Terug

2017_GR_00676 - Voorlopige vastelling ontwerp Ruimte voor Gent - Structuurvisie 2030 - Vaststelling

Commissie Openbare Werken, Mobiliteit en Stedenbouw
do 15/06/2017 - 19:00 Gemeenteraadszaal

Samenstelling

Bevoegde schepen

Sven Taeldeman
2017_GR_00676 - Voorlopige vastelling ontwerp Ruimte voor Gent - Structuurvisie 2030 - Vaststelling 2017_GR_00676 - Voorlopige vastelling ontwerp Ruimte voor Gent - Structuurvisie 2030 - Vaststelling

Motivering

Gekoppelde besluiten

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, artikel 2.1.16, §2

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

Het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, artikel 57, §2

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

De Stad Gent beschikt sinds 2003 over een goedgekeurd Ruimtelijk Structuurplan Gent. Het zet de krachtlijnen uit voor het gewenste ruimtelijk beleid van de Stad Gent, ook op lange termijn. Hoewel dit Ruimtelijk Structuurplan Gent nog steeds een samenhangende en vrij actuele visie biedt op de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de stad, vertoont het de laatste jaren toch steeds meer (kleine) tekorten en gebreken; dit vraagt om een vernieuw(en)de en tegelijk doordachte aanpak. Daarom werd in het nieuwe bestuursakkoord 2013-2018 beslist om een nieuwe ruimtelijke structuurvisie op te maken. Dit proces kreeg de naam ‘Ruimte voor Gent – structuurvisie 2030’. Het eindresultaat wordt een nieuw goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk structuurplan. 

1. Processtructuur

Bij de opmaak van Ruimte voor Gent – Structuurvisie 2030 vervullen verschillende actoren een rol. Daarom loopt overleg en terugkoppeling als een rode draad doorheen het proces. Een goede overlegstructuur en regie, een maatschappelijk debat, actieve communicatie zijn noodzakelijk gedurende het ganse proces. Om dit voor ogen te houden was een doorgedreven interne processtructuur en een duidelijk procesverloop noodzakelijk. Het is een eigen weloverwogen keuze om een breed en diepgaand proces te voeren, dat decretaal niet wordt opgelegd.

De centrale interne overlegfora in het proces zijn het kernteam en het projectteam.

  • Het kernteam neemt de organisatie van het proces op zich en stuurt. De beslissingen die in het kernteam worden genomen, zijn vooral van procesmatige en organisatorische aard.
    Omdat dit overlegorgaan werkbaar moet zijn, is de samenstelling van het kernteam beperkt tot de Dienst Stedenbouw en Ruimtelijke Planning (inhoudelijk trekker van het proces), Milieudienst (trekker van het MER-luik) en Strategie & Coördinatie (trekker luik communicatie en participatie). Tot op vandaag kwam het kernteam 44 keer samen.

  • Het projectteam is het sleutelorgaan in het inhoudelijk planningsproces. Het projectteam bereidt voor en verwerkt; alle inhoudelijke documenten én procesafspraken passeren hier. Het projectteam is het forum waarin de diensten die beleidsvoorbereidend werk met een grote ruimtelijke impact verrichten, verenigd zijn. Ook de drie politieke fracties zijn via hun kabinetten vertegenwoordigd, zodat het politieke niveau nauw betrokken bij het proces blijft. Het projectteam kwam tot op vandaag 28 keer samen.

Daarnaast betrekken we de stadsdiensten die niet in het projectteam zijn vertegenwoordigd. De stadsdiensten die beleidsvoorbereidend werk doen waarvan de ruimtelijke impact eerder beperkt is en stadsdiensten die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van ruimtelijke projecten, krijgen de kans om tijdens het ambtelijk forum vanuit hun invalshoek aandachtspunten aan te geven. Het ambtelijk forum is al 2 keer samengekomen. Aanvullend werd met alle diensten en departementen uit het ambtelijk forum minstens twee keer een bilateraal overleg georganiseerd.

De documenten die in overleg met het kernteam, het projectteam en het ambtelijk forum zijn voorbereid, worden geviseerd door het strategisch team (op ambtelijk niveau) en in beginsel ook door de stuurgroep (op politiek niveau).

  • Het strategisch team verzorgt de inhoudelijk strategische sturing in het proces. Hier worden de teksten die voorbereid zijn door het projectteam besproken tot hierover op ambtelijk vlak consensus bestaat. Dit strategisch team is beperkt in omvang en bevat het departementshoofd en de diensthoofden van de beleidsdiensten met een belangrijke ruimtelijke impact. Het strategisch team kwam tot op vandaag 18 keer samen.

  • De stuurgroep is een gemengd ambtelijk/politiek overleg. Ze bespreekt de teksten met het oog op politieke besluitvorming. De stuurgroep bestaat uit de betrokken schepenen en kabinetten, de stadssecretaris, departementshoofden en vertegenwoordigers van het kernteam. Er werden reeds drie stuurgroepen georganiseerd.

Extern houdt de Stad Gent van bij het prille begin de vinger aan de pols via de denktank. De denktank is een diverse arena-achtige groep van breeddenkende Gentenaars. We kijken hier ook verder dan de ruimtelijke planning. Diversiteit (in perspectieven en toegang tot netwerken) in de samenstelling is een uitgangspunt geweest. Zo kon de input vanuit diverse perspectieven tot (innovatieve) synergiën bijdragen. Bij de samenstelling van de denktank hebben we tevens bewust gekozen voor een sterke vertegenwoordiging uit de GECORO; in totaal werden 17 GECORO-leden uitgenodigd. (7 deskundigen en de 10 vertegenwoordigers vanuit het middenveld). We brachten de denktank een 7-tal keer samen.
Naast die aanwezigheid in de denktank, werd de GECORO ook op een meer formele manier betrokken. ‘Ruimte voor Gent’ werd twee keer toegelicht tijdens het GECORO-overleg. Aanvullend werden in totaal drie inhoudelijke workshops met geïnteresseerde GECORO-leden georganiseerd. 

