Eind februari ontving een deel van de Gentenaars een vragenlijst in het kader van het vierde leefbaarheidsonderzoek van de Stad Gent. Het onderzoek wordt gevoerd door WES vzw, dat hiervoor 71.000 euro ontvangt.
De vragenlijst werd verstuurd naar een representatieve steekproef van de Gentse bevolking tussen de leeftijd van 10 en 79 jaar.
Eerder werden ook in 2003, 2006 en 2010 leefbaarheidsonderzoeken gevoerd. Bij deze vierde editie werd de vragenlijst uitgebreid met vragen rond (milieu)hinder. Ook werden de indexen rond veiligheid en sociale relaties herbekeken.
In de begeleidende brief wordt vermeld dat dit onderzoek voor het stadsbestuur “een schat aan informatie oplevert over hoe de Gentenaars zich voelen in hun buurt en wat ze graag willen veranderen”.
Het bestek dat voor deze opdracht werd uitgeschreven, biedt reeds veel informatie over de invulling ervan, maar ik kreeg graag nog een antwoord op bijgaande vragen.
1) Hoeveel Gentenaars werden aangeschreven?
2) Waarom werd ervoor geopteerd om mensen ouder dan 79 uit de respondenten te weren? Uit de cijfers van Gent in Cijfers blijkt dat onze stad op 31 december 2011 liefst 13.329 inwoners ouder dan 79 telde.
3) Waarom is de vragenlijst beschikbaar in het Frans en Engels, en niet in andere talen?
4) Waarom werd ervoor geopteerd om vragen rond milieuhinder toe te voegen aan deze editie, en geen vragen met betrekking tot andere thema’s? In welke zin werden de indexen rond veiligheid en sociale relaties herbekeken?
5) Hoe zullen de resultaten verder worden verwerkt? Hoe zullen deze worden gebruikt als basis voor het beleid?
6) Er wordt gewaakt over de representativiteit van de steekproef van respondenten. Wat hebben de vorige edities geleerd inzake de representativiteit van de ontvangen antwoorden? Welke groepen zijn daarin over- en ondervertegenwoordigd? Op welke manier wordt met dit mogelijke onevenwicht rekening gehouden bij de verwerking van de resultaten?
Op voorstel van raadslid:
Filip Van Laecke – CD&V
- Steekproef: aselect proportioneel gestratificeerde steekproef met steekproefkader. Er wordt getrokken uit het bevolkingsregister: omvat zowel private als collectieve huishoudens.
- Er wordt verhoudingsgewijs getrokken naar geslacht, leeftijd, ECM
- Steekproefgrootte:
|
Stadsdeel |
P 10-79 jaar |
Totale P |
Steekproefgrootte |
Steekproefgrootte |
|
Gent-Centrum |
37052 |
43128 |
380 |
381 |
|
Gent-Centrum Rand |
79132 |
96562 |
382 |
382 |
|
Gent-Noordoost |
50421 |
60843 |
382 |
382 |
|
Gent-Zuidwest |
39101 |
46729 |
381 |
381 |
|
(leeg) |
||||
|
Eindtotaal |
205706 |
247262 |
1525 |
1526 |
Uiteraard vult niet iedereen die de enquête ontvangt deze in. Er wordt uitgegaan van een minimumrespons van 30%. Dit betekent dat in totaal zo’n 5.090 enquêtes verstuurd worden, en dit in 2 golven (eerste golf : 4.326 personen, tweede golf : 764 personen). Het aantal enquêtes dat wordt verstuurd in de tweede golf is afhankelijk van de responsgraad in de eerste golf.
In de eerste editie van het leefbaarheidsonderzoek is er een steekproef getrokken bij de plus 10 jarigen. Er is toen een vrij grote uitval opgetekend in de leeftijdsgroep 80+, waardoor de representativiteit in deze groep heel wat lager lag. Op basis van deze ervaring, namelijk de relatief grote geleverde inspanning met slechts beperkt resultaat, werd voor de volgende edities beslist deze leeftijdsgroep niet meer op te nemen in de steekproef.
