Een rolstoelgebruiker meldt mij volgende problemen:
Hij meldt dat de toegankelijkheid van het centrum voor rolstoelgebruikers, o.m. de Veldstraat, een ramp is.
De Veldstraat is door zijn kasseien en bulten onberijdbaar voor rolstoelgebruikers.
Ook is er geen informatie beschikbaar over de horecazaken die toegankelijk sanitair hebben.
Hij maakt graag gebruik van de Minder Mobiele Centrale, maar daar moet 2 dagen op voorhand worden aangevraagd.
Ook de verplaatsingen met De Lijn verlopen niet van een leien dakje. Je moet 2 dagen op voorhand bellen, zodat een aangepast voertuig aanwezig is, en dan is de chauffeur verplicht de rolstoelgebruiker te helpen.
Indien de rolstoelgebruiker spontaan wenst mee te rijden met een aangepast voertuig, moet men rekenen op de goodwill van de chauffeur om de rolstoelgebruiker te helpen. Dit zou toch wel klantvriendelijker kunnen worden aangepakt?
Verplaatsingen moeten dus 2 dagen op voorhand worden gepland, een spontane verplaatsing is niet mogelijk.
Het is duidelijk dat er een en ander toch moet worden aangepakt.
1.‘Wanneer komt er degelijke informatie voor rolstoelgebruikers om enerzijds gemakkelijker het centrum te kunnen bereiken en anderzijds waar in de bestaande horecazaken toegankelijk sanitair aanwezig is?.’
Het probleem van de toegankelijkheid van de binnenstad is gekend en daar wordt aan gewerkt.
Enerzijds is er het materiaalgebruik: kasseien.
Omwille van het historisch karakter van de kuip van Gent heeft de dienst Monumenten en Architectuur van de Stad altijd gepleit om kasseien te gebruiken bij de her aanleg van wegen en voetpaden.
Sinds kort werd samen met de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, de dienst Stedenbouw en Ruimtelijke Planning, het Mobiliteitsbedrijf en dienst Monumenten en Architectuur het Integraal Plan Openbaar Domein opgemaakt.
Dit is een leidraad waarin o.a. de te gebruiken materialen afhankelijk van de locaties bepaald zijn voor de hele stad.
Zo werd erin opgenomen dat voor de binnenstad natuursteenmaterialen gebruikt moeten worden die qua textuur en kleur aansluiten met de beige- en grijstinten van de historische gebouwen.
Dit werd voor het eerst toegepast binnen het KoBra project (her aanleg Korenmarkt, Emile Braunplein en aanliggende straten) en waar candela grez met vlakkere afwerking en groter formaat werd geplaatst.
De Korenmarkt is al een grote stap vooruit want de betegeling mag dan ook niet te effen zijn om het risico op uitglijden bij regen te beperken.
Wat de voetpaden betreft.
Er wordt gestreefd naar een vrije doorgangruimte van 1.50 m, met een minimum van 1.20 m.
Ook hier wordt aan gewerkt:
In 2010-2011 werden 40 horeca zaken gescreend op vlak van toegankelijkheid. De terugkoppeling naar de horeca uitbaters en het geven van verbetersuggesties is door de cel Personen met een Handicap gebeurd.
Verder zijn er een aantal initiatieven waarbij o.a. de horeca-uitbaters gestimuleerd worden om hun zaak toegankelijk te maken.
In samenwerking met VFG en de horecacoach en in overleg met de dienst Economie wordt momenteel bekeken of de mogelijkheid bestaat een subsidie toe te kennen wanneer men als handelaar een inspanning doet op vlak van toegankelijkheid: bijvoorbeeld door het aankopen van een bellend vlak (= een hellend vlak gekoppeld aan een bel) en anderzijds worden de zaken die over een aangepast toilet beschikken in kaart gebracht.
Meer hierover kan u terugvinden op www.plasactie.be.
2.‘Hoe zal deze informatie worden verspreid?’