2. Procesverloop

Het proces loopt gefaseerd. In de loop van het proces werden twee tussentijdse documenten ter kennisneming aan het college van burgemeester en schepenen voorgelegd:

  • De agenderingsfase – de eerste stap in het proces – resulteerde in een agenderingsnota (kennisneming door het college op 28 augustus 2014). We focusten in de agenderingsnota vooral op procesmatige en methodische aspecten.

  • In de synthesenota (kennisneming door het college op 1 oktober 2015) verschoof het accent naar de inhoud: de synthesenota beschreef de uitdagingen, de visie, concepten en de gewenste ruimtelijke structuur.

  • Ook de Uitwerkingsnota werd in het voorjaar en zomer 2016 besproken, zij het niet formeel voorgelegd voor kennisneming. Dit document is in het najaar van 2016 wel ruim becommentarieerd zowel ambtelijk als politiek. Het vormde de basis om het voorontwerp verder te verdiepen naar visie en concepten. Dit voorontwerp werd goedgekeurd door het college op 23 januari 2017.

Na voorlopige vaststelling van het ontwerp ‘Ruimte voor Gent – structuurvisie 2030’ door de gemeenteraad, onderwerpt het college van burgemeester en schepenen het ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk structuurplan aan een openbaar onderzoek dat binnen dertig dagen na de voorlopige vaststelling, vermeld in § 2, minstens wordt aangekondigd door :
1° aanplakking in de gemeente;
2° door een bericht in het Belgisch Staatsblad en in ten minste drie dagbladen die in de provincie worden verspreid;
3° een bericht op de website van de gemeente.

Tijdens het openbaar onderzoek worden vier informatievergaderingen georganiseerd.

3. Communicatie- en participatietraject

Parallel aan en sterk verbonden met het inhoudelijk traject loopt er een intens communicatie- en participatietraject. De opmaak van een dergelijke structuurvisie kan niet zonder de betrokkenheid van het ruimere publiek. Van bij het begin is dan ook gekozen voor een actief publieksdebat. De doelgroepen bestaan uit een heel brede waaier aan leeftijden, beroepscategorieën en sociale profielen.
Eind januari 2015 ging het bredere communicatietraject en maatschappelijke debat van start.
Om een zo divers mogelijk publiek te bereiken gebeurt de communicatie via verschillende kanalen, zowel online als offline. De online communicatie neemt hiervan het leeuwendeel op en vormt de basis van het debat. Er kwam een interactieve website op maat, naast de bestaande stadswebsite. 

4. Wijzigingen ten opzichte van goedgekeurde voorontwerp

Het voorontwerp werd op basis van verschillende besprekingen en adviezen aangepast en herwerkt tot voorliggend ontwerp. De belangrijkste wijzigingen en aanvullingen zijn het resultaat van:

 

1. Aspecten die verder werden uitgewerkt op vraag van het college
2. Advies van de GECORO
3. Adviezen naar aanleiding van de plenaire vergadering

Alle adviezen en aanpassingen werden besproken in het projectteam (14 maart 2017, 28 maart 2017 en 4 april 2017), het strategisch team (24 januari 2017, 18 april 2017, 2 mei 2017), de stuurgroep (20 april 2017) en tijdens finale politieke besprekingen.  Op basis van die besprekingen werd de tekst aangepast. 

4.1. ASPECTEN DIE VERDER WERDEN UITGEWERKT OP VRAAG VAN HET COLLEGE

 Volgende aspecten werden verder uitgewerkt op vraag van het college (collegebesluit van 23/01/2017):

  • Willen we de gewenste omslag realiseren in wat de missie van de Stad Gent omschrijft als de transitie naar een klimaatneutrale stad, dan moeten we het (toekomstig) energienetwerk sterker integreren in onze (gewenste) ruimtelijke structuur. Het belang van energiebewust plannen en ontwerpen werd veel sterker verankerd in Ruimte voor Gent door het op de juiste plekken te integreren in het document.  Het komt in alle delen van Ruimte voor Gent aan bod. In deel I krijgt de noodzakelijke energietransitie een plek bij de uitdagingen die op ons afkomen. Bij de algemene visie (deel II) is ‘ruimtelijke ontwikkeling ondersteunt de energietransitie’ als visie-element toegevoegd.  Een nieuw (zesde) concept geeft bovendien aan dat we inzetten op sturende energienetwerken op maat en schaal van de plek. Verderop in deel III (‘De visie en concepten toegepast’) werd ‘energiebewust plannen en ontwerpen als vierde thema toegevoegd, naast (1) ruimtelijk verdichten, verluchten en ontpitten, (2) versnippering van open ruimte wegwerken en tegengaan en (3) beeldkwaliteit verhogen.  De aandacht voor energiebewust plannen kreeg ten slotte ook extra aandacht in deel IV (‘zorgen voor uitvoering’) dat de ruimtelijke ambities in een actieprogramma vertaalt.

  • De (ruimtelijke) betekenis van de robuuste groenklimaatassen en het belang ervan als ruimtelijk strategisch project werd verder uitgediept.  De stand van zaken wordt toegelicht, het strategisch belang en de nood aan een versnelde realisatie worden beklemtoond.  In Ruimte voor Gent is ook een initieel plan van aanpak voor de groenklimaatassen uitgewerkt.

  • De visie rond hoger bouwen werd verder uitgediept.  We onderscheiden vier schalen:

  • Basisschaal: 3 bouwlagen, met een maximum tot 4 bouwlagen, afhankelijk van de context

  • Stedelijke schaal: 4 à 5 bouwlagen, met een maximum tot 6 bouwlagen, afhankelijk van de context

  • Tussenschaal: 6 à 9 bouwlagen, met een maximum tot 12 bouwlagen, afhankelijk van de context

  • Hoogbouw

Voor elk van deze vier schalen worden een aantal ruimtelijke principes uitgewerkt in Ruimte voor Gent.

