Uit een enquête van ‘Het Nieuwsblad’ blijkt dat heel wat lokale besturen overwegen om geen verkiezingsborden meer te gebruiken bij de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar. In 10 van de 87 ondervraagde gemeenten blijkt een regeling op het niet-gebruik van verkiezingsborden al te bestaan. In 25 andere zijn gesprekken lopende om een dergelijke regeling in te voeren.
Voor het niet-gebruik van verkiezingsborden tijdens verkiezingscampagnes kunnen een aantal vanzelfsprekende argumenten aangehaald worden.
Ten eerste verkleint het niet-gebruik van verkiezingsborden de papier- en afvalberg die elke verkiezingscampagne met zich meebrengt. Ook het transport dat met de plaatsing en het (her)plakken van de borden, vaak via gemotoriseerd vervoer, valt weg. Op vlak van duurzaamheid betekent het niet-gebruik van verkiezingsborden dus een duidelijke winst.
Ten tweede blijken verkiezingsborden telkens opnieuw het voorwerp van vandalisme en beschadiging. Dergelijke borden bieden een weinig aantrekkelijke aanblik en kunnen zwerfvuil en sluikstort aantrekken. Het niet-gebruik van verkiezingsborden voorkomt dit probleem.
Ten derde zijn er voldoende andere – digitale en niet-digitale – communicatiemiddelen om campagne te voeren en om de bevolking te informeren over de verkiezingen. Uit diverse onderzoeken is al gebleken dat de impact van verkiezingsborden sowieso verwaarloosbaar is.
In die optiek zou een niet-gebruik van verkiezingsborden ook voor onze innovatieve en duurzame stad een goede zaak zijn.
Daarom, op voorstel van N-VA,
De gemeenteraad draagt het college van burgemeester en schepenen op om een initiatief te nemen over het niet-gebruik van verkiezingsborden tijdens de verkiezingscampagne voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2018. Aan de juridische dienst wordt opdracht gegeven de juridische aspecten na te gaan. Het college koppelt hierover terug naar de gemeenteraad.