat nu al met een project als ‘Sociaal Gemaakt’, door designers met sociale economiebedrijven te verbinden en zo nieuwe producten te ontwikkelen, die door sociale economie ‘sociaal gemaakt’ kunnen worden.

Het is jammer dat Vlaanderen niet meer uitkomst ziet in die sociale economie, en (ondanks een beperkte groei voor 2017) niet structureel zorgt voor een forse uitbreiding en verdere ondersteuning daarvan.

Als je weet dat de VDAB in Oost-Vlaanderen momenteel ruim 1.400 werkzoekenden telt die eigenlijk nood hebben aan tewerkstelling in de sociale economie, en dat er maar voor 1 op 5 van die mensen een vacature is, dan weet je dat dit meer dan nodig is.

En dat gaat nog maar over de top van de ijsberg, want enkel mensen met grote afstand tot de arbeidsmarkt worden momenteel voor sociale economie geïndiceerd. Denken we aan de mensen in het PWA. Voor velen van hen zou de sociale economie een realistisch alternatief kunnen zijn.

Mét werk op maat, mét verloning en mét sociale rechtenopbouw.

We blijven de nood voor een groeipad in de sociale economie dus ten volle aankaarten, en pleiten ervoor dat het middenveld waarnaar u verwijst, niet in het minst de armoedeorganisaties, hetzelfde signaal (blijven) geven.

di 24/01/2017 - 10:32