  • De methodiek rond de ruimtelijke knooppunten werd verder geconcretiseerd en onderbouwd. De stadsregionale, stedelijke en wijkknooppunten en de stedelijke transferia werden ook gedefinieerd en op kaart aangeduid.  Ruimte voor Gent beschrijft ook de methodiek voor de selectie van die knooppunten. Voor de binnenstad wordt een specifiek beleid uitgewerkt.   De gehele deelruimte binnenstad heeft een stedelijk schaalniveau, maar wordt niet als ‘knooppunt’ aangeduid. De binnenstad heeft immers een zodanig fijnmazig netwerk dat we de knooppunten-methodiek niet op eenzelfde manier kunnen gebruiken als in de binnenstad.

  • In het ontwerp Ruimte voor Gent is aangevuld welke aspecten we monitoren. We monitoren minstens de bindende taakstellingen, de doorwerking van ruimtelijke principes uit Ruimte voor Gent en het ruimtelijk aanbod en behoeften.  

4.2. ADVIES VAN DE GECORO

Op 3 april 2017 bezorgde de GECORO haar advies op het voorontwerp Structuurvisie 2030 – Ruimte voor Gent.  Dit advies is als bijlage aan dit besluit toegevoegd.

De Dienst Stedenbouw en Ruimtelijke Planning paste het voorontwerp aan op basis van het geformuleerd advies.  Hierna is duidelijk aangegeven waar en hoe het document werd aangepast naar aanleiding van het GECORO-advies.

4.2.1 Algemene opmerkingen

Meerwaarde van de vervanging van het RSG. Nood  aan een stand van zaken en evaluatie van het RSG.

Vanaf de goedkeuring in 2003 tot bij de opstart van het proces Ruimte voor Gent in 2013 werd de voortgang van het RSG gemonitord (zowel vooropgestelde taakstellingen als strategische kernprojecten). Vanaf 2014 werd het ruimtelijk beleid ook gemonitord in functie van de beleids- en beheercyclus. Bij de start van het proces voor de opmaak van Ruimte voor Gent werd op basis van deze monitoring van het RSG een evaluatie opgemaakt. Deze evaluatie vormde één van de vertrekpunten voor de opmaak van de nieuwe structuurvisie. Het ontwerp houdt rekening met de suggestie van de GECORO door de voornaamste conclusies uit de evaluatie van het RSG toe te voegen. Dit is toegevoegd bij de uiteenzetting omtrent het statuut en doel van de structuurvisie.

Deze verduidelijking kan volstaan aangezien er ook niet uit het oog mag verloren worden dat het RSG reeds dateert van 2003. Na 10 jaar, in 2013 werd beslist een herziening door te voeren. De termijn van 10 jaar is reeds langer dan de tijdshorizon die het RSG zelf voor ogen had. In dat opzicht kan als vanzelfsprekend gesteld worden dat een herziening aan de orde is. Door de evaluatie toe te voegen wordt beter geduid op welke punten de herziening zich het meest opdrong.

Bezorgdheid over een te vage ambitie. Het voorontwerp zou qua prioritering van maatregelen en acties onvoldoende duidelijkheid scheppen.
Bezorgdheid omtrent de opbouw en redactie met de vraag voor een duidelijk opdeling in informatief, richtinggevend en bindend gedeelte.
Standpunt dat instrumenten, of minstens de systemen, regelgeving en krachtlijnen ervan zouden moeten bekend zijn vóór de start van het openbaar onderzoek

Typisch voor dergelijk strategisch document is dat het uitspraken doet op verschillende schaalniveaus (macro versus micro), met wisselende tijdshorizon (lange versus korte termijn) en met een verschillende uitwerkingsgraad (algemene principes versus concrete afwegingskaders). Dit betekent dat we na de goedkeuring van Ruimte voor Gent een aantal algemene principes nog verder moeten uitwerken in acties en instrumenten.  Het klopt wel dat we er dienen over te waken dat dit voldoende duidelijk is in de communicatie rond Ruimte voor Gent.

In die zin is de Structuurvisie 2030 - Ruimte voor Gent naar inhoud en statuut erg vergelijkbaar met wat de Vlaamse overheid vandaag in haar ruimtelijke beleidsplanning het beleidsplan met de beleidskaders noemt. Het opzet, de opbouw en de methodiek van onze Structuurvisie 2030 Ruimte voor Gent speelt hierop in: vormelijk leunt Ruimte voor Gent eerder aan bij een strategisch ruimtelijk beleidsplan dan bij een structuurplan. Inhoudelijk vertrekken we evenwel steeds van een analyse van de bestaande ruimtelijke structuur.  De visie en de ruimtelijke concepten bouwen we op met een gewenste ruimtelijke structuur voor ogen.  In die zin is de structuurplanning voor ons nog steeds de te hanteren methodiek.  We wachten echter niet totdat het aangepaste decreet van kracht wordt om de formele procedure voor goedkeuring van onze structuurvisie te starten. We zullen ons procedureel richten naar de beginselen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Ruimte voor Gent zal dan ook formeel opgedeeld worden in een informatief, een richtinggevend en een bindend gedeelte, zodat het een volwaardig gemeentelijk ruimtelijk structuurplan is volgens de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

Het klopt dus dat niet alle afwegingskaders en instrumenten op dit moment al even ver zijn uitgewerkt. Een verschil in uitwerkingsgraad heeft echter niet te maken met het feit dat het ene thema belangrijker geacht wordt dan het andere, maar wel met het feit dat het om nieuwe inzichten en instrumenten gaat die tijd vragen om uitgewerkt te worden. Dit is ook eigen aan structuurplanning.

Voor wat betreft de sociaal-economische verdringen wordt momenteel de opportuniteitenkaart en afwegingskader voor kantoren in de binnenstad in opmaak, conform het actieplan kantoren in de binnenstad. Daarnaast is er nog het lopende co-creatie traject bedrijventerrein van de toekomst. Daarnaast is nog het lopende co-creatietraject bedrijventerrein van de toekomst waar o.a. het thema verweven economie wordt onderzocht.

