Op 20 oktober 2014 keurde de gemeenteraad een subsidieovereenkomst met vzw FGDG goed.
De subsidie bedraagt 80.000 euro per jaar. Hiervan is 50.000 per jaar bestemd voor co-creatie projecten.
Dat vzw FGDG een geschikte partner is voor co-creatie werd verantwoord door te verwijzen naar het grote netwerk aan bedrijven en vastgoedfirma’s dat zij hebben uitgebouwd als organisator van de aanwezigheid van Stad Gent op de MIPIM beurs
Het eerste co-creatie project ”Kantoren in de binnenstad” werd door het college toegewezen op 30 oktober 2014.
In december 2015 nam het schepencollege akte van het eindrapport.
De tweede opdracht “bedrijventerreinen van de toekomst” volgde in april 2016 en loopt nog.
- Het eindrapport “kantoren in de binnenstad” is ondertekend door FGDG en Bopro nv.
- Het voorwoord begint met:
Kantoren in de binnenstad zijn een must om het levendige en dynamische karakter van Stad Gent te bewaren. Samen met alle belanghebbenden wil de stad daarom op zoek gaan naar antwoorden op de vraag: “Hoe zullen kantoren in de binnenstad eruit zien in 2030”?
In deze context werd FGDG, Flanders Ghent Development Group, gevraagd haar stakeholders te betrekken in een co-creatietraject. Bopro werd aangesteld als regisseur bij het begeleiden van dit traject.
- De eindfacturatie van vzw FGDG aan Stad Gent vermeldt een te factureren bedrag van €90.000. Daarvan gaat €80.000 naar Bopro.
Dit roept vragen op.
Wat op de gemeenteraad is voorgelegd als een subsidie aan een vzw blijkt de facto een opdracht uitgevoerd door een privé bedrijf.
Via de subsidiering van de VZW wordt deze studie zonder enige vorm van openbare aanbesteding aan Bopro toevertrouwd.
Er bestaan duidelijke linken tussen de vzw FGDG en nv Bopro, dezelfde namen komen terug in beide organisaties.
Hoe verklaart u dat een subsidie aan een vzw (in dit geval vzw FGDG) bijna integraal wordt doorgestort aan een nv (Bopro)?
Wat is uw visie op de verstrengeling van belangen, waarbij dezelfde persoon meerdere petjes opheeft, in dit dossier?