In de bevoegde commissie van 13 oktober jl. stelde we vanuit de Groen-fractie een vraag over de mogelijkheid van rotatiebegrazing op weilanden in de Gentbrugse Meersen. De schepen antwoordde toen dat hij de dag daarop hierover overleg zou hebben met de bevoegde diensten, en vroeg daarom om de vraag opnieuw te stellen zodat hij beter geïnformeerd zou kunnen antwoorden. Wat we met deze vraag dus doen.
In tal van natuurgebieden worden begrazers ingezet voor het beheer. Deze dieren houden de ruimte open, voorkomen dat door verruiging ongewilde bebossing optreedt en hebben een directe invloed op de aanwezige biodiversiteit.
Een nieuw experiment dat we zien opduiken is rotatiebegrazing, dat als doel heeft de bodemstructuur te verbeteren en mogelijks CO2 op te slaan. Het gaat om methodes waarbij gecontroleerd begrazing wordt toegelaten in een rotatiesysteem. De grazende dieren worden in dichte kuddes over kleinere percelen geleid. Een perceel wordt zo heel intensief begrazen en nadien niet meer betreden tot het volgende seizoen.
Een aantal lokale boeren vragen zich nu af of dit systeem niet geschikt zou zijn voor de Gentbrugse Meersen. De combinatie van natuurbeheer en (kleinschalige) landbouw zou voor heel wat voordelen zorgen. Volgens sommige experten is in een meersensysteem nabegrazing met runderen meestal een goede zaak. Dat lijkt dan goed op de hooiweidesystemen uit het verleden, die op heel veel plaatsen beschreven zijn.
Graag verneem ik van de schepen of deze nieuwe methode wordt overwogen bij het beheer van de nieuw verworven stukken Gentbrugse meersen?
Kan een experiment opgezet worden met een actieve monitoring vanuit de academische wereld?