Op 8 januari 2013 verschenen verontrustende berichten in de media over het aantal winkelbezoekers in de Veldstraat de voorbije 4 jaar. Hieruit blijkt een opvallende negatieve trend voor de Veldstraat.
Doet het departement Werk en Economie gelijkaardige onderzoeken, en houdt het hierover statistieken bij?
- Verschillen deze onderzoeken methodologisch (telmethode, ‘bezoeker’, telperiode, etc) van die van Fastigon?
- Beperkt deze zich ook tot de Veldstraat, of gaat het om een ruimer gebied (welk) ?
- Is er sprake van een monitoring ?
- Doet het departement Werk en Economie gelijkaardige vaststellingen?
- Zo ja/neen, wat zijn hiervoor de mogelijke verklaringen ?
|
Met vriendelijke groeten, |
|
|
Sven Taeldeman raadslid |
|
|
Schepen Christophe Peeters antwoordt dat de dienst Economie zelf geen tellingen doet, die worden aangekocht van gespecialiseerde bedrijven. De laatste telling werd aangekocht van Locatus in 2010 en daaruit is gebleken dat de Veldstraat gemiddeld 165.000 passanten telt. Recentere tellingen zijn nog niet voorhanden. |
|
Er zijn verschillende methodieken om passantentellingen te doen. Er wordt steekproefgewijs op bepaalde welgekozen tijdstippen ( op een weekdag, een zaterdag, tijdens de zomer, tijdens de winter) gedurende een bepaalde tijd gekeken hoeveel mensen passeren en daar worden dan een aantal parameters op toegepast. Deze cijfers zijn uiteraard niet accuraat. We zijn niet van plan om zelf vaststellingen te doen, we laten dit over aan de gespecialiseerde bedrijven. Monitoring zit er ook niet meteen in, als er nieuwe tellingen op geregelde tijdstippen komen zullen we dit eens moeten bekijken. De passantentelling beperkt zich niet enkel tot de Veldstraat maar reikt vanaf de Veldstraat tot Lange Munt, de voornaamste shopping-as tussen Kouter-Vrijdagmarkt. De verklaring voor het dalend aantal winkelbezoekers ligt in een aantal grote bouwwerkzaamheden in deze buurt, het probleem van de leegstand in Post-Plaza en het aanslepen van de KoBra-werken. Ook de onderbreking van de tramlijnen tijdens de KoBra-werken en nu de PAG-as heeft gevolgen voor de bereikbaarheid in het centrum. Er wordt overleg opgestart met de dekenijen om de binnenstad onder te verdelen in winkelsfeergebieden en te bekijken hoe die verschillende sfeergebieden beter in elkaar zouden kunnen overvloeien. Aangaande de bereikbaarheid van de binnenstad met de wagen spreekt men in het bestuursakkoord over een geleidelijke overgang. Er zal eerst moeten gezorgd worden voor een waardig, comfortabel alternatief vooraleer men auto’s uit de stad wil bannen. Raadslid Taeldeman herhaalt dat de erkenning van bereikbaarheid met de tram belangrijk wordt. Hij vraagt of de tellingen uitgevoerd door Locatus manueel gebeuren en of er periodiek tellingen worden aangekocht en of hier een trent in vastgesteld wordt. Schepen Peeters benadrukt dat het centrum vooral op een comfortabele manier moet bereikt kunnen worden door iedereen. De heer D. Van Royen, ambtenaar Werk en Economie, zegt dat zij uiteraard geïnteresseerd zijn in de koop- en loopstromen in Gent. Sedert 2009 is er prospectie gedaan en werd gekozen voor Locatus , de tellingen gebeuren inderdaad op een zeer mechanische manier.Vandaar dat er nu recent getest wordt met een meer technologische methodiek gesteund op socio-media en aankoopgedrag in winkels.
|