Voor de verdere uitwerking van de afwegingskaders en instrumenten  prioriteren we aan het begin van een nieuwe legislatuur of zelfs jaarlijks acties en maatregelen. Op dat moment specificeren we dan de acties en instrumenten en sturen we ze waar nodig bij (op basis van budget, doorgedreven monitoring en kansen) zonder dat we de volledige structuurplanningsprocedure moeten doorlopen.

We zetten de doelstelling scherp en bepalen op basis daarvan welke instrumenten en/of acties we het best kunnen inzetten. Vervolgens trachten we ook de trekker, eventuele partners, budgetten en kritieke succesfactoren te specificeren. We zetten de coproductieve en stimulerende instrumenten extra in de verf, naast de meer klassieke sturende instrumenten (zoals stedenbouwkundige verordening en bestemmingsplannen). Bij de uitwerking van relevante beleidskaders en projecten zetten we participatie- en cocreatiemethodieken op maat in, aangepast aan de context en te betrekken groepen en stakeholders. Dat kan zowel gaan over denklab’s die in een vroege projectfase ingezet worden, als klassiekere klankbordgroepen die de voortgang van het project opvolgen tot meer actieve participatietechnieken, zoals tijdelijke invullingen, testcases, buurtbeheer,  … . In relevante gevallen kiezen we om de brede bevolking te consulteren. We maken hiervoor ruimte en tijd in ieder proces vrij.

De Stad laat zo tegelijk ruimte voor Gentenaars om zelf actief ruimte te maken en stimuleert cocreatietrajecten.  Op die manier laat de Stad flexibiliteit en experimenteerruimte toe bij het vormgeven van de ruimte en dus ook tweerichtingsverkeer tussen de Stad (ruimtelijke expertise) en haar gebruikers (expertise vanuit leefwereld). Burgers ondergaan de ruimtelijke structuur niet passief, maar krijgen de kans om er actief en creatief op in te spelen.  De Stad werkt waar nodig een ondersteunend instrumentarium uit.

Ambities: de evolutie, de doelstellingen en de resultaten die de voorbije jaren zijn geboekt moeten in kaart gebracht worden.
Vraag naar een meer verregaande vertaling van de ambities in de bindende bepalingen, zeker om de sociale en economische verdringing aan te pakken

Hoewel er bij de uitdagingen in de voetnoten naar verschillende studies en cijfermateriaal wordt verwezen, voegen we bij elke uitdaging een sprekend beeld of grafiek toe, die de uitdaging illustreren. We verzamelen in de loop van 2017 voor elke uitdaging een aantal essentiële en vooral actuele cijfergegevens die (in een box) worden toegevoegd in de definitieve structuurvisie.

Hoewel de uitgebreide actielijst de ambities reeds verregaand concretiseert en de uitdagingen voor de komende legislaturen scherp stelt is de aanbeveling met betrekking tot de bindende bepalingen gevolgd en werden de kwantitatieve taakstellingen bij de bindende bepalingen aangevuld inzake de doelstellingen inzake sociale woningbouw en de doelstellingen inzake een mix in het woonaanbod. Om de economische verdringing tegen te gaan werd het onderzoek naar sturende instrumenten om de bestaande economische ruimte op peil te houden aangevuld  bij de kwalitatieve taakstellingen.   

Suggestie om de ruimteneutraliteit beter te formuleren in termen van een standstill van de bebouwde oppervlakte ten opzichte van het gekozen referentiepunt.

Het zorgzaam omgaan met de ruimte gaat inderdaad verder dan het hanteren van het beginsel van ruimteneutraliteit. Het is gelaagder, de verschillende elementen die er toe bijdragen worden daarom duidelijker opgesomd bij de uitdaging rond duurzaam ruimtegebruik (deel II, 1.5). Het betreft een getrapte werkwijze om zorgzamer met ruimte om te gaan en toch groei en dynamiek te houden: 

  • De groei van de stad vangen we op binnen het stedelijk gebied. We kiezen voor ruimteneutraliteit.
  • Binnen de harde bestemmingen garanderen we voldoende verluchting door parken en onbebouwde delen te houden en ze te beschermen door ze de juiste bestemming te geven (park, groen, bos, natuur, water).
  • We streven naar een verhardingsstop voor het openbaar domein  op het volledige grondgebied. Dit principe is vastgelegd in het Klimaatadadaptieplan van de Stad Gent.
  • We onderzoeken hoe we op het privaat domein enerzijds de ontharding kunnen stimuleren en anderzijds bijkomende verharding kunnen tegengaan of waar nog nodig te compenseren (op macroniveau). Dit vergt verdere uitwerking. We onderzoeken onder andere het beleidsmatig en operationeel instrumentarium, de wijze van meten, de referentieperiode, de monitoring, de samenhang met verdichtingsprincipes en de randvoorwaarden zodat groei waar nodig, mogelijk blijft.

Andere overheden: de ambities dienen voorafgaandelijk afgetoetst worden met de verschillende Vlaamse partners en de NMBS op hun haalbaarheid. De afhankelijkheid van die andere overheden moet duidelijker geformuleerd worden.

Naast de plenaire vergadering, werd het voorontwerp Ruimte voor Gent op 20 februari 2017 voorgelegd aan volgende Vlaamse administraties en hoger onderwijsinstellingen: AWV, W&Z, ANB, Onroerend Erfgoed, VLM, NMBS, Infrabel, Provincie Oost-Vlaanderen (Directie Milieu), Havenbedrijf, Projectbureau Gentse Kanaalzone, UGent, Hogeschool Gent, Arteveldehogeschool, KU Leuven (LUCA/Odissee), Sociale huisvestingsmaatschappijen

Er volgde ook nog een bilateraal overleg met de Lijn. Gedurende het openbaar onderzoek kunnen deze administraties ook nog opmerkingen formuleren.

Bij het statuut en doel van de structuurvisie het ontwerp werd de rol van de lokale overheid en de hogere overheid verder verduidelijkt. Ruimtelijke acties en planningsinitiatieven die onder bovenlokale bevoegdheid vallen worden in Ruimte voor Gent steeds als suggesties aan de hogere overheid geformuleerd en er is aangevuld dat in de communicatie wordt benadrukt dat het initiatief voor deze verschillende ruimtelijke acties en projecten bij de hogere overheid ligt, zodat geen valse verwachtingen worden gecreëerd.

Op basis van input van Infrabel en het Havenbedrijf werd ook de tekst rond de Noordelijke strategische zone bijgesteld.

Haven

De 8 concepten uit het Strategisch Plan van het Havenbedrijf zijn niet tegenstrijdig. In het kader van een vernieuwd strategisch plan voor de haven zal uiteraard wel verder afgestemd worden welke principes zullen opgenomen worden.

De raming aanbod en behoefte van de economische gronden is in Ruimte voor Gent opgemaakt exclusief het havengebied aangezien dit een specifieke economische zone is. Uiteraard wordt in de concrete uitwerking van acquisitiebeleid en speerpuntenbeleid wel nauw samengewerkt (zie bijvoorbeeld Cleantech).  

4.2.2 Mobiliteitsaspecten

Meer uitdiepen van de aanpak inzake fietsstromen, fietsstallingen en deelfietsen en beklemtonen van het belang van selectieve autobereikbaarheid. Opnemen van de wegencategorisering zoals opgenomen in het RSG, eventueel te verfijnen.

In het hoofdstuk rond de netwerken van mobiliteit en distributie werd de tekst op basis van deze opmerkingen verder genuanceerd. We benadrukken ook dat een goede fietsinfrastructuur ook de nodige ruimte vergt. Dit lijkt ons echter reeds inherent verbonden aan de keuze voor bicycle urbanism. Voor de wegencategorisering wordt het mobiliteitsplan Gent als uitgangspunt genomen.

Het is niet de bedoeling van Ruimte voor Gent om te polariseren tussen zachte weggebruikers en automobilisten. Dit blijkt duidelijk in de uiteenzetting van de verschillende netwerken rond mobiliteit en distributie. De netwerken rond automobiliteit staan omschreven naast de netwerken voor voetgangers, fietser, collectief vervoer, vervoer over water, ….. Wel ligt de klemtoon op het STOP-principe dat mensen er toe moet aanzetten na te denken over het gebruik van verkeersmodi in functie van het moment, de behoefte en de aard van de verplaatsing. In dat opzicht menen we dat het principe van selectieve en multimodale bereikbaarheid voldoende naar voor komt in de teksten. Het is ook opgenomen als één van de ruimtelijke speerpunten in de netwerken van mobiliteit en distributie. 

Rekening houdend met de uitdagingen voor een daadwerkelijke doorwerking van het STOP-principe en de duidelijke keuze voor bicycle urbanism ligt de klemtoon doorheen de tekst wel nadrukkelijker op andere modi dan de auto. Dit wil echter niet zeggen dat de (selectieve) autobereikbaarheid wordt genegeerd.

Bij de speerpunten van de netwerken rond mobiliteit en distributie wordt de wegencategorisering zoals opgenomen in het mobiliteitsplan Gent als vierde speerpunt toegevoegd, waarbij een eventuele verfijning mogelijk blijft. 

4.2.3 Economische aspecten

De Gecoro vraagt enerzijds verdergaande engagementen rond de  implementatie van de verweving van economie, anderzijds vraagt ze de invoering van een standstill voor economische bestemmingen van ruimte zodat de economische activiteiten op peil kunnen blijven.
Ze oordeelt ook dat te weinig rekening is gehouden met technologische evoluties

Het wordt geapprecieerd dat de GECORO na lezing van Ruimte voor Gent bevestigd dat er zeker ook veel aandacht gegaan is naar de maakeconomie in het document en naar de zoektocht naar manieren om het economische aanbod op peil te houden, in combinatie met de andere doelstellingen.

Om dit nog kracht bij te zetten werd in hoofdstuk 4.2.2.1. (deel III) het belang van de maakeconomie nogmaals bevestigd. Ook zijn expliciet de verhoogde kansen voor verweving omwille van technologische evoluties benoemd.  De voordelen van verweving werden aangevuld en nog meer in de verf gezet.

Dit alles omdat één van de sleutelelementen in de visie net het inzetten op verweving van de maakeconomie is. Het inzetten hierop is één van de kritische succesfactoren voor de ruimteneutraliteit en vergt dus een doorgedreven monitoring, de juiste incentives en instrumenten. De acties opgenomen rond deze doelstelling zijn verder aangevuld waarbij afwegingsinstrumenten zoals een “verwevingsmatrix” worden genoemd en het belang van een zeer doorgedreven kennis en constante én blijvende inventarisatie van panden binnen het woonweefsel.

De methodiek om een voldoende economisch aanbod te creëren was reeds uitgebreid beschreven onder hoofdstuk 4.2.2., maar werd met bovenstaande inzichten aangevuld. In deze methodiek wordt veel belang gehecht aan een doorgedreven monitoring zodoende het economische aanbod op peil te kunnen houden.

De bedoeling en de methodiek van de ‘verwevingsmatrix’ werd verder uitgewerkt in deel IV, ‘3.1.4 Onderzoek naar afdwingbare instrumenten voor verweving en tewerkstelling in projecten.’

De acties rond verweven in deel IV, 3.2.8. werden aangevuld met volgende acties:

  • Verweven (maak)bedrijven in kaart brengen, hierover communiceren en een netwerk uitbouwen

  • Uitbouw matchmaking tussen vraag naar ruimte en aanbod

  • Pilootprogramma verweven economie

  • Opportuniteitenkaart kantoren opmaken

  • In kaart brengen van sites met potenties om te verweven

  • Onderzoek ‘verwevingsmatrixtoets’ en gepast instrumentarium in functie van het stimuleren van economie in het woonweefsel

  • Gezamenlijk beheer van monitoring economische ruimtes

  • Betere en structurele dataverzameling over het woning- en gebouwenpatrimonium

Op basis van deze aanvullingen biedt Ruimte voor Gent voldoende kapstokken om dit in de komende legislaturen verder uit te werken. Zoals eerder aangehaald is Ruimte voor Gent immers een strategisch beleidsdocument dat de lijnen uitzet van de toekomst en het kader moet bieden voor de latere concrete uitwerking van acties en instrumenten.

