In het bestuursakkoord lezen we het volgende:
“We investeren in onderwijs en werk als hefbomen tot sociale inclusie;
Onderwijs moet zeker die jongeren met minder kansen zoveel mogelijk ondersteunen.
In Gent vertalen we dat als talentgericht onderwijs op maat, dat betaalbaar en toegankelijk is voor iedereen, het hele leven lang.
We willen kinderen en jongeren met een beperking zoveel mogelijk kansen geven om binnen het bestaande ‘gewone’ onderwijsaanbod te leren en hen daarbij de nodige ondersteuning bieden.”
De stedelijke Freinetschool Het Labyrinth stelt op zijn website:
Nochtans wordt een leerling met het Downsyndroom die zijn basisschool in het vrij onderwijs heeft gevolgd, geweigerd. De draagkracht van de school wordt ingeroepen . De ouders hebben zich bijna vier maanden geïnformeerd en nu komt het verdict: uw kind wordt geweigerd! De huidige school werd via de zorgcoördinator heel kort gecontacteerd nadat intern al de beslissing was genomen om te weigeren. Met de huidige leerkracht en met het omkaderende team was er geen contact …
Op uw vragen over inclusief onderwijs wens ik volgende te antwoorden:
Zoals in het bestuursakkoord vermeld, wil het stadsbestuur kinderen en jongeren met een beperking zoveel mogelijk kansen geven binnen het bestaande “gewone “onderwijsaanbod en hen daarbij de nodige ondersteuning bieden.
Daarnaast blijft de Stad Gent verder investeren in het buitengewoon onderwijs.
Ikzelf geloof sterk in de kracht van het inclusief onderwijs, zowel voor de leerling zelf, als voor de klasgroep.
Zo sluit het gewone onderwijs het best aan bij de normale sociale omgeving waarin de leerling opgroeit en bevordert het zijn sociale integratie.
Bovendien leert hij veel bij van zijn klasgenoten. De klasgroepen met een inclusieleerling vertonen meer sociale attitude en leren in de praktijk omgaan met diversiteit.
Algemeen wordt inclusie binnen het stedelijk onderwijs als meerwaarde ervaren.
Of inclusief onderwijs de beste optie is, hangt van vele factoren af, zoals de kenmerken en de graad van de handicap, de beperking of het probleem van het kind, de school- en klasomgeving waarin het kind terechtkomt, de mogelijkheden aan extra ondersteuning die kan geboden worden, de motivatie van het kind zelf, enz.
De scholen maken per kandidaat-leerling de afweging of ze over voldoende draagkracht beschikken vooraleer een definitieve inschrijving te realiseren.
Ik heb veel respect voor de ouders, die enkel het beste voor hun kind beogen.
Helaas botsen ouders van kinderen en jongeren met een beperking nog vaak op onbegrip in scholen en wordt een vraag tot inschrijving ontraden zonder voorafgaand contact met hen of met de jongere zelf.
In het geval van het Labyrint is er wel een bespreking geweest in het schoolteam, met de ouders en de jongere zelf en met de huidige school van het kind.
Omwille van de bestaande context van de school en omdat de zorg die de school kan bieden voor deze specifieke leerling te beperkt is, formuleerde de school een negatief advies aan de ouders.
De school kan de inschrijving van de jongere niet weigeren.
Als de ouders de jongere willen inschrijven, zal de school het inschrijvingsverslag van de lagere school vragen en de jongere inschrijven onder ontbindende voorwaarde. De school zal daarop verder onderzoeken of ze voldoende draagkracht heeft om deze jongere op te nemen.
Indien de school van oordeel is niet over voldoende draagkracht te beschikken, zal ze ‘de weigering tot inschrijving’ melden aan het Lokaal Overleg Platform.
Hierop start deze automatisch een bemiddeling op met de ouders, teneinde een oplossing te vinden.
Indien dit geen soelaas biedt, kunnen de ouders bij de “Commissie Leerlingenrechten” terecht.
Deze zal oordelen of de school inderdaad over onvoldoende draagkracht beschikt om deze jongere in de school op te nemen.
di 19/02/2013 - 15:54