Een dossier dat reeds jaren loopt, is dat van het centraal erfgoeddepot. De noodzaak aan
depotruimte voor de meer dan 250.000 objecten van de Gentse musea is groot. In juni 2012 werd
beslist de onderhandelingen op te starten met Sabeen, een dochteronderneming van Katoen Natie.
Naast de realisatie zou het ook moeten instaan voor de dienstverlening, het beheer en de
exploitatie van het depot.
Wat is de stand van zaken in dit dossier? Hoe lopen de gesprekken met Sabeen?
Is al duidelijk of het depot in een bestaand gebouw komt of moet worden gebouwd?
Is de schepen bereid te onderzoeken hoe het depot zo ecologisch mogelijk kan?
Wat is de verdere timing in dit dossier?
Mijnheer Vandekerckhove, dankuwel voor uw vraag. Sta me toe kort de voorgeschiedenis van dit dossier te schetsen, nadien zal ik een antwoord geven op elk van de vragen die u stelde.
Zoals u weet is het erfgoeddepot geen nieuw dossier, oorspronkelijk bestond er een plan om een erfgoeddepot te bouwen in de Sloepstraat, in december 2010 bleek echter dat zelf een depot bouwen financieel niet haalbaar was, en werd een nieuwe oplossing gezocht.
In juni 2011 werd daarom een onderhandelingsprocedure met bekendmaking opgestart. Er werd een budget van 540.000 euro incl. BTW per jaar vooropgesteld om een private partner te vinden die een erfgoeddepot zou bouwen en exploiteren. Een zogenaamde design, build, finance en operate overeenkomst. Dit zou een overeenkomst voor 20 jaar worden.
Op 15 december 2011 heeft het college beslist om 3 van de 4 ingediende kandidaturen te selecteren en de respectievelijke kandidaten uit te nodigen om een offerte in te dienen.
In het college van 7 juni 2012 heeft het college een tussentijds evaluatieverslag en een rangschikking van de offertes goedgekeurd en beslist om de onderhandelingen op te starten met de preferred bidder Sabeen NV met de bedoeling om:
Tot zover de voorgeschiedenis, nu een antwoord op uw vragen:
De onderhandelingen met NB Sabeen werden, zoals ik net zei, in juni vorig jaar opgestart. Echter, bij mijn aantreden in januari bleek dat het onhaalbaar was om met deze preferred bidder tot een overeenkomst te komen die binnen de krijtlijnen van het bestek en het budget viel. De belangrijkste breekpunten waren:
U moet weten, dat op het moment dat het bestek voor deze opdracht werd uitgeschreven er nog géén erfgoeddepots in Vlaanderen bestonden. Voor de opmaak van het bestek en het bepalen van het bedrag dat hiervoor moest voorzien worden, werd geput uit opgebouwde kennis in het buitenland (met name het erfgoeddepot van Dordrecht in Nederland). Intussen hebben we geleerd dat de voorziene eisen en dwingende bepalingen zoals vaste prijs, zakelijk recht op de grond, en dergelijke de onderhandelingen ernstig bemoeilijken.
Bij mijn aantreden in januari was het snel duidelijk dat ook met bijkomende onderhandelingen niet tot een overeenkomst kon gekomen worden die zou beantwoorden aan de voorwaarden uit het bestek én het budget. Ik vind de realisatie van een erfgoeddepot te belangrijk om het nog langer te laten aanslepen.
Daarom heeft het college van 14 februari 2013 beslist om de hangende gunningsprocedure stop te zetten en op basis van het actuele bestek niet over te gaan tot gunning van de opdracht. Dit met de bedoeling om een nieuwe procedure te lanceren op basis van een nieuw bijzonder bestek waarvan de voorwaarden en modaliteiten een grotere kans bieden tot een succesvolle afronding van de onderhandelingen en het waar maken van de ambities voor de realisatie van een centraal erfgoeddepot.
Uit de gevoerde onderhandelingen is gebleken dat een nieuwbouw met het beschikbare jaarlijkse budget van 540.000 euro niet haalbaar is. De kans is dan ook het grootst dat het uiteindelijke erfgoeddepot in een bestaande infrastructuur ondergebracht zal worden.
Ik ben zeker bereid dit te onderzoeken. In de oorspronkelijke gunningscriteria van het bestek werden geen expliciete gunningscriteria inzake duurzaamheid opgenomen. In het bestek werd wel gezegd dat de ingediende voorstellen moeten getoetst worden aan het onderzoeksproject ‘Energie zuinige gebouwen in de dienstensector. In het nieuwe bestek kunnen we duurzaamheid wel expliciet als beoordelingscriterium opnemen.
In het nieuwe plan van eisen zullen een aantal eisen op vlak van acclimatisatie ook lichter zijn dan in het oorspronkelijke bestek. Wetenschappelijk onderzoek heeft immers aangetoond dat het voornamelijk de schommelingen in luchtvochtigheid zijn die een negatieve invloed hebben en minder de schommelingen in temperatuur. Ook dit zal een positieve invloed hebben op de uiteindelijke ecologische impact van het erfgoeddepot.
Zoals ik al zei, is de beslissing om over te gaan tot een niet-gunning ingegeven door de uitdrukkelijke wens om dit lang aanslepende dossier tot een goed einde te brengen.
Hiervoor zetten we een aantal stappen: