Uit een recent onderzoek over het verplaatsingsgedrag van de Gentenaars blijkt dat globaal genomen voor slechts circa 5% van de verplaatsingen een beroep wordt gedaan op de tram of op de bus. Dat is een status quo in vergelijking met het percentage uit 2000. Er is de afgelopen 12 jaar dus geen enkele vooruitgang geboekt. De schepen heeft zelf al in de pers erkend dat circa 5% ontstellend laag is en heeft alvast 10% als streefcijfer naar voor geschoven.
1. Hoe verklaart u dit lage percentage? In de pers haalde de schepen capaciteitstekort – met name op de spitsmomenten – als reden aan: betekent dit dat er tussen 2000 (5%) en nu (ook 5%) geen enkele capaciteitsuitbreiding was?
2. Welke oplossingen ziet het stadsbestuur als oplossing om op kortere en langere termijn veel meer Gentenaars op de tram en de bus te krijgen?
3. Wat is de huidige financiering die De Lijn van de stad ontvangt? Is de schepen van mening dat deze financiering in verhouding staat tot de mate waarin Gentenaars van tram en bus gebruik maken? Wordt deze financiering in de toekomst behouden of bijgestuurd?