Stadsgerichte  landbouw

De Stad Gent ondersteunt de ingenomen standpunten van de Gecoro inzake het landbouwbeleid. Een stadsgerichte landbouw moet inpasbaar zijn in een model van een professionele, economisch leefbare landbouw en mag geen parallel circuit genereren. Ook de bezorgdheden rond de combinatie van natuur en landbouw worden gedeeld. De insteken uit het advies werden verwerkt doorheen de tekst van hoofdstuk 4.2.3. Ook de acties en instrumenten werden aangevuld.

Voor wat betreft de gronden in eigendom van het OCWM komen in de loop van dit jaar een aantal percelen pachtvrij. De stad en het OCMW willen die kans benutten om een open oproep te lanceren zodat deze gronden kunnen ingezet worden voor een stadsgericht landbouwproject met een sociale meerwaarde.

4.2.4 Wonen

Sociale aspecten en betaalbaarheid: de nodige bepalingen dienen worden opgenomen en instrumenten moeten worden uitgewerkt om voor alle nieuwe grote projecten tot een gewenste sociale mix te komen en sociale verdringing maximaal tegen te gaan.

De doelstellingen inzake het sociaal betaalbaar wonen werden aangescherpt. De getrapte werkwijze om het aanbod aan sociale huisvesting en budgetwoningen werd verder aangevuld op basis van het advies van de GECORO. Hierbij werd ook aandacht geschonken aan alternatieve (collectieve) woonvormen naar het voorbeeld van Collectief Goed cvba (deel III 4.2.1.)

Bij projecten van Sogent en andere onderdelen van Groep Gent hanteren we als (bindend) principe minimaal twintig procent sociale woningbouw en twintig procent budgetwonen of kavelprojecten (stedelijke woonkavels).

In private projecten stimuleren we een mix aan woningtypes, met waar mogelijk ook ruimte voor sociale huisvesting en budgetwoningen. Zo onderzoeken we bijvoorbeeld de mogelijkheden bij private projecten extra ontwikkeling toe te laten als er sociale woongelegenheden of een betaalbaar aanbod (uitgedrukt in prijs/m2) in voorzien worden en dit door plaatselijk hoger bouwen toe te laten, ruiloperaties te stimuleren of andere (fiscale) compensaties te voorzien.

Ook de inzichten uit het GECORO-advies rond het risico van sociale verdringing bij nieuwe wijkontwikkeling werden opgenomen in de tekst.

Om deze stellingen kracht bij te zetten werd een actualisatie van de woonstudie (2007-2009) of de opmaak van een nieuwe woonstudie als actie aangevuld. Op basis hiervan kunnen de juiste (vernieuwende) instrumenten en middelen ingezet worden, met een medeverantwoordelijkheid vanwege de private markt.

In deel IV, hoofdstuk 3.1 werd rond betaalbaar wonen een bijkomende alinea (3.1.10) toegevoegd gericht op de verdere uitvoering.  

Inzetten op andere woonvormen
Voorzien van instrumentarium dat de ontwikkeling van innovatieve woonvormen actief ondersteunt. Oplossingen voor het vraagstuk van onderbenutte woonruimte en woonruimte-herverdeling.

In hoofdstuk III, 4.1.1. bouwstenen om te verdichten zijn reeds een aantal manieren aangegeven die een rol spelen in het vraagstuk van de onderbenutte woonruimte (‘delen en combineren’, ‘ stedelijk herverkavelen’, ‘compacter en kleiner wonen en nieuwe woonvormen’) . De insteken en inzichten vermeldt in het advies van de Gecoro werden aangevuld bij dit hoofdstuk onder de subtitel ‘compacter en kleiner wonen en nieuwe woonvormen’.

Dit werd nog eens benadrukt in hoofdstuk 4.2.1. en bij de sturende instrumenten en acties rond verdichten, ontpitten en verluchten werd hierrond een actie geformuleerd.

Studentenhuisvesting

Bij het hoofdstuk II 3. Netwerken en knooppunten sturen locatiekeuze voor specifieke functies werden de krachtlijnen van het studentenhuisvestingsbeleid meer geduid. Dit is uiteraard gestoeld op het studentenhuisvestingsplan. Bij de acties rond verdichten, ontpitten en verluchten werd als actie de opmaak van een ruimtelijk afwegingskader voor nieuwe studentenhuisvestingsprojecten toegevoegd.

4.2.5 Knooppunten

Meer duidelijkheid omtrent de selectie van knooppunten

Het hoofdstuk van de knooppunten in het ruimtelijk netwerk werd verder uitgewerkt. De algemene principes werden genuanceerd, waarbij schaal, ligging en de ontwikkeling in de tijd aan elkaar werden gelinkt en tot bepaalde categorieën van knooppunten leidde. De methodiek voor de selectie werd uitgebreid beschreven. De selectie van de stadsregionale, stedelijke transferia, stedelijke en wijkknooppunten werd opgenomen in het document.

Ten opzichte van het voorontwerp werd een categorie van ‘stedelijke transferia’ toegevoegd die zich onderscheiden van de stedelijke knooppunten omwille van hun ligging en potentie als multimodale knooppunten. Ze zijn echter minder geschikt als locaties om het wonen te stimuleren. Alle geselecteerde knooppunten worden kort omschreven met een argumentatie voor hun selectie en categorisering.

De korrelknooppunten zullen gaandeweg in de loop der jaren gebiedsgericht gedetecteerd worden, door o.a. bouwblokonderzoeken, stadsvernieuwingsprojecten, beoordelingen van nieuwe ontwikkelingen, …

Op basis van deze oefening werd ook de ontwikkelingsmatrix aangepast.  Aan de hand van een voorbeelden werd in hoofdstuk 4 de visie op de binnenstad verduidelijkt.

