Het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, artikel 42, § 3.
In de gemeenteraad van 30 april 2014 werd het Reglement voor het bekomen van een vergunning voor schenken van gegiste en/of sterke dranken bij de uitbating van drankgelegenheden goedgekeurd. De verkoop, het aanbieden en verstrekken van gegiste en sterke dranken is onderworpen aan een voorafgaande vergunning. Deze drankvergunning houdt de gemeentelijke toelating in voor het schenken van gegiste en/of sterke dranken in drankgelegenheden voor verbruik ter plaatse.
Het toekennen van dergelijke vergunning wordt, voor wat betreft gegiste dranken, geregeld door de Wetsbepalingen inzake de slijterijen van gegiste dranken samengeordend op 3 april 1953 en het Koninklijk Besluit van 4 april 1953 tot regeling van de uitvoering van de wetsbepalingen inzake de slijterijen van gegiste dranken.
Het toekennen van een vergunning voor wat betreft sterke dranken wordt geregeld door de Wet van 28 december 1983 betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke drank.
Voornoemde reglementeringen werden door de Wet van 14 december 2005 houdende administratieve vereenvoudiging gewijzigd wat betreft het aanvragen van occasionele drankvergunningen. Dit zijn vergunningen voor drankgelegenheden die, naar aanleiding van om het even welke gebeurtenis van voorbijgaande aard, ten hoogste tienmaal per jaar en telkens voor niet langer dan vijftien opeenvolgende dagen worden gehouden door een kring, een maatschappij of een particuliere vereniging, met uitzondering van de handelsvennootschappen en van feitelijke verenigingen met winstoogmerk.
Sinds 7 januari 2006 dient de uitbater van een occasionele drankgelegenheid niet langer over een positief bericht of vergunning te beschikken voor het schenken van gegiste en/of sterke dranken. Dit houdt een verregaande administratieve vereenvoudiging in van de procedure, waarbij een aantal achterhaalde formaliteiten verdwenen zijn en het voor de gemeente niet langer vereist is om de moraliteit van de uitbater van de occasionele drankgelegenheid te controleren.
Voor gegiste en sterke dranken kunnen de gemeenten autonoom de eventuele formaliteiten vaststellen die organisatoren van occasionele drankgelegenheden moeten vervullen. Enkel het schenken van sterke drank op openbare sportieve, politieke en culturele manifestaties blijft onderworpen aan een speciale machtiging van het college van burgemeester en schepenen.
In Gent is er tot op heden nog steeds een behoud van de drankvergunning voor occasionele drankgelegenheden. Daarnaast legt de Stad ook een meldingsplicht op bij politie en/of de Dienst Evenementen, Feesten, Markten en Foren.
De burger die een occasioneel evenement zoals een fuif, buurtfeest,… organiseert is dus verplicht om 2 administratieve aanvragen te richten naar de Stad, enerzijds de melding of aanvraag van het evenement bij de politie of de Dienst Evenementen, Feesten, Markten en Foren en anderzijds de drankvergunning. Dit brengt heel wat administratie teweeg (voor 2016 werden er 199 vergunningen voor occasionele drankgelegenheden afgeleverd) en is daarenboven niet klantvriendelijk ten aanzien van de organisator, dit veelal voor 1 enkel evenement.
De afschaffing van de occasionele drankvergunning zorgt voor een aanzienlijke vermindering en vereenvoudiging van de administratieve rompslomp. De gemeente of stad kan volledig zelf oordelen over de te volgen procedure en de noodzakelijkheid van het vervullen van de daarin al dan niet voorziene administratieve verplichtingen. In verschillende Vlaamse steden werd de afschaffing van de occasionele drankvergunning daarom inmiddels (met succes) doorgevoerd. De wetgeving die de mogelijkheid van de moraliteitstoets voorziet dateert bovendien uit 1953 en is derhalve niet meer aangepast aan het huidige occasionele feestgebeuren.
Verder heeft het afschaffen van de moraliteitstoets geen rechtstreeks invloed op de aansprakelijkheid van de gemeentelijke organen. De eindverantwoordelijkheid blijft bij de schenker van de gegiste en/of sterke drank. De basis hiervoor is onder meer terug te vinden in artikelen 4-6 van de Besluitwet van 14 november 1939 betreffende de beteugeling van de dronkenschap.
Bovendien impliceert de afschaffing van dergelijke occasionele vergunningen geenszins dat ook de meldingsplicht bij het organiseren van occasionele evenementen wordt afgeschaft. Er dient bijgevolg nog steeds een melding of aanvraag te gebeuren bij de politie of de bevoegde Dienst Evenementen, Feesten, Markten en Foren. Op deze manier blijven de bevoegde stadsdiensten op de hoogte teneinde eventueel op te treden bij mogelijke overlast en calamiteiten.
Teneinde de afschaffing van de occasionele drankvergunning duidelijk te stellen is het aangewezen om dit uitdrukkelijk in het Reglement voor het bekomen van een vergunning voor schenken van gegiste en/of sterke dranken bij de uitbating van drankgelegenheden te bepalen.
Om voornoemde redenen is het dan ook aangewezen het reglement op dit punt te wijzigen.
Wijzigt het Reglement voor het bekomen van een vergunning voor schenken van gegiste en/of sterke dranken bij de uitbating van drankgelegenheden, als volgt en dit met ingang van 1 maart 2017:
[Artikel 2: Definities
(...)
9° occasionele drankgelegenheid: drankgelegenheid die, naar aanleiding van om het even welke gebeurtenis van voorbijgaande aard, ten hoogste tienmaal per jaar en telkens voor niet langer dan vijftien opeenvolgende dagen wordt gehouden door een kring, een maatschappij of een particuliere vereniging, met uitzondering van de handelsvennootschappen en van feitelijke verenigingen met winstoogmerk. Drankgelegenheden gehouden op tentoonstellingen en op jaarbeurzen worden geacht occasionele drankgelegenheden te zijn, voor de gehele duur van de tentoonstelling of jaarbeurs, ongeacht de hoedanigheid van de exploitant (bv. fuif, kraam op gelegenheidsevenement,…)]
Wijzigt het Reglement voor het bekomen van een vergunning voor schenken van gegiste en/of sterke dranken bij de uitbating van drankgelegenheden, als volgt en dit met ingang van 1 maart 2017:
[Artikel 3: Doelgroep en toepassingsgebied
Elke drankgelegenheid, met uitzondering van een occasionele drankgelegenheid, die op het grondgebied van de Stad Gent wordt geopend dient voor de verkoop, het aanbieden of het schenken van gegiste en/of sterke dranken over een vergunning van de Stad Gent te beschikken.]
Wijzigt het Reglement voor het bekomen van een vergunning voor schenken van gegiste en/of sterke dranken bij de uitbating van drankgelegenheden, als volgt en dit met ingang van 1 maart 2017:
[Artikel 6: Occasionele drankgelegenheid
De uitbater van een occasionele drankgelegenheid dient over geen vergunning te beschikken en dient bijgevolg geen aanvraag daartoe in te dienen.
Het schenken van sterke drank voor gebruik ter plaatse in occasionele drankgelegenheden op openbare sportieve, politieke en culturele manifestaties is nog steeds onderworpen aan een speciale machtiging van het college van burgemeester en schepenen.]
Neemt kennis van de gecoördineerde versie van het Reglement voor het bekomen van een vergunning voor schenken van gegiste en/of sterke dranken bij de uitbating van drankgelegenheden, zoals gevoegd in bijlage.