.
De invoering van het circulatieplan heeft de spanningen tussen verschillende weggebruikers doen toenemen.
Tijdens de commissie OMS van deze maand werd dit bevestigd door collega Stephanie D'hose die getuigde over hoe bewoners die met hun wagen in het autovrijgebied rijden kwaad worden aangekeken. Zij stelde vast dat: “het verkeer verruwd is, fietser tegen voetganger, auto tegen fietser enzovoort.”
Schepen Watteeuw bevestigde dit. Hij had het over “een soort territoriumgedrag bij fietsers en voetgangers die het autovrijgebied als hun zone beschouwen.” Daarom laat hij een vignet maken die bewoners van het gebied aan de voorruit van hun wagen kunnen leggen zodat voorbijgangers duidelijk kunnen zien dat zij een vergunning hebben om het autovrijgebied in te rijden.
Wij kennen allemaal ook het voorbeeld van de Lange Munt waar wrijvingen tussen fietsers en voetgangers al langer bestaan. Fietsers die er nu nog doorfietsen, ondanks het verbod ingevoerd door het circulatieplan, worden door voorbijgangers vrij snel terecht gewezen. Dat is niet verkeerd zolang het maar hoffelijk gebeurt.
Ook de politie bevestigt dat de spanning tussen verschillende weggebruikers toeneemt:
“Het klopt. Wij horen en zien het ook. Er is een zekere spanning bij de weggebruikers”, zegt Manuel Mugica Gonzalez, woordvoerder van de Gentse politie. “Automobilisten zijn ongeduldiger tegenover fietsers. Fietsers roepen naar automobilisten, ook al hebben die een vergunning. Iedereen eist zijn plaats op. Maar de weg is van iedereen, circulatieplan of niet.”
Het Nieuwsblad van 12/05/2017
In de gemeenteraad van november vroeg ik om een actie rond hoffelijkheid op te zetten. Tijdens het debat was iedereen het eens over het belang van hoffelijkheid in het algemeen en van hoffelijkheid in het verkeer in het bijzonder.
Enkele citaten uit het woordelijk verslag:
Burgemeester Termont
“Eerst en vooral vind ik dat u inhoudelijk meer dan 100 % gelijk hebt. Ik denk dat we allemaal samen grote inspanningen moeten doen om hoffelijker met elkaar om te gaan. Hoffelijkheid is ontzettend belangrijk.”
Schepen Decruynaere:
“Als mensen voorbeelden moeten geven van “waar is er meer nood aan hoffelijkheid?” dan is het verkeer een van de zaken die steeds terugkomt”
Schepen Decruynaere verwees naar een geslaagde campagne “hoffelijkheid in het verkeer” gericht op fietsers:
“In 2014, ik kijk naar mijn goede collega Watteeuw, is er een campagne opgezet, die precies daarover ging, ‘hoffelijkheid in het verkeer’, die eigenlijk de fietsers aansprak als het ging over “waar parkeer je? hoe gedraag je je ten opzichte van de andere weggebruikers?” op een heel ludieke, maar toch adequate manier. Dat is meer dan 40.000 keer bekeken. Er werd eigenlijk duidelijk gemaakt aan de fietsers, aan de Gentenaars, in het bijzonder de doelgroep van de studenten, die regels, en hoe gaan we met elkaar om in het Gentse verkeer?”
Burgemeester Termont was toen geen voorstander van een “maand van de hoffelijkheid” maar beloofde wel om iets te doen:
“Collega, ik beloof u dat we dat meenemen. Wij willen overleggen net, we nemen dat zeker mee, maar pin ons niet vast nu op die maand, alstublieft. Ik zou u durven voorstellen dat u uw voorstel terugtrekt, maar wij beloven u formeel dat we er iets rond gaan doen.”
Geconfronteerd met de groeiende onverdraagzaamheid tussen de verschillende weggebruikers kan een reactie van het stadsbestuur niet uitblijven.
Het schepencollege heeft al toegezegd iets te doen om hoffelijkheid onder de aandacht te brengen. Dit lijkt daarvoor het geschikte moment.
Daarom vraag ik aan het stadsbestuur om zo snel mogelijk een campagne op te zetten gericht op alle weggebruikers in Gent dat hen oproept tot verdraagzaamheid en hoffelijkheid in het verkeer.