Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, art.1.4.7;
Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de voorwaarden waaraan personen moeten voldoen om als ambtenaar van ruimtelijke ordening te kunnen worden aangesteld (19/05/2000 en latere wijzigingen), art.13
Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, art.1.4.6. §1
In zitting van 20 februari 2017 heeft de gemeenteraad alle medewerkers van de afdeling Stedenbouwkundige Vergunningen van de Dienst Stedenbouw en Ruimtelijke Planning die decretaal in aanmerking komen, aangewezen als gemeentelijk omgevingsambtenaar, dit met het oog op de inwerkingtreding van het Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, toen voorzien op 1 juni 2017.
Op 24 mei 2017 keurde het Vlaams Parlement het Voorstel van decreet houdende de nadere regels tot implementatie van de omgevingsvergunning, waarbij de inwerkingtreding voor de gemeenten (met uitzondering van de 4 gemeenten die al zijn ingestapt) wordt uitgesteld tot 1 januari 2018, goed.
Onder meer in het licht van de komst van de omgevingsvergunning, werd de interne werking van de Dienst Stedenbouw en Ruimtelijke Planning grondig herschikt. Vooral voor de Afdeling Stedenbouwkundige Vergunningen en het Loket Stedenbouw en Openbaar Domein betekent dit een grote wijziging in zowel de aansturing van de medewerkers als de manier van werken en verdeling van opdrachten. De figuur van de leidinggevende stedenbouwkundige ambtenaar wordt verlaten, zijn inhoudelijke rol wordt behouden en opgenomen door een groter aantal mensen die er alle voor in aanmerking komen en over de nodige ervaring beschikken.
Nagenoeg alle als omgevingsambtenaar ruimtelijke ordening aangewezen medewerkers, beschikken over een diploma ruimtelijke ordening waardoor ze decretaal voldoen aan de vereisten om als gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar te worden aangesteld.
De rol van de gemeentelijk omgevingsambtenaar is geïnspireerd op de rol van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar en de inhoudelijke opdrachten zijn nagenoeg identiek.
In aanloop naar 1 juni werd de interne herschikking stapsgewijs en intussen nagenoeg integraal uitgerold. Voor de nog lopende stedenbouwkundige vergunningsaanvragen en verkavelingsaanvragen, blijft de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar echter bevoegd, waardoor die nog een aantal taken moet opnemen en de omgevingsambtenaren hun toekomstige rol nog niet ten volle kunnen opnemen.
Het uitstel naar 1 januari maakt dat de overgangsperiode verlengd wordt en de interne herschikking van de dienst Stedenbouw en Ruimtelijke Planning nog steeds niet integraal zou kunnen worden uitgerold. Dit betekent een suboptimale werking en hogere werkdruk bij de 4 gemeentelijk stedenbouwkundige ambtenaren die momenteel nog die rol opnemen.
Het aanwijzen van extra gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaren biedt hiervoor een oplossing en laat toe de interne herschikking uit te rollen zoals voorzien.
Wijst de personeelsleden, die worden vermeld op de bijgevoegde en integraal van de beslissing deel uitmakende lijst, aan als gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar.