Terug
Gepubliceerd op 15/07/2021

2013_MC_00209 - Plaatsgebrek kleuteronderwijs Gent - Anne Schiettekatte

Commissie Onderwijs en Kinderopvang, Jeugd, Personeel, Informatica, IKZ, Facility Management, Administratieve Vereenvoudiging
wo 13/03/2013 - 19:00 Gemeenteraadszaal
Datum beslissing: wo 13/03/2013 - 20:04
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig

Bram Vandekerckhove, Voorzitter; Ilknur Cengiz, Ondervoorzitter; Karin Temmerman; Paul Goossens; Astrid De Bruycker; Fatma Pehlivan; Zeneb Bensafia; Anne Schiettekatte; Steven Vromman; Bram Van Braeckevelt; Karlijn Deene; Camille Daman; Mehmet Sadik Karanfil; Sandra Van Renterghem; Freya Van den Bossche; André Rubbens; Paul Connehaye, kabinet schepen onderwijs; Marleen  Mercelis, Departement HR; Stefaan Vanbroeckhoven, Departement HR

Afwezig

Wis Versyp; Sami Souguir; Elke Sleurs; Matthias Storme; Sven Taeldeman; Greet Riebbels; Gabi De Boever; Johan Deckmyn; Caroline Van Peteghem; Sara Matthieu; Isabelle De Clercq; Guido Meersschaut; Jef Van Pee; Stephanie D'Hose; Sas van Rouveroij

Secretaris

André Rubbens

Voorzitter

Ilknur Cengiz, Ondervoorzitter
2013_MC_00209 - Plaatsgebrek kleuteronderwijs Gent - Anne Schiettekatte 2013_MC_00209 - Plaatsgebrek kleuteronderwijs Gent - Anne Schiettekatte

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

Aansluitend bij de vraagstelling van collega Goossens wil ik ook mijn bezorgdheid uiten over het tekort aan plaatsen in het Gents kleuteronderwijs.

Wat mij vooral bezorgd maakt is dat (vermoedelijk) niet alle ouders over dezelfde kansen beschikken om de administratieve procedure met succes te doorlopen.

Meer algemeen kan men zelfs stellen dat (zoals de Schepen het ook reeds verwoordde) de vrije schoolkeuze in onze stad niet meer gegarandeerd is.

Gelukkig gaat het in verhouding tot de totale schoolbevolking over een zeer beperkt aantal kleuters.

Maar zelfs 1 kleuter die geen plaats of niet de gekozen plaats kan bekomen is er één te veel.

Ik wil het hier dan ook vooral hebben over de mogelijke sociale oorzaken en gevolgen.

Indiener(s)

Anne Schiettekatte

Gericht aan

Elke Decruynaere

Tijdstip van indienen

vr 08/03/2013 - 09:48

Toelichting

  • Zijn er aanwijzingen dat vooral kwetsbare ouders het slachtoffer dreigen te worden van het online inschrijvingssysteem (geen kennis van de informatie, niet beschikken of kunnen werken met een computer,…)?
  • Zo ja, werd er een hulp- en begeleidingssysteem opgezet (bv in samenwerking met ocmw of welzijnsorganisaties, op de dienst onderwijs of in de scholen zelf?)
  • Zijn er aanwijzigingen dat ouders met een mobiliteitshandicap (geen wagen, geen openbaar vervoer, ouders met een tekortkoming, …) door een gedwongen andere schoolkeuze in moeilijkheden komen zowel inzake beschikbaar vervoer als de daaraan gekoppelde financiële last?
  • Waar situeren zich de problemen, bij welke bevolkingsgroepen, in welke delen of wijken van de stad?
  • Wat zijn meer algemeen de oplossingen die de Schepen (eventueel in samenwerking met de collega’s en de bevoegde Minister) voorziet, wordt er ook voor de lopende procedure nog een tandje bijgestoken?

 

Bespreking

Antwoord

 

Welke creatieve oplossingen ziet u voor de capaciteitsproblemen?   In het verleden werd al gekozen voor containerklasjes.  Behoort dit opnieuw tot de mogelijkheden?  Waar zouden deze kunnen ingeplant worden? (Karin Temmerman)

Welke andere creatieve maatregelen zullen er genomen worden?  Hoeveel extra plaatsen zal dit alle opleveren?   Welke impact hebben de geplande maatregelen al dan niet op de onderwijskwaliteit en op de speelruimte voor de kinderen gegarandeerd. (Sandra Van Renterghem)

Welke stappen zullen verder ondernomen worden om voor alle kinderen een gepaste oplossing te vinden? (Sami Souguir)

Op dit ogenblik zijn al een aantal bijkomende initiatieven genomen om extra plaatsen te creëren.

Het Go! zal in de basisschool De Hazenakker (Gentbrugge) per 01.09.2013 door herschikking 32 extra plaatsen maken.

