1. Heeft de kuisactie ondertussen plaatsgevonden? Welke personeelsleden hebben hier aan deelgenomen: operationele politiemensen of CALOG-personeel? Hoeveel manuren werden hier in totaal in geïnvesteerd? Wat is het totale kostenplaatsje van deze actie, de personeelskost inbegrepen?
2. Wat was het resultaat van de actie? Welke beschadigingen werden vastgesteld? Welke materialen bleken uit de wagens en combi’s te zijn verdwenen?
3. Welke andere maatregelen worden er al dan niet genomen om te verhelpen aan het soms slordig omspringen met politiemateriaal door personeelsleden?
Met vriendelijke groeten,
Siegfried BRACKE
Gemeenteraadslid N-VA
Een goed beheer van het voertuigenpark is belangrijk en is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gebruiker tot beheerder. De korpsleiding was dan ook positief verrast door het initiatief dat in dit dossier door de Interventiedienst genomen werd.
Een werkgroep boog zich over de vraag hoe ervoor gezorgd kan worden dat de dienstvoertuigen van de interventiedienst netter blijven (vooral de netheid binnenin is een probleem) en de operationele voorzieningen, waar met name de combi’s mee uitgerust worden aanwezig, zijn en blijven en geregeld op goed functioneren nagezien worden. De voertuigen van de interventiedienst worden zeer intensief en door telkens andere personeelsleden gebruikt. Een goede opvolging is dus noodzakelijk, naast een door de medewerkers respectvol omgaan met deze materiële middelen.
De werkgroep vatte het idee op om, bij wijze van nulmeting, de voertuigen van de interventiedienst aan een grondige controle te onderwerpen en ze meteen tevens een kuisbeurt te geven. De bedoeling is om alle voertuigen te inspecteren op koetswerkschade en op volledigheid en goed functioneren van de uitrusting. Van alle voertuigen zou een afzonderlijk dossiertje worden aangelegd ondersteund met het nodige fotomateriaal van vastgestelde schade. Om deze klus te klaren deed de leiding van de interventiedienst een oproep naar vrijwilligers. 35 inspecteurs en hoofdinspecteurs gaven zich op om bij te dragen tot deze eenmalige operatie. Het was een mooi signaal van hun betrokkenheid bij het werk en naar hun collega’s van de interventiedienst toe. In een problematiek die voor een stuk met mentaliteit en attitude te maken heeft is het niet onbelangrijk dat de medewerkers zelf het nut van een dergelijk initiatief inzien.
De huidige stand van zaken is dat door de vele opdrachten (interventies, patrouilles, ordediensten, acties) die de politie de afgelopen maand diende uit te voeren, slechts een viertal vrijwilligers een tweetal voertuigen onder handen konden nemen. Het politiewerk heeft uiteraard steeds voorrang en de autocontrole en -wasactie wordt enkel uitgevoerd in de zgn. Y-week (een week met dagdiensten waarbinnen de politiemensen hun schrijfwerk kunnen doen, opleidingen kunnen volgen e.d.) en dan nog voor zover er tijdens die Y-week geen andere meer prioritaire politietaken te verrichten zijn.
Het is dus fout om te stellen of te concluderen dat er hierdoor minder blauw op straat te zien is.
Gelet op de beperkte uitvoering die de actie tot op heden kende, kunnen er nog geen conclusies getrokken worden en is het nog te vroeg voor een evaluatie.
Naar de nabije toekomst toe is het de bedoeling dat de directie beheer van de politie een voorstel aan het college voorlegt om een deel van het voertuigenpark, nl. de auto’s van de interventiedienst, te laten reinigen door een externe dienstverlener. Het reinigen van de dienstvoertuigen gebeurt nu in de carwash bij de federale politie op de Groendreef, hetzij door medewerkers van de dienst middelen, hetzij door de gebruikers zelf die hiervoor bij de logistieke dienst jetons kunnen afhalen waarmee ze zich tijdens hun dienstbeurt op de carwash Groendreef kunnen aanbieden. Deze werkwijze blijkt echter niet effectief genoeg om de intensief gebruikte voertuigen van de interventiedienst in voldoende staat van netheid te houden, vandaar de piste om deze opdracht voor een deel van het voertuigenpark van de politie uit te besteden.
vr 25/01/2013 - 11:10