Uit het rapport Stad Gent Werkgroep Duurzame Ontwikkeling (2003) Leefbaarheidsonderzoek bij de inwoners van Gent aan de hand van een
Leefbaarheidsmonitor - eindrapport, p. 22:
“Geen enkele leeftijdscategorie is volledig bevraagd. De best bereikte leeftijdsgroepen
zijn die van de 10-17-jarigen en de categorie 35-49. De twee hoogste
leeftijdscategorieën, 65-79 en 80+, scoren het slechtst. Het probleem hier was dat een aantal respondenten uit de categorie 80+ tussen de 90 en de 100 jaar zijn, en de kans dat deze mensen nog veel buiten komen of helder genoeg denken om zo'n vragenlijst in te vullen is zeer klein. Veel mensen van hoge leeftijd vertrouwen de enquête ook niet of wonen in een rusthuis waardoor ze niet veel over de buurt kunnen vertellen.”
Met de vertaling moeten we voornamelijk nieuw aangekomen personen verder helpen. We gaan er van uit dat niet-Belgen die hier reeds meerdere jaren aanwezig zijn, de Nederlandse taal voldoende machtig zijn om een vragenlijst met gesloten antwoorden in te vullen. Indien niet zo, hebben deze personen doorgaans een netwerk dat hen hierbij kan helpen.
Met meer dan 150 nationaliteiten is Gent divers qua taal.
Op 12/02 is er een overleg doorgegaan met volgende federaties:
- Federatie van Zelforganisaties in Vlaanderen vzw
- Federatie van Vooruitstrevende Verenigingen vzw
- Platform Afrikaanse Gemeenschappen vzw
- Turkse Unie van België vzw
Het doel van dit overleg was het creëren van een draagvlak voor het leefbaarheidsonderzoek. Zij hebben geen problemen gesteld dat de vragenlijst enkel naar het Frans en Engels is vertaald.
Het budget laat niet toe om de vragenlijst te vertalen naar meer dan 2 talen. Er is hierbij pragmatisch te werk gegaan. Vertalen naar het Turks was geen optie: veel Gentenaren van Turkse origine spreken inderdaad Turks, maar kunnen daarom geen Turks lezen en schrijven.
4.1.Hinderluik en andere thema’s
De vragenlijst bestaat enerzijds uit een basisvragenlijst die (hoofdzakelijk) input levert voor het berekenen van de leefbaarheidsindexen. Daarnaast is ruimte voor een module (thematisch). Deze module kan periodiek worden herhaald.
Het opnemen van het hinderluik in de huidige vierde editie, kent reeds een historiek van in 2005, de tweede editie. In de tweede editie is voor de eerste maal een module opgenomen, nl. hinder. Dit kaderde toen binnen de Barometer Duurzame Ontwikkeling. Bij de opmaak van de derde editie is vanuit het Departement Milieu, Groen en Gezondheid aangegeven dat de hinderbevraging in de 2010 editie niet opnieuw wordt opgenomen. De expliciete keuze voor een langere periodiciteit dan het interval 3 jaar.
In de 2010 editie is vanuit het Departement Milieu, Groen en Gezondheid en de Integratiedienst de vraag gekomen om een module samen te stellen aangaande enerzijds gezondheid (bewegen, eet- en drink gewoonten, reden uitstellen doktersbezoek…) en anderzijds integratie en discriminatie.
Ook voor de huidige editie is er een rondvraag gebeurd bij de verschillende departementen en het OCMW. In juni 2012 is via de CoDA’s (contactpersonen Data) input (zowel inhoudelijk vraagstelling als nieuw aan te snijden onderwerpen) gevraagd.
Er is vanuit de verschillende departementen input gekomen om een aantal vragen te verbeteren/ aan te vullen / te vernieuwen. Met alle bemerkingen die continuïteit van de monitor niet beletten, is rekening gehouden.