4.2.6 Kindvriendelijkheid: aandacht voor jongeren

Bij de omschrijving van de kwantitatieve behoeften en van het netwerk van publieke ruimte werd de scope opengetrokken en werd doorheen de tekst ook de jongerenvoorzieningen toegevoegd

4.2.7 Co-creatie in het ruimtelijk beleid

Vraag om dit voldoende te duiden en opname van een actieluik dat zich voornamelijk op de medezeggenschap van ‘zwakkere groepen’ richt  voor de totstandkoming en uitvoering van Ruimte voor Gent

Ruimte voor Gent heeft de ambitie om bij de ordening van de ruimte meer aandacht te besteden aan het concrete gebruik van de ruimte door burgers (vanuit hun leefwereld). Ruimte voor Gent wil de burger een actieve plaats geven in het ruimtelijk beleid via co-creatie. Bovendien wil Ruimte voor Gent verschillende sociale groepen aan bod laten komen.

In functie daarvan is een participatietraject opgezet en een denktank opgericht.

  1. Participatietraject met het doel het maatschappelijke debat rond een nieuwe structuurvisie  te stimuleren en ideeën te verzamelen:

- online (www.ruimtevoor.gent) en sociale media

- offline: trajecten met verschillende doelgroepen, waaronder kwetsbare groepen via intermediairen zoals OCMW, CAW, dienst Straathoekwerk, jeugdhuizen, scholen, de wijkpartners van de Wijk van de Maand (zoals vzw Jong, Samenlevingsopbouw, brugfiguren van de scholen, werkwinkel, woonwinkel, VOEM vzw, Cel Activering OCMW, enz.).

  1. Oprichting denktank (bestaande uit een 30-tal Gentenaars met verschillende expertise) met het doel om vanuit de praktijk na te denken over hoe Ruimte voor Gent kan bijdragen aan sociaal-maatschappelijke doelstellingen, via voorbeelden van Victoria De Luxe, het Tolhuispark en een wijkgezondheidscentrum.
  • Victoria De Luxe: formuleren van uitdagingen (zoals kloof arbeidsmarkt, slechte huisvesting, bureaucratisering, integratie, sociale mix) en oplossingen i.f.v. ontplooiing en sociale stijging.

  • Tolhuispark: onderzoeken van de identiteit , gebruik, conflict, relatie omgeving, beleving i.f.v. inzichten over verbinding en ontmoeting.

  • Wijkgezondheidscentrum: vanuit de praktijk aantonen dat er op het vlak van gezondheid en leefbaarheid ambitie nodig is om basisgezondheidszorg  en basisvoorzieningen/maatschappelijke zorg te voorzien in achtergestelde buurten en wijken.

Dit is verduidelijkt in Deel I  - 3 en verder onderzoek naar manieren en instrumenten om kwetsbare doelgroepen meer te betrekken bij (ruimtelijke) processen is opgenomen als actie (deel IV). Bovendien is doorheen het document de aanpak en resultaten van de ruimtepiloten toegevoegd.

Hoe vult de stad co-creatie in? Vraag naar meer duiding

Van participatie naar co-creatie: de Stad laat ruimte voor Gentenaars om zelf actief ruimte te maken, via instrumenten voor de verschillende beleidsdomeinen. Daarbij treden de dienst Beleidsparticipatie en de programmaregie (dienst Stedelijke Vernieuwing) op als sturende en ondersteunende diensten. Op die manier laat de Stad flexibiliteit en experimenteerruimte toe bij het vormgeven van de ruimte en dus ook tweerichtingsverkeer tussen de Stad (ruimtelijke expertise) en haar gebruikers (expertise vanuit leefwereld). Burgers ondergaan de ruimtelijke structuur niet passief, maar krijgen de kans om er actief en creatief op in te spelen.

Enkele voorbeelden van instrumenten en acties:

  • Fonds Tijdelijke Invullingen (bv. De Site, Dok Gent, KERK, Stadstuin Dampoort, Standaertsite)

  • Investeringssubsidies i.f.v. buurtbeheer (bv. De Koer: ontwikkeling van een site door bewoners; De Boerse Poort: buurtbeheer site volkstuintjes en buurttuinkamers + bouw en beheer ontmoetingsruimte)

  • Crowdfundingplatform

  • Burgerbudget

  • Leefstraten en speelstraten

  • Burgerkabinet Circulatieplan

  • Creatie witruimtes (bv. verwerving Meibloemsite) om vanuit noden van de wijk te kunnen inspelen op nieuwe ruimtevragen. 

4.2.8 Rol GECORO

De GECORO wenst dat de rolverdelingen tussen de kwaliteitskamer 2.0, de stadsbouwmeester en de GECORO worden verduidelijkt. Dit werd opgenomen in deel IV, hoofdstuk 1 (1.2 rol stadsbouwmeester en 1.3. rol kwaliteitskamer en Gecoro als adviesorganen). De GECORO beoordeelt de ruimtelijke ontwikkelingen op macro- en mesoschaal. En reflecteert op de ruimtelijke strategie van de Stad Gent en het kader waarbinnen projecten kunnen gerealiseerd worden.

Aan de kwaliteitskamer worden de meso- en microschaal van het hele stedenbouwkundige parcours voor belangrijke projecten voorgelegd; dit onafhankelijk adviesorgaan spreekt zich uit over de kwaliteit van de ontwerpen. De GECORO en De Kwaliteitskamer vinden elkaar in het beoordelen van masterplannen. De rol van de GECORO ligt daarbij vooral in het bewaken van de algemene ruimtelijke principes en het ruimer stedenbouwkundig kader; de focus van de kwaliteitskamer ligt meer in het bewaken van een kwalitatieve invulling en realisatie.

