Tijdens de gemeenteraad van 19 december 2016 werd het 'Reglement voor toegang tot autovrije gebieden en doorrijdvergunningen' goedgekeurd. Dit reglement regelt onder meer de toegang voor mensen werkzaam in de zorgsector tot de autovrije gebieden die via het nieuwe Circulatieplan vanaf 3 april worden ingevoerd.
Contacten met mensen uit de zorgsector leren dat het voornoemde reglement een aantal lacunes of probleempunten bevat.
Het reglement bepaalt dat zorgverstrekkers voor het aanvragen van een vergunning o.a. moeten voldoen aan één van volgende voorwaarden:
Art. 23 - §1 – a) - 2) beschikken over:
(a) hetzij een RIZIV-nummer;
(b) hetzij, voor huisbezoek aan patiënten, een visum van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid en/of een erkenning bij het Agentschap Zorg en Gezondheid, vereist om een beroep in de gezondheidszorg te mogen uitoefenen;
(c) hetzij, voor het leveren van warme maaltijden, een erkenning door of aanmelding bij het Agentschap Zorg en Gezondheid als dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg.
Dit stelt problemen voor de categorie van 'verzorgenden' in de thuiszorg (die o.a. kunnen instaan voor persoonlijke verzorging, hulp bij huishoudelijke taken, psychosociale ondersteuning, etc.): deze mensen hebben immers noch een RIZIV-nummer, noch een visum van de FOD Volksgezondheid, noch een erkenning bij het Agentschap Zorg en gezondheid. Zij hebben alleen een inschrijving of registratie bij het Agentschap, al dan niet via een erkende thuiszorgdienst. Voor het onderscheid tussen 'verzorgenden' en 'zorgkundigen' zie: https://www.zorg-en-gezondheid.be/per-domein/gezondheidszorgberoepen.
Het reglement bepaalt ook dat de vergunninghouder 'bestendig' moet beschikken over het voertuig waarvoor de vergunning wordt aangevraagd (art. 23 - §1 – b) -2)). Deze bepaling is vatbaar voor kritiek. Wat bijvoorbeeld met mensen die deeltijds werken? Waarom zou een voertuig met gedeeld gebruik een probleem zijn?
Het reglement bepaalt tenslotte ook dat bij de aanvraag een kopie toegevoegd moet worden van het verzekeringsattest van het voertuig van de vergunninghouder of een attest van de werkgever of leasingsmaatschappij die het voertuig ter beschikking stelt, indien het voertuig niet op naam van de vergunninghouder is ingeschreven (art. 23 - §2).
Deze zeer strikte omschrijving gaat echter voorbij aan de realiteit van een aantal mensen mensen die in de zorgsector werken. De voorwaarde die wat betreft zorgverstrekkers gehanteerd wordt in het 'Reglement met betrekking tot de gemeentelijke parkeervergunning' is wat dit betreft veel werkbaarder. Dit reglement bepaalt dat bij de aanvraag wat betreft het voertuig alleen het volgende voorgelegd wordt: het kenteken (max. 1) dat op de parkeervergunning vermeld/aan de parkeervergunning gekoppeld moet worden (art. 6 – §5 – b).
Daarom, op voorstel van de N-VA-fractie, en na amendering door het college van burgemeester en schepenen,
In het 'Reglement voor toegang tot autovrije gebieden en doorrijdvergunningen', goedgekeurd in de gemeenteraad van 19 december 2016, wordt in artikel 23, §1, a), 2) volgend punt d) toegevoegd:
"d) hetzij, voor verzorgenden, een inschrijving of registratie bij het Agentschap Zorg en Gezondheid."
In artikel 23, §2 van het reglement voor toegang en artikel tot autovrije gebieden en doorrijdvergunningen worden de woorden “die het voertuig ter beschikking stelt” vervangen door de woorden “waaruit blijkt dat de vergunninghouder bestendig over dit voertuig beschikt voor de uitvoering van zijn/haar taken”.