De module gezondheid en integratie is niet opnieuw opgenomen, gezien de periode te kort is om trends vast te stellen. Naar de toekomst toe zal deze wel worden herhaald.
4.2.Uitbreiding indexen veiligheid en sociale relatie:
Data-Analyse & GIS heeft er voor gekozen om in 2010 het instrument ‘leefbaarheidsmonitor’ ter evaluatie voor te leggen aan de Vakgroep Sociologie, UGent (meer specifiek Dr. Hans Vermeersch en Prof. Dr. Mieke Van Houtte).
Er wordt gewerkt met een leefbaarheidsindex en deelindexen. De leefbaarheidsindex is een gewogen gemiddelde van de deelindexen. In de voorafgaande edities bestaan de deelindexen niet allen uit evenveel vragen. Voornamelijk veiligheid en sociale relaties springen hier in het oog, gezien ze maar uit 1 vraag bestaan. Er is ons als advies gegeven er naar te zoeken om de indexen veiligheid en sociale relaties uit te breiden. In de huidige editie zijn er bijkomende vragen gesteld naar veiligheid en sociale relatie. Bij de verwerking van de resultaten zal de betrouwbaarheidsanalyse (Cronbach Alpha) uitwijzen of de vragen correleren met de deeldimensies.
Zonder verdere details. De subindex rond veiligheid zijn uitgebreid met 5 extra vragen (dimensies). De subindex sociale relaties is uitgebreid met 10 extra vragen.
Opmaak van een databestand: invoer en verwerking van de antwoorden
De ingevulde enquêtes worden ingescand (Teleformprogramma), waardoor vergissingen bij data-input, nagenoeg nihil zijn. Gegevens uit de schriftelijke enquête en uit de online enquête worden samengevoegd.
Eens dit is gebeurd, zal een controle gebeuren op de gerealiseerde steekproef ten opzichte van de populatie. Op criteria zoals de bevolking per statistische sector, geslacht, leeftijd en herkomst zal de verkregen respons worden vergeleken met de samenstelling van de huidige populatie in Gent. Indien nodig, zal de verkregen steekproef via weging worden herleid tot zijn reële proporties. De disproportionaliteit in de steekproefprocedure in functie van bijvoorbeeld de stadsdelen wordt op die manier ongedaan gemaakt teneinde correcte globale resultaten te verkrijgen.
Verwerking van het databestand : analyse en tabellering
De verwerking en de analyse van de enquêteresultaten zullen gebeuren binnen het bekende SPSS-programma (Statistical Package for the Social Sciences). Het betreft zowel de productie van klassieke frequentie- en kruistabellen (univariate en bivariate analyses) als verdere statistische analyse.
Voor de stad Gent als geheel en - indien relevant - per stadsdeel voorzien we minimaal volgende analyses:
Finaal wordt voor alle dimensies van leefbaarheid een leefbaarheidsindex berekend, uitgedrukt in 1 cijfer. Dergelijke index wordt ook berekend voor de stad Gent en de vier stadsdelen. De index voor Gent is samengesteld uit de verschillende leefbaarheidsindexen van de verschillende gebieden. Aan de hand van een reliability study gaat we na of de bevraagde indicatoren inderdaad een meting zijn van een van de dimensies van leefbaarheid. Extra aandacht gaat naar de subschalen veiligheid en sociale relaties.
De output van deze analyses zijn een tabellenrapport, een presentatie aan de Commissie Algemene Zaken en een “Gent-in cijfers publicatie”.
Output van resultaten
De analyses op het databestand worden enerzijds verwerkt tot een tabellenrapport anderzijds tot een “Gent-in-cijfers”- publicatie. De resultaten van het onderzoek zullen worden gepresenteerd op de Commissie Algemene Zaken. Daarnaast worden de resultaten intern voorgesteld via CoDA en via een lunchgesprek.
