160 dossiers over mogelijke schijnerkenningen van kinderen in het kader van mogelijke migratiefraude laat staatssecretaris voor asiel en Migratie Maggie De Block momenteel onderzoeken.
In de pers bevestigde ondermeer de dienst bevolking van Antwerpen het fenomeen en maakte meteen duidelijk dat men vrij machteloos staat wanneer fraude wordt vermoed. Als het zou kloppen dat moeders zich valselijk en vermoedelijk tegen betaling lenen om te verklaren dat hun zoon of dochter als vader die onbekende is die uit is op een verblijfsvergunning, dan is dat vooral kwalijk voor het kind in kwestie.
Heeft de Dienst Bevolking in Gent al vermoedelijke fraudegevallen inzake schijnerkenningen van een Belgisch kind meegemaakt? Hoe vaak was dat het geval? Hoe is daarop gereageerd?
Hoeveel aanvragen werden er in 2012 ingediend in Gent om kinderen te erkennen? In hoeveel gevallen ging het om vaders die niet beschikten over geldige verblijfspapieren?
Bestaan er uitgewerkte procedures voor het geval dat de ambtenaar hiermee te maken krijgt?
Zo ja, waaruit bestaat die procedure?
Zo nee, oordeelt de schepen die noodzakelijk voor de toekomst?
Vragen 9 en 10 samen beantwoord
1) Verblijfswetgeving inzake gezinshereniging
Laat mij toe eerst de verblijfswetgeving te duiden opdat het voor iedereen duidelijk is binnen welk wettelijk kader we moeten werken.
Momenteel is de gewijzigde verblijfswetgeving inzake gezinshereniging, in werking sedert 22 september 2011, van kracht.
Samengevat houdt de verblijfswetgeving het volgende in voor de verschillende bevolkingsgroepen:
- Niet-EU-burgers: geen mogelijkheid tot gezinshereniging in functie van niet-Belgische kinderen met verblijfsrecht
- EU-burgers: enkel mogelijkheid tot gezinshereniging in functie van niet-Belgische kinderen met verblijfsrecht voor zover de kinderen de ouders financieel ten laste kunnen nemen (en dus meerderjarig zijn)
- Belgisch kind: mogelijkheid tot gezinshereniging in functie van minderjarige Belgische kinderen mits het bestaan (bewijs) van een affectieve of financiële band met het kind. Samenwonen met het kind kan als voldoende bewijs van affectieve band beschouwd worden. Een financiële band kan bestaan uit het betalen van alimentatie.
Ik maak het even concreet met twee voorbeelden. Enerzijds kunnen Turkse meerderjarige kinderen hun ouders in kader van gezinshereniging niet naar België halen. Anderzijds kan een Nigeriaan met een minderjarig Belgisch kind en die een affectieve of financiële band kan aantonen met dit kind, een verblijfsrecht verkrijgen.
Het is de Dienst Vreemdelingenzaken die de affectieve of financiële band beoordeelt op basis van de stukken voorgelegd door betrokkene.
2) Wetgeving mbt erkenningen
Hiernaast zorgt de huidige wetgeving rond erkenningen dat het moeilijk is om op te treden tegen het fenomeen van schijnkinderen tijdens de erkenningsprocedure.
De erkenning gebeurt op verklaring. De ouder van wie de afstamming vaststaat, moet hierin toestemmen. Dit is meestal de moeder.
Het vermoeden van vaderschap kan betwist worden op basis van art. 318 BW door:
- de moeder,
- de man ten aanzien van wie de afstamming vaststaat,
- de persoon die het vaderschap opeist,
- of door het kind zelf.
Noch de ambtenaar van de burgerlijke stand noch de loketmedewerker heeft een rechtsgrond om de achterliggende motivatie te betwisten.
Wel wordt steeds het persoonlijk statuut bekeken met betrekking tot de bekwaamheid om te mogen erkennen. De erkenning wordt beheerst door het recht van de staat waarvan de erkennende ouder de nationaliteit heeft op het ogenblik van de erkenning. Er wordt nagegaan of volgens dit statuut erkenning mogelijk is, of een gehuwde man een kind kan erkennen bij een andere vrouw, ...
In 2012 werden in Gent 3.067 kinderen erkend waarvan 606 bij de geboorteaangifte, 176 na de geboorte en 2.285 voor de geboorte.
Bij hoeveel erkenningen de vader geen geldige verblijfsdocumenten had, is niet gekend. Het al dan niet bezitten van een geldig verblijfsdocument wordt binnen de huidige wetgeving rond erkenningen niet als maatstaf genomen om te behoren tot de doelgroep die mogelijk misbruik maakt van erkenning van kinderen. Bij de procedure mbt erkenningen kan dus niet geëist worden om aan te geven of men al dan niet het recht heeft om in België te verblijven.
Momenteel kan er door het stadsbestuur dan ook niet opgetreden worden tegen een vermoeden van misbruik met het oog op het verkrijgen van een verblijfsrecht. Verdachte gevallen werden tot op heden dan ook niet gemeld aan het parket. Met de huidige regelgeving is het immers maar de vraag welke stappen het parket kan ondernemen.
De controle gebeurt pas later door de Dienst Vreemdelingenzaken bij de aanvraag van het verblijfsrecht.
Het aantal mogelijke schijnerkenningen in Gent mag volgens de medewerkers van Dienst Burgerzaken niet overroepen worden. De vermoedens beperken zich tot enkele gevallen (1 tot 5) per jaar. Tot nu toe bestaat ook niet de indruk dat met de gewijzigde verblijfsrechtwetgeving het aantal verdachte erkenningen sterk is toegenomen.
Maar we moeten hier waakzaam blijven. Zeker omdat hier gesold wordt met de rechten van het kind.
Vandaar dat ik zal blijven ijveren voor wijzigingen in de wetgeving zodat de Stad Gent een rol kan spelen in het bestrijden van fenomenen zoals schijnsamenwonen of schijnerkenningen. Net zoals nu reeds gebeurt bij de schijnhuwelijken. Hiervoor worden de nodige contacten gelegd met het kabinet van Staatssecretaris De Block.
Eenmaal duidelijk is welke bevoegdheid aan de steden kan worden gegeven, zal ik binnen het college aankaarten hoe het fenomeen van de schijnkinderen het best aangepakt wordt.
wo 20/02/2013 - 15:09