Bij de éénmalige statutarisering van contractuele personeelsleden met minstens 12 jaar dienst bij de stad Gent waren 508 contratuele ambtenaren betrokken. De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur Liesbeth Homans heeft deze benoemingen vernietigd omdat de correcte procedures niet gevolgd werden. Volgens minister Homans druisen deze benoemingen in tegen het gelijkheidsbeginsel. Daarnaast heeft de minister het over 'cliëntelisme" omdat deze benoemingen gebeurd zijn amper één jaar voor de gemeenteraadsverkiezingen.
Onnodig te zeggen dat de vernietiging van dit besluit heel wat financiële repercussies heeft voor de betrokken personeelsleden. De reeds uitbetaalde vergoedingen moeten immers teruggevorderd worden.
Vraag is of er een wezenlijk en aanwijsbaar verschil bestond tussen de examens voor de statutaire én de contractuele functies.
Heeft de stad Gent de administratie van minister Homans geraadpleegd alvorens de 508 contractuele ambtenaren statutair te benoemen?
Werden de contractuele functies waar het hier specifiek over gaat, opengesteld voor andere kandidaten (waaronder de statutaire personeelsleden)? Werden de vacatures voldoende duidelijk gecommuniceerd zodat iedereen kans had op deze jobs? Dit zijn immers de hoofdredenen waarom minister Homans de beslissing vernietigd heeft.
Was er een verschil tussen de respectieve vergelijkende examens voor de contractuele en statutaire personeelsleden?
Zo ja, in welke zin verschilden de respectieve vergelijkende examens van de contractuele en de statutaire personeelsleden waarnaar het stadsbestuur steeds verwijst, van elkaar?
Waarom werden er examens ingericht voor contractuele functies als het stadsbestuur zogezegd steeds de intentie had om te streven naar de aanwerving van statutaire personeelsleden?