Om op de inzet van de politie te besparen besloot het stadsbestuur al in 2010 om 16 speciale camera's aan te kopen om alle belangrijke toegangswegen tot het voetgangersgebied te controleren. De camera's met nummerplaatherkenning zouden automobilisten in overtreding flitsen en via het mobiliteitsbedrijf zou de politie gewaarschuwd worden.
Begin september werden bij wijze van proefproject één camera in de Jan Breydelstraat en twee camera’s aan de Sint-Michielshelling geïnstalleerd. Onlangs bleek dat deze camera’s na zes maanden nog altijd niet operationeel zijn.
Enerzijds zijn er technische problemen: de camera’s functioneren ’s avonds niet bij gebrek aan licht en het blijkt niet evident om een veilige software-link te ontwerpen tussen de computers van het mobiliteitsbedrijf en die van de politie. Anderzijds zou er nog geen begin gemaakt zijn met een begin van reglementering voor het gebruik van deze camera’s.
1. Hoe staat het met de oplossing van de genoemde technische problemen? Zijn er eventueel nog andere technische problemen? Binnen welke termijn zullen alle problemen verholpen zijn?
2. Welke timing ligt voor in verband met de reglementering? Is het wachten op de globale visie van het stadsbestuur op het gebruik van camera’s die in het bestuursakkoord wordt aangekondigd? Welke timing ligt er voor op dit vlak?
3. Welke kosten zijn er tot nu toe gemaakt voor dit project? Wat is het totale budget voor de uitvoering ervan? Welke bijkomende kosten zijn er eventueel in het licht van het oplossen van de technische problemen?
Antwoord van Frank Vanden Bulcke - directeur IVA Mobiliteitsbedrijf
Via deze weg geef ik u graag wat meer achtergrondinformatie rond het project.
Sinds september 2012 staan proefopstellingen van de camera’s in de Jan Breydelstraat en op het St-Michielsplein. We zijn toen gestart met het testen van de technische werking van de camera’s. Tot eind 2012 hebben we de werking van de camera’s continu verbeterd door stapsgewijs aanpassingen aan de techniek door te voeren. Concreet gaat het o.a. om het wisselen van lenzen, het wijzigingen van het gezichtsveld van de camera’s of het bijstellen van algoritmes. Op die manier zijn we tot een hoger percentage van correct vastgestelde lezingen gekomen.
De locaties waar we camera’s met nummerplaatherkenning willen gebruiken, verschillen fysiek sterk van elkaar: de breedte van de weg of de positie van het verkeersbord zijn bijvoorbeeld telkens anders. Bovendien is hetgeen waaruit een ‘geldige vaststelling’ moet bestaan, niet overal gelijk. In Gent moet op elk overzichtsbeeld een herkenbaar voertuig staan. Ook het verkeersbord waartegen de overtreding wordt vastgesteld, moet zichtbaar zijn. Indien dit niet het geval is, is de bewijslast van een vaststelling voor het Gentse Parket niet hoog genoeg. Merk op dat hetgeen waaruit een geldige vaststelling moet bestaan in andere steden waar met camera’s en nummerplaatherkenning wordt gewerkt, minder streng is. In Mechelen bijvoorbeeld moet het verkeersbord waartegen de overtreding gebeurt, niet op de overzichtsbeelden staan.
Bovenstaande redenen maken dat we op elke site maatwerk nodig hebben. Door de werking op elke site uitvoerig te testen, zorgen we ervoor dat het systeem er optimaal kan werken. Een grondige testfase neemt al snel heel wat tijd in beslag. Uiteraard is het wel zo dat wij nu ’leergeld’ betalen. Een aantal bijsturingen die nu doorgevoerd worden, zullen bij eventueel bijkomende locaties leiden tot een snellere implementatie.
Een antwoord op uw vragen:
1. Hoe staat het met de oplossing van de genoemde technische problemen? Zijn er eventueel nog andere technische problemen? Binnen welke termijn zullen alle problemen verholpen zijn?
Ook ’s nachts halen de camera’s een percentage correct gelezen nummerplaten van boven de 90%. Alleen zijn de voertuigen op de overzichtsbeelden volgens het parket onvoldoende herkenbaar, omdat we niet met zichtbaar licht bijlichten.
