Eind vorig jaar verscheen in Weekend Knack het artikel 'Het verhaal achter de schat die Gent door haar vingers liet glippen'.
Kort samengevat: vervuilde grond die tijdens de voorbereidende werken aan De Krook-site is afgevoerd en niet werd onderzocht door de dienst stadsarcheologie (die wel een ander deel van de site bestudeerde), is later wel onderzocht door vier metaaldetectoristen. Zij vonden ruim 4000 (!) archeologische voorwerpen. Achteraf werden de vondsten overeenkomstig de regelgeving gemeld aan de dienst stadsarcheologie, maar de metaaldetectoristen blijven zelf eigenaar van alle objecten.
De vondsten waren van een dergelijk belang – met heel wat markante en tot de verbeelding sprekende objecten – dat de metaaldetectoristen er in samenwerking met Nederlandse specialisten een lijvig boek aan gewijd hebben met prachtige illustraties: 'Gezocht en gevonden. Bodemvondsten uit Gent', uitgegeven door de Nederlandse Uitgeverij PolderVondsten (uit Hoorn) in 2016.
1. Hoe valt te verklaren dat de dienst stadsarcheologie niet tot een samenwerking met de metaaldetectorzoekers is gekomen?
2. Heeft de schepen plannen om deze collectie – volledig of gedeeltelijk voor de stad te verwerven? Zijn er plannen om deze vondsten – al dan niet samen –aan het Gentse publiek te presenteren (tentoonstelling, …)?
3. Ondertussen is er een nieuw decreet onroerend erfgoed in voege: heeft dit decreet aanleiding gegeven tot een bijsturing van visie en beleid op vlak van stadsarcheologie? Zijn situaties zoals het De Krook-verhaal voortaan uitgesloten?