Aan het Wegen Informatie Systeem (WIS) (= digitale stadskaart dat wordt gebruikt als instrument voor o.a. het materiaal en de kwaliteit van de wegen/trottoirs/fietspaden in kaart te brengen…) zijn ondertussen reeds meer gegevens gekoppeld zoals
Voor het ontsluiten van de gegevens naar de burger wordt door de Stad Gent samengewerkt met de Artevelde hogeschool.
De opdracht voor de studenten is het ontwikkelen van een App op basis van een profiel dat de burger zelf kan aanmaken. De bedoeling is dat alle toegankelijkheidsgegevens van de route van punt A naar punt B die de burger uitstippelt kan geconsulteerd worden. Deze App wordt verwacht tegen juni 2013.
Deze informatie zal uiteraard ook op papieren versie verkrijgbaar zijn en bovendien ook nog tactiel voor de personen die blind of slechtziend zijn.
In samenwerking met de universiteit Gent en Green We Can zal aan het Muinkpark eind januari ’13 een proefproject starten waarbij de gebruikers van aangepaste parkeerplaatsen via GPS zullen kunnen zien waar en welke aangepaste parkeerplaats vrij is.
Alle digitale info zal ook op papier kunnen weergegeven worden. We streven ernaar om de plannen ook tactiel (= voelbaar) te maken.
Drie toeristische plannen die door de Stad zijn uitgewerkt, werden gescreend in functie van integrale toegankelijkheid.
Er wordt nu gewerkt aan het uittekenen van 'tactiele' plannen waar informatie voor alle doelgroepen zal terug te vinden zijn. Op die looproute wordt de toegankelijkheid van het openbaar vervoer, parkeerplaatsen, sanitair en merkwaardige gebouwen mee opgenomen. We hopen dit medio 2013 te kunnen ter beschikking geven aan de burgers.
3.‘Wordt er door de toegankelijkheidsambtenaar aangedrongen bij De Lijn om zich klantvriendelijker op te stellen t.a.v. rolstoelgebruikers?’
Bij hun opleiding krijgen de chauffeurs een pakket over toegankelijkheid. Bijkomend wordt gedurende hun loopbaan hier nog aandacht aan geschonken.
Onze samenwerking met De Lijn is goed.
Zowel met de coördinator toegankelijkheid in de centrale diensten in Mechelen als bij De Lijn Oost-Vlaanderen.
Bovendien zijn er structurele overlegplatforms waarop De Lijn en de Toegankelijkheidsambtenaar aanwezig zijn en waar knelpunten rond mobiliteit of projecten bekeken worden
Elk signaal dat de toegankelijkheidsambtenaar van een burger krijgt wordt doorgegeven aan De Lijn.
Raadslid Stevens bedankt de schepen voor zijn voor antwoord. Met de opmerking van collega Matthijs gaat ze akkoord dat de binnenstad een middeleeuwse stad is maar dat is geen argument. Het stratenplan is wel middeleeuws, maar de stratenaanleg is niet meer overal middeleeuws, veel pleinen zijn vernieuwd en gemoderniseerd. Zelfs in de Veldstraat worden wel kasseien gebuikt voor het middeleeuws karakter maar er zijn bepaalde straten nog middeleeuws aangelegd, waar nog veel putten zitten en het dus ook voor fietsers en niet alleen voor rolstoelgebruikers gevaarlijk is. Dat heeft niets te maken met middeleeuws, we moeten toegeven dat de aanleg beter kan.
De Korenmarkt is een goed voorbeeld waarop dit gemoderniseerd kan zijn met toch een middeleeuws karakter. Je kan werken met vlakke kasseien, ook met minder bolle, het ziet er uit als een kasseienplein en middeleeuws, maar geeft minder problemen voor fietsers en ouders met een kinderwagen.