Ruimte voor Gent onderstreept verder de belangrijke rol van de adviesraden bij participatie- en cocreatietrajecten: “De aanwezige expertise van de betrokken adviesraden wordt optimaal ingezet door hen enerzijds vroegtijdig te betrekken in projectvoorbereidende/initiërende fasen in functie van het formuleren en opvolgen van verplichte én facultatieve adviezen. Daarnaast worden de adviesraden nadrukkelijk uitgenodigd om actief deel te nemen aan aanvullende beleidsparticipatieve en cocreatieve trajecten en activiteiten, zoals denklab’s in het kader van stadsvernieuwingsprojecten, maatschappelijk debat rond ruimtelijke thema’s, deelname aan tijdelijke testcases (voorbereidend, uitvoerend of evaluerend), … . De waardevolle inzet van expertise via kwaliteitsvolle adviesverlening in combinatie met deelname aan meer actieve participatie-initiatieven laat de betrokken adviesraden toe op een degelijke en hedendaagse manier het beleid mee uit te stippelen.” 

4.2.9 Begrippenlijst

De begrippenlijst werd aangevuld met volgende begrippen: budgetwoning, gemeenschappelijk wonen, klimaatadaptatiemaatregelen, klimaatbestendige stedenbouw, klimaatmitigatiemaatregelen, definities van stadsregionaal, stedelijk, wijk- en korrelknooppunt, wijken, wijkpark, woongroen. De definitie van ruimtelijk netwerk en ruimtelijke draagkracht werd aangepast.

Het begrip nabijheid wordt voldoende geduid doorheen de tekst. De definitie van de Groep Gent ligt vast.


4.3. ADVIEZEN NAAR AANLEIDING VAN DE PLENAIRE VERGADERING

Op 6 maart vond de plenaire vergadering omtrent de Structuurvisie 2030 – Ruimte voor Gent plaats. Daarop werden Ruimte Vlaanderen en de Deputatie van de Provincie Oost-Vlaanderen uitgenodigd. Naar aanleiding van deze plenaire vergadering werden volgende adviezen ontvangen, binnen de in het besluit van de Vlaamse Regering tot regeling van het vooroverleg over voorontwerpen van ruimtelijke structuurplannen (art. 6), vastgestelde termijn:

- het advies van 22 februari 2017 van Ruimte Vlaanderen – Oost-Vlaanderen
- het advies van 6 maart 2017 van Deputatie provincie Oost-Vlaanderen (ter zitting)

 

Beide adviezen en het verslag van de plenaire vergadering zijn als bijlagen bij dit besluit gevoegd. De voornaamste opmerkingen en de daaropvolgende wijzigingen zijn hierna beschreven. 

  • Ruimte Vlaanderen formuleert de bedenkingen dat het voorontwerp eigenlijk een beleidsplan is dat ingekanteld is in de procedure van het structuurplan. Ruimte Vlaanderen geeft aan dat het RSV het kader blijft en dat in dat verband de verhoudingen en hiërarchie van het voorliggende voorontwerp met de andere (sectorale) bestuurlijke niveaus eerder vaag blijven. Ook de provincie vraagt hieromtrent verduidelijking.
    Vormelijk leunt Ruimte voor Gent eerder aan bij een strategisch ruimtelijk beleidsplan dan bij een structuurplan. We wachten echter niet totdat het aangepaste decreet van kracht wordt om de formele procedure voor goedkeuring van onze structuurvisie te starten. We zullen ons procedureel richten naar de beginselen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
    In de inleiding is duidelijker aangegeven dat Ruimte voor Gent interfereert met bovenlokale planningsprocessen en programma’s en dat we onze rol hierin aanvaarden en loyaal meewerken bij de bovenlokale planningsprocessen die de gewenste ruimtelijke visie op Gent ondersteunen (subsidiariteitsbeginsel). 

  • Ruimte Vlaanderen en de provincie vragen een formele beleidsmatige motivatie voor het gedeeltelijk aansnijden van de woonuitbreidingsgebieden.  In Ruimte voor Gent is in verband met de woonuitbreidingsgebieden daarom het volgende aangevuld: “Ondanks het feit dat de Vlaamse regelgeving het aansnijden van deze woonuitbreidingsgebieden (ook in het buitengebied) toelaat  voor sociale woningbouw zonder voorafgaand woonbehoeftenonderzoek, willen we dit alleen op een gepaste en terughoudende wijze doen.  We koppelen de invulling met sociale woningbouw aan een doelgroepenbeleid en aan een beleid voor stadsgerichte landbouw en landschapsontwikkeling.” 

  • Op vraag van de provincie is een expliciete verwijzing toegevoegd naar lopende stadsregionale samenwerkingsverbanden: “Het G28+ netwerk en de partners hierbinnen (Provincie Oost-Vlaanderen, Veneco en lokale besturen) en het strategisch project Oost-Vlaams kerngebied zullen de streekvisie en deelprojecten uitwerken.”

Waarom wordt deze beslissing genomen?

In uitvoering van artikel 2.1.16, §1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening is het college van burgemeester en schepenen belast met de opmaak van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan en neemt het college de nodige maatregelen tot opmaak. 

In uitvoering van artikel 2.1.16, §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt de gemeenteraad, na advies van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening, het ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk structuurplan voorlopig vast.

Activiteit

AC34298 Uitwerken en opvolgen ruimtelijke beleidsopties

Besluit

De commissie openbare werken, mobiliteit en stedenbouw legt het volgende voor aan de gemeenteraad:

Artikel 1

Stelt het bij dit besluit gevoegde ontwerp ‘Ruimte voor Gent – structuurvisie 2030’ voorlopig vast.


Bijlagen

  • 20170601_RuimtevoorGent-ontwerp_GR.pdf
  • Voorontwerp Structuurvisie 2030 - Ruimte voor Gent - advies Gecoro
  • Voorontwerp Structuurvisie 2030 - Ruimte voor Gent - verslag plenaire vergadering
  • Structuurvisie 2030 - plenaire vergadering - advies Ruimte Vlaanderen
  • NO_Structuurvisie 2030 - plenaire vergadering - advies deputatie