2. Hoe zullen deze worden gebruikt als basis voor het beleid?
Input voor omgevingsindicatoren
De huidige inhoud van het leefbaarheidsonderzoek gaat niet verder dan het aanreiken van omgevingsdata, vergelijkbaar met de inhoud van de stadsmonitor. De (omgevings)indicatoren tonen evoluties van factoren en actoren die deel uitmaken van de maatschappelijke omgeving. De leefbaarheidsmonitor geeft niet aan wat door wie in welke dienst en op welk beleidsniveau werd gepresteerd om uit te klaren wat die die morgen moet doen. Evenmin omvat de leefbaarheidsmonitor indicatoren die de eigenlijke impact van één bepaald beleid op de omgeving nagaan.
De leefbaarheidsmonitor is dus zeker geen evaluatie-instrument van operationele programma’s van bepaalde diensten. Het werd niet ontwikkeld als instrument voor evaluatie van het beleid van het stadsbestuur. In de stedelijke omgeving zijn immers veel meer actoren actief dan het stadsbestuur. De leefbaarheidsmonitor zou kunnen gezien worden als een evaluatie op een zeer algemeen niveau, waar de collectief geleverde inspanningen van alle actoren én de spelende contextfactoren tegelijk hebben ingespeeld op de maatschappelijke omgeving
De resultaten van het leefbaarheidsonderzoek geven input voor verschillende rapporten. Intern geeft het input voor het Gents armoederapport, omgevingsanalyse gezondheid, algemene omgevingsanalyse als onderdeel van het strategisch traject,… Op een hoger beleidsniveau geeft het input voor voortgangsrapporten i.h.k.v. het federaal grootstedenbeleid, het Vlaams Stedenfonds en Europese projecten (vb. Doelstelling II gebieden).
Input voor diensten
Naast de vragen die input geven voor de leefbaarheidsindexen, worden een aantal vragen gesteld voor een aantal beleidsdomeinen. Voorbeelden daarvan zijn de vragen rond hinder, gezondheid, mobiliteit,….
De milieudienst heeft nood aan een hinderbevraging. Zonder deze bevraging, kan milieutoezicht zich enkel baseren op de klachtenregistratie om de beleidsprioriteiten te bepalen. Deze zijn evenwel selectief: niet alle hinderproblemen worden geregistreerd, want niet alle problemen worden gemeld aan politie of milieutoezicht Stad Gent. Een hinderbevraging geeft een veel representatiever beeld.
De vragen rond gezondheid geven input aan de gezondheidsmonitor.
Besluitend:
Het leefbaarheidsonderzoek wordt verder verwerkt in een technisch tabellenrapport en een Gent in cijfers’ publicatie en een aantal presentaties. De output zijn leefbaarheidsindexen alsook input voor een aantal diensten (hinderbevraging, mobiliteit, gezondheid, discriminatie,…).
De leefbaarheidsmonitor leent zich als beleidsinstrument. Het is één van de vele instrumenten die de omgeving monitort. Het instrument heeft o.a. als functie het strategisch debat te stofferen. Het doel van de leefbaarheidsmonitor is niet het evalueren van gevoerd beleid. Het leefbaarheidsonderzoek geeft input voor zowel sectoraal beleid als voor het globale stedenbeleid.
De toegevoegde modules (zoals hinder en gezondheid) dienen om een representatief beeld te hebben voor Gent en hierop beleid te kunnen enten. Dit omdat de bestaande databestanden niet bestaande zijn (vb. subjectieve gezondheid Gentenaar) of niet toereikend zijn (vb. hinderbevraging versus klachtenregister).
Representatieve resultaten worden behaald door enerzijds een representatieve steekproef te trekken (werken met strata voor welke variabelen, werken met twee golven)en anderzijds – indien nodig- te werken met wegingscoëfficiënten, zodat, disproportionaliteit in de steekproefprocedure ongedaan wordt gemaakt teneinde correcte globale resultaten te verkrijgen. Om de representativiteit niet in het gedrang te brengen is het evenwel noodzakelijk de wegingsfactoren zo klein mogelijk te houden om te vermijden dat de antwoorden van een te klein aantal respondenten worden geëxtrapoleerd naar de betreffende subgroep in de populatie.