Wat betreft de beveiliging en signalisatie voor blinden en slechtziende is het raadslid blij dat het convenant er is en dat er samenwerking is met Enter VZW, maar desondanks wordt dit in de praktijk niet altijd toegepast. Dus op het terrein zelf, aan de werven zelf zou toch een controle moeten gebeuren om ervoor te zorgen dat de arbeiders zeker voor ze weggaan alles mooi afsluiten. Een ongeval kan soms niet vermeden worden, maar alles moet in zake gesteld worden om dat wel t e doen.
Als het gaat over De Lijn: het klopt dat men vooraf moet melden als men als rolstoelgebruiker een bus wil nemen. Maar als men als rolstoelgebruiker zich aan de bus aanbiedt en hij heeft geen assistentie nodig om op de bus te geraken, is de chauffeur wel verplicht om de rolstoelgebruiker mee te nemen. Als de bus vol is kan er natuurlijk niemand mee, maar als de bus een verlagend vlak heeft en er is plaats op bus, kan die wel mee.
De voorzitter vraagt aan mevrouw Stevens of zij dan aan de schepen suggereert om aan de schepen van Openbare Werken duidelijk te maken dat hij daar in moet tussenkomen zodat er betere signalisatie is rond werven.
Raadslid Stevens beaamt dit. Als er convenanten zijn is het nodig toe zien dat er effectief op het terrein gebeurt wat in het convenant staat.
Schepen Tapmaz valt raadslid Stevens bij. Convenanten moeten niet enkel inhoudelijk sterk zijn. Hij belooft de suggestie voor te leggen aan schepen Watteeuw dat daar echt ook een opvolging voor wordt voorzien.
Raadslid Van Pee heeft nog een kleine vraag in verband met de heraanleg van de Veldstraat. Daar heeft men nu ‘bulten’ gelegd, die misschien wel heel mooi zijn maar praktisch voor de rolstoelgebruikers minder goed zijn.
Gemeenteraadslid Anne Schiettekatte vraagt zich af of die ‘bulten’ niet verward worden met de speciale plateauverhogingen voor slechtzienden. Anders vreest ze dat dit een eindeloze discussie wordt.
Ook raadslid Stevens vraagt zich af wat de heer Van Pee bedoelt met ‘bulten’. Je hebt bij de tram een ijzeren afroostering of bedoel je de kasseien in het algemeen in de Veldstraat?
Raadslid Van Pee heeft het gehad over kasseien in de straat zelf, maar verwijst anderzijds naar de ‘bulten’ in de voetpaden.
Raadslid Schiettekatte veronderstelt dat het al lang geleden is dat de heer Van Pee in de Veldstraat is geweest.
Raadslid Van Pee geeft dit toe maar suggereert raadslid Schiettekatte hem uit te nodigen om samen te gaan shoppen.
De voorzitter vraagt aan de heer Van Pee of er nu duidelijkheid is over welke ‘bulten’ hij precies bedoelt.
Schepen Tapmaz besluit dat hij geen weet heeft van ‘bulten’.
Gemeenteraadslid Bram Van Braeckevelt heeft nog een algemene vraag voor deze commissie. Als het gaat over toegankelijkheid en personen met een handicap is het belangrijk om voor een integrale aanpak te pleiten. Hier zijn vragen gesteld die niet alleen voor schepen Tapmaz bedoeld zijn, maar ook voor andere schepenen. Over het algemeen zouden een aantal vragen rond toegankelijkheid beter ook in andere commissies behandeld worden. Wordt daar controle op gedaan of kunnen we dat op een ander manier beter begeleiden naar de juiste commissies?
Schepen Tapmaz legt uit dat hij schepen is van Toegankelijkheid, hetgeen een bevoegdheid is over de departementen heen, dus de antwoorden die hier geformuleerd worden, zijn opgesteld in samenspraak met alle bevoegde diensten. Het is moeilijk werkbaar om in elke commissie afzonderlijk toegankelijkheid te behandelen
Raadslid Van Braeckevelt wijst erop dat hij enkel een pleidooi voor integrale aanpak hield en begrijpt het antwoord van de schepen.
vr 25/01/2013 - 09:48