Buurtbewoners klagen al langer de toenemende overlast in de prostitutiebuurt aan de Zuid aan. Het stadsbestuur nam eind vorig jaar een aantal maatregelen (hekken Schepenenvijverstraat, strengere kledij- en gedragsregels voor de dames, enz.). Buurtbewoners maakten recent een eerste evaluatie op. Samengevat klinkt het: “De politie doet zijn best en haalt ook resultaten, maar op de lange termijn verandert er weinig”. De overlast verschuift ook van de Schepenenvijverstraat naar de Belgradostraat.
De buurt ziet een oplossing in het plaatsen van bewakingscamera’s. In de pers verklaarde de burgemeester echter dat dit “onmogelijk was”, of zo heb ik het toch begrepen. Nochtans sluit het nieuwe bestuursakkoord het gebruik van camera’s niet uit om de veiligheid en leefbaarheid te versterken:
“15.20 - We werken een globale visie uit met betrekking tot het gebruik van sociale media, camera’s en informatietechnologieën om de veiligheid en leefbaarheid te versterken, rekening houdend met de privacy. Dat betekent onder meer dat we duidelijk omschrijven bij welke concrete en belangrijke overlastfenomenen deze instrumenten kunnen ingezet worden en onder welke voorwaarden en gedurende welke periode dit kan.”
1. Waarom wordt het plaatsen van bewakingscamera’s als maatregel om de veiligheid en leefbaarheid van de buurt te verbeteren uitgesloten?
2. Tegen wanneer mag de globale visie op onder andere het gebruik van camera’s verwacht worden? Op welke manier zal deze visie uitgewerkt worden?
Antwoord dhr. Burgemeester
Het stadsbestuur heeft afgesproken om niet telkens opnieuw een discussie te voeren over de inzet van camera’s op één of andere plaats maar te vertrekken vanuit een globale visie.
Als burgemeester heb ik gevraagd aan de politie om een eerste beeldvorming en advies te formuleren tegen eind april 2013.
Daarbij wordt bijvoorbeeld ook gekeken naar het gebruik van de toepassingen in andere steden.
Ik kan u reeds enige elementen van deze tekst mededelen maar voor een globaal en grondig maatschappelijk en politiek debat is het te vroeg.
_________________________________________________
Met betrekking tot de algemene principes kan ik stellen dat de inzet van technologie (en in het bijzonder camera’s en ANPR (automatische nummerplaatherkenning) voor meer veiligheid en leefbaarheid dient te vertrekken vanuit een duidelijk doel, specifiek voor de stad Gent en rekening houdend met vier belangrijke principes: legaliteit, finaliteit, proportionaliteit, subsidiariteit. Bijkomend moeten de eventuele beslissingen rekeninghouden met de mogelijke kost.
Ik verduidelijk hierbij de principes ;
Legaliteit: Conform het reglementerend kader en met uitdrukkelijke toestemming door de gemeenteraad.
Finaliteit: Bescherming van personen en toezicht op het verkeer
Proportionaliteit: Cameratoezicht kan slechts als een gepast en noodzakelijk middel dienen om de nagestreefde doelen te bereiken. In de mate dat het wordt aangewend als een ondersteuning van politieploegen die met algemene of gerichte patrouilles belast zijn. Het algemeen belang moet hier afgewogen worden tegen het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de opgenomen persoon.
Subsidiariteit: Cameratoezicht is niet het ultieme middel maar kadert in een reeks van maatregelen, die in het verleden en vandaag genomen worden. Het cameratoezicht kadert dus in een geheel van maatregelen die elkaar aanvullen.
wo 20/02/2013 - 08:58