(Non)- respons analyse geeft een beeld van de moeilijk te bevragen bevolkingsgroepen.
Wie antwoordt en wie antwoordt volledig : (non)respons - analyse
De bruto-responsgraad[1] bedraagt 39%, de netto-responsgraad[2] 36%. De bruto-responsgraad bij de oudere leeftijdsgroepen hoger is, ongeveer 50% van de 50 tot 79-jarigen die een enquête ontvingen, hebben deze ook teruggestuurd. Anderzijds stellen we wel vast dat – voornamelijk bij de oudste leeftijdsgroep – de kwaliteit van de teruggestuurde enquêtes voor de oudere leeftijdsgroepen lager is. Zo stuurde 48% van de 65-79 jarigen een vragenlijst terug, maar ‘slechts’ 38% is voldoende ingevuld om als geldige enquête weerhouden te worden. M.a.w. een verschil van 10 procentpunten tussen bruto en netto respons. Ook de 18-24 jarigen blijft een moeilijk te bevragen leeftijdsgroep, maar voornamelijk qua bruto respons.
Naar nationaliteit: de respons (zowel bruto als netto) ligt bij de Belgen hoger dan bij de ECM-ers en niet-Belgen. Bij de Belgen stuurde bijna de helft een enquête terug, bij de overige twee groepen is dit een vijfde tot een vierde.
De responsgraad ligt het hoogst in Gent Zuidwest met 54% van de aangeschreven inwoners die een ingevulde vragenlijst terugstuurden. In de overige stadsdelen ligt de respongsraad rond de 40%.
Wat de Belgen betreft, geldt de bevinding: daar waar er verhoudingsgewijs minder Belgen wonen (Centrum en Centrum Rand) is de respons ook lager.
Bij de groep etnisch culturele minderheden stellen we het omgekeerde vast : daar waar er promille minder ECM wonen is de respons hoger (Zwijnaarde, Mariakerke, Wondelgem, Oostakker en Sint-Denijs Westrem).
Voorts kan worden opgetekend hoe wijken met een lager mediaan inkomen, een lagere respons hebben.
Tot slot stellen we vast dat buurten met een hogere bebouwingsgraad, een lagere respons hebben. Uitzonderingen hierop zijn de kernstad, en de buurten tussen het Doelstelling II-gebied en de wijk Ledeberg.
Vergelijking netto/bruto steekproef : zijn de vooropgezette aantallen bereikt?
Het vooropstellen van benodigde aantallen heeft tot doel een representatieve steekproef te bekomen voor de Gentse populatie voor wat betreft de factoren stadsdeel, leeftijd en nationaliteit.
De vooropgestelde steekproef is een “aselecte proportioneel gestratificeerde steekproef met steekproefkader”, met vooropgestelde aantallen wat betreft het aantal te bekomen enquêtes per stadsdeel, en bijgevolg ook wat betreft het aantal te versturen enquêtes, dit laatste door rekening te houden met de respons in de vorige editie van deze monitor.
Als we de bruto steekproef vergelijken met de vooropgezette steekproef:
- in alle stadsdelen zijn meer enquêtes bruto ontvangen dan vooropgesteld.
- van alle leeftijdsgroepen werden bruto meer enquêtes ontvangen dan vooropgesteld was
Na het opkuisen van het databestand, waarbij onvolledig ingevulde enquêtes uit de steekproef worden verwijderd, wordt de netto steekproef bekomen.
Als we de netto steekproef vergelijken met de vooropgezette steekproef :
- Hieruit blijkt dat voor de leeftijdscategorieën 10 tot en met 49 jaar voldoende valide enquêtes werden ontvangen. Voor wat betreft de twee oudste leeftijdsgroepen in de bevraging - voornamelijk de 65 tot 79-jarigen - werden meer enquêtes bruto ontvangen dan vooropgesteld, maar bleek de kwaliteit ervan minder, zodanig dat er netto minder enquêtes weerhouden werden dan vooropgesteld. Dit duidt erop dat de enquête voor deze leeftijdsgroep moeilijker is om (correct/volledig) in te vullen. Daarenboven als stadsdeel met leeftijd wordt gekruist, worden niet alle vooropgezette aantallen bereikt. Hiervoor zullen wegingen worden doorgevoerd.
- Naar stadsdeel kan worden vastgesteld dat er voldoende valide enquêtes ontvangen werden uit Gent Centrum en Gent Centrum Rand. Voor de stadsdelen Gent Noordoost en Zuidwest gebied mist deze steekproef ongeveer 2-3% van het vooropgezette aantal.
- Niet enkel naar stadsdeel en leeftijd, ook naar nationaliteit werden quota opgesteld. Voor wat betreft de Belgen zien we dat het vooropgezette aantal net niet behaald werd, er mist 4%. Bij de niet-Belgen werd het vooropgezette aantal valide enquêtes wel gehaald. Van alle stadsdelen werden voldoende valide enquêtes ontvangen. Naar stadsdeel en leeftijd volgende conclusies voor wat betreft het criterium nationaliteit: enkel het vooropgezette aantal van Gent Centrum Rand en voor de leeftijdsgroep 35 tot 49-jarigen werden de aantallen niet bereikt. Wat betreft de etnisch-culturele minderheden werden de benodigde aantallen gehaald. In combinatie met stadsdeel en leeftijd: voor alle stadsdelen werden de aantallen gehaald, enkel voor de leeftijdsgroep 65-79 jaar niet.
Vergelijking netto-steekproef – populatie
Er is bijkomend nagegaan in welke mate de netto-steekproef op een aantal socio-demografische variabelen afwijkt van de werkelijke populatie.
In de populatie is 49% man en 51% vrouw. Dit wordt benaderd in de steekproef waar 46% man is en 54% vrouw. Ook voor de verscheidene stadsdelen zien we telkens hoe de verdeling in de steekproef dicht aanleunt tegen deze in de populatie, waarbij de vrouwen telkens iets oververtegenwoordigd zijn.
5,4% van de Gentse populatie zijn niet-werkende werkzoekenden. In de steekproef bedraagt dit percentage 5,7%. Ook op dit kenmerk kan geen afwijking tussen de netto steekproef en de populatie worden vastgesteld. Voor wat betreft de afzonderlijke stadsdelen zien we de grootste afwijking bij Gent Centrum waar 5,1% van de respondenten een niet-werkende werkzoekende is, terwijl dit in de populatie 6,3% betreft.
Weging van resultaten om disproportionaliteit weg te werken
Hoewel niet voor alle categorieën het vooropgezette aantal bereikt wordt, stelt dit geen problemen aangezien een weging wordt uitgevoerd naar deze factoren. Om de representativiteit niet in het gedrang te brengen, is het evenwel noodzakelijk de wegingsfactoren zo klein mogelijk te houden om te vermijden dat de antwoorden van een te klein aantal respondenten worden geëxtrapoleerd naar de betreffende subgroep in de populatie. Doordat het aantal valide enquêtes telkens de vooropgezette aantallen benadert, hoeven we ons echter geen zorgen te maken en kan gesproken worden van een representatieve steekproef voor wat betreft deze factoren.
In functie van de berekening van de representativiteit is het nodig een weging van de resultaten uit te voeren; dit is een gangbare procedure in sociaal wetenschappelijk onderzoek. De verhouding van de aantallen respondenten in de deelgebieden ten opzichte van het totaal voor de stad is niet steeds in overeenstemming met de percentages in de werkelijke bevolking. Zo zien we bijvoorbeeld dat voornamelijk het stadsdeel Noordoost ondervertegenwoordigd is in onze resultaten en voornamelijk Gent Centrum Rand en Ledeberg oververtegenwoordigd zijn.