Dit kan een probleem zijn wanneer we:
• Tussen 16u30 en 18u00 tijdens de wintermaanden de vergunningen controleren (enkel tussen 11u00 en 18u00 kunnen we vergunningen controleren, daar buiten is een vergunning niet nodig om in de zone te laden en lossen).
• ’s Nachts het negeren van een toegangsverbod controleren (bijvoorbeeld een C3-bord, zoals in de Cataloniëstraat of de Jan Breydelstraat).
We werken aan een oplossing om ook ’s nachts een voldoende herkenbaar voertuig op de overzichtsbeelden te krijgen. Hiervoor willen we een testopstelling opzetten waarmee we nagaan hoeveel licht we nodig hebben en hoe we dit binnen de filosofie van het lichtplan van de binnenstad kunnen inpassen.
Momenteel komen alle vaststellingen in een database bij Digipolis/Stad Gent terecht. Aan de kant van de politie is eenzelfde database nog niet opgezet.
Ook de software die de politie zal gebruiken om de automatische vaststellingen te controleren, te bevestigen en vervolgens er ook voor zorgt dat processen verbaal kunnen worden opgesteld, moet nog worden ontwikkeld.
Er moeten nog enkele stappen worden doorlopen waardoor verbalisering pas begin 2014 zal kunnen gebeuren. Overigens is dit een timing waar we vanaf het begin mee rekening hebben gehouden. Haastwerk heeft hier absoluut geen zin, een onafgewerkt project in gebruik nemen, zal alleen maar leiden tot juridische problemen. Vandaar dat we dit liever grondig voorbereiden, in zeer nauw overleg met de politie en de gerechtelijke instanties.
2. Welke timing ligt voor in verband met de reglementering? Is het wachten op de globale visie van het stadsbestuur op het gebruik van camera’s die in het bestuursakkoord wordt aangekondigd? Welke timing ligt er voor op dit vlak?
De reglementering voor het gebruik van de camera’s bestaat er uit dat een samenwerkingsovereenkomst wordt ondertekend door de Procureur, de Directeur-Coördinatoren van de bestuurlijke politie, de Korpschef en de voorzitter van het politiecollege in een politiezone van meerdere gemeenten, de Burgemeester en de Gouverneur. Deze kan pas worden opgemaakt en ondertekend wanneer het definitieve systeem draait. Aangezien de software voor controle van de vaststellingen door politie, nog moet worden gebouwd, is dit nog niet aan de orde.
Verder zorgen we ervoor dat de goede werking van het systeem wordt gegarandeerd door het te laten voldoen aan de technische eisen gesteld in het KB van 12/10/2010 voor rode lichtdetectie. Dit gaat o.a. om het garanderen van veilige netwerkverbindingen, het encrypteren van datastromen of het beschermen tegen spanningsvallen.
3. Welke kosten zijn er tot nu toe gemaakt voor dit project? Wat is het totale budget voor de uitvoering ervan? Welke bijkomende kosten zijn er eventueel in het licht van het oplossen van de technische problemen?
Tot nu toe (december 2012) werd € 315.794,76 (incl. BTW) geïnvesteerd om het proefproject in de Jan Breydelstraat en op het St-Michielsplein op te zetten en aan te passen. Dit omvat o.a. camera’s, palen, technische kasten, netwerkinfrastructuur, databases, projectmanagement en uren gepresteerd door Digipolispersoneel om het project technisch te begeleiden en te faciliteren.
Behalve het camerasysteem investeren we ook in nieuwe software voor het beheer van vergunningen en in interactieve formulieren voor het aanvragen en verlengen van vergunningen. De kosten die we hiervoor hebben gemaakt komen op € 88.454,66 tot en met december 2012. Let wel, de kosten voor dit onderdeel hebben in feite niets te maken met het camerasysteem. Ook los van dit systeem zouden we dit projectonderdeel hebben uitgewerkt.
De kostprijs voor het gehele systeem is geraamd op € 1.155.000,00 voor het gedeelte camerasysteem met software voor afhandeling van de vaststellingen. Dit houdt in dat er op het St-Veerleplein, aan de Botermarkt, aan het St-Baafsplein, in de St-Niklaasstraat en aan beide kanten van de Cataloniëstraat ook camera’s worden geïnstalleerd.
Voor het gedeelte software voor het beheer van vergunningen en interactieve formulieren voor het aanvragen en verlengen van vergunningen is een budget van € 270.00,00 voorzien.
wo 27/03/2013 - 13:36