Indien we in de verwerking van de leefbaarheidsmonitor zouden werken met deze getallen en deze verhoudingen, zullen bepaalde gebieden meer doorwegen in de uiteindelijke resultaten dan andere.
Daarom zullen we in onze resultaten de juiste verhoudingen herstellen door aan de respondenten uit de verschillende gebieden een bepaald gewicht mee te geven. Dit wordt uitgevoerd door middel van wegingscoëfficiënten.
Om de resultaten zo representatief mogelijk te maken, wordt voor de editie 2010 beslist om bijkomend te wegen op leeftijd en nationaliteit.
Per gebied wordt voor elke respondent een wegingscoëfficiënt berekend op basis van leeftijd en nationaliteit. Vervolgens wordt een weging uitgevoerd in Gent Centrum Rand teneinde binnen dit stadsdeel de verhoudingen tussen het Doelstelling II-gebied, Ledeberg en de rest van Gent Centrum Rand te brengen tot de werkelijke verhoudingen. Tot slot wordt hetzelfde gedaan voor de verhoudingen van de verschillende stadsdelen binnen de stad Gent in zijn geheel. Zodoende worden drie verschillende wegingscoëfficiënten bekomen om uitspraken te kunnen doen over Gent in zijn geheel, de verscheidene gebieden op zich en Gent Centrum Rand.
Deze weging brengt ons tot de representativiteit van de leefbaarheidsmonitor voor de stad Gent, die 98% bedraagt. Voor de verschillende stadsdelen bereiken we een representativiteit van 95% tot 97%. Omwille van deze foutenmarges moeten we dus steeds waakzaam blijven bij de interpretatie van gegevens. Percentages kleiner dan 3 of 5% kunnen in realiteit misschien weinig betekenen. Wanneer bijvoorbeeld een resultaat van 62,8% bekomen wordt bij een foutenmarge van 2,2% en een betrouwbaarheidsinterval van 95%, betekent dit concreet dat er 95% kans bestaat dat de werkelijke toestand zich tussen 60,6% en 65,0% bevindt. Of nog, dat de kans dat het werkelijk percentage zich niet tussen 60,6 en 65,0% bevindt, kleiner is dan 5%.
Besluitend:
Representatieve resultaten bekomt men door enerzijds een representatieve steekproef te trekken en anderzijds het werken met wegingscoëfficiënten voor het berekenen van de resultaten. Voor het leefbaarheidsonderzoek wordt gewerkt met een aselect proportioneel getrokken steekproef. Er wordt representativiteit vooropgesteld op het niveau van de stad, de vier deelgebieden, leeftijd en nationaliteit.
Volgende groepen worden gezien als moeilijk bereikbaar (aan de hand van responspercentages): 18-24 jarigen en de 65-79 jarigen. Naar nationaliteit zien we dat de respons bij de Belgen hoger ligt dan bij ECM’ers. Hiermee wordt rekening gehouden bij het uitzetten van de steekproef.
Indien we de netto-respons vergelijken met de vooropgezette aantallen die moeten worden gehaald om representatief te zijn, zijn volgende groepen (net) niet voldoende gecoverd:
Voor deze groepen dienen wegingen te worden doorgevoerd. Per gebied wordt voor elke respondent een wegingscoëfficiënt berekend op basis van leeftijd en nationaliteit. Zodoende worden drie verschillende wegingscoëfficiënten bekomen om uitspraken te kunnen doen over Gent in zijn geheel, de verscheidene gebieden op zich en Gent Centrum Rand. Deze weging brengt ons tot de representativiteit van de leefbaarheidsmonitor voor de stad Gent, die 98% bedraagt. Voor de verschillende stadsdelen bereiken we een representativiteit van 95% tot 97%.
wo 20/03/2013 - 08:56