Ook op de Voskenslaan wil het Go! nagaan of ze door herschikking bijkomende plaatsen  kunnen bijmaken.

 

Het stedelijk onderwijs zal op een van de twee de parkeerterreinen van het woon- en zorgcentrum De Liberteyt in Wondelgem (tijdens de bouwwerken voor een nieuwe bijkomende vleugel aan de school) containerklassen optrekken.  Per 01.09.2013 start de school met een eerste verhoging van de capaciteit van 50 plaatsen voor het kleuteronderwijs.

Het departement onderwijs en opvoeding van de stad Gent overweegt ook om in de vrijgekomen lokalen in de school voor buitengewoon onderwijs in de Sassepoort twee  bubbelklassen op te richten, goed voor een 50-tal plaatsen.

Tot slot wil ik nog meegeven dat in de Kiekenstraat een lagere school start.  Dit zal in eerste instantie per 01.09.2013 op het niveau van het lager onderwijs 25 plaatsen opleveren.

Totaal aantal bijkomende plaatsen met de nu genomen maatregelen : tussen de 150 en 180 plaatsen.

Alle genomen maatregelen hebben geen enkele weerslag op het in het gedrang brengen van de kwaliteit van het onderwijs.  Er wordt niet gestreefd naar overvolle klassen.

In geen enkel van de genomen initiatieven werd beslag gelegd op de speelruimte van de kinderen. 

 

Kan er in overleg met collega De Regge, de schepen van Personeelsbeleid, Facility Management en Administratieve vereenvoudiging, nagegaan worden welke infrastructuur de stad Gent ter beschikking kan stellen?  Was hier al overleg over?  Wat was de uitkomst van dit overleg? (Karin Temmerman).

 

Wat zijn meer algemeen de oplossingen die de Schepen (eventueel in samenwerking met de collega’s en de bevoegde Minister) voorziet, wordt er ook voor de lopende procedure nog een tandje bijgestoken? (Anne Schiettekatte)

 

De verhoging van de capaciteit in het onderwijs op het grondgebied van de stad Gent, moet een gedeelde verantwoordelijkheid zijn.  Het kan niet zijn dat één net alle lasten moet dragen.  Dit is ten andere financieel niet vol te houden.

Maandag jl. heb ik nog, samen met de verantwoordelijken van de verschillende onderwijsnetten, nagegaan wat nog mogelijk was binnen het onderwijsveld.   Het resultaat heb in zopas nog meegedeeld.

Een volgende fase kan zijn om alternatieven te zoeken buiten het onderwijsveld. 

Wat het stedelijk onderwijs betreft behoort het tot de mogelijkheden om in overleg te treden met collega De Regge om na te gaan of er binnen het stadspatrimonium eventueel locaties zijn die geschikt bevonden kunnen worden om onderwijsactiviteiten in te richten.

 

 

Zijn er los van de reeds gekende problemen voor de kleuterscholen  voor 2013-2014  nog andere capaciteitsproblemen? (Bram Braeckevelt)

Hoeveel plaatsen zijn er tekort in Gent?  Kan u een opsplitsing maken per deelgemeente.(Karin Temmerman)

Waar situeren zich de problemen, bij welke bevolkingsgroepen, in welke delen of wijken van de stad. (Anne Schiettekatte)

Welke zijn de oorzaken waardoor ouders geen enkele school toegewezen kregen (en in welke wijken doe die zich voor)? (Sami Souguir)

Wat is de reden dat ouders een school toegewezen krijgen die niet tot hun voorkeur behoorde? (Sami Souguir)

In welke mate komen de inschrijvingen overeen met de prognose die sinds 2008 door de Studiedienst van de Vlaamse Regering worden gemaakt? (Sami Souguir)

 

Komt er een evaluatie van de website www.meldjeaan.be? (Bram Braeckevelt)

 

Is de stad bereid via participatie-trajecten de ouders en de buurt te betrekken en te luisteren naar hun ideeën bij het zoeken naar een oplossing? (Karin Temmerman)

 

In de grafiek die u bezorgd werd met de evolutie en prognose van de 0-2 jarigen vind je de evolutie op basis van het bevolkingsregister (volle lijnen), samen met de prognoses van de Studiedienst van de Vlaamse Regering (stippellijnen).

De geboortes stijgen nog steeds, maar iets minder sterk dan voorspeld door de studiedienst.

Op dit ogenblik is er voor volgend schooljaar (2013-2014) niet voor elk ‘Gents’ kind een plaats in de instapklas en eerste kleuterklas.  Er is een dreigend tekort van 253 plaatsen wat overeenkomt met een dekkingsgraad van 92,3. Dit over het geheel van het grondgebied van de stad Gent.

Een dekkingsgraad van 100 zou betekenen dat er voor elk kind wel een plaats is. 

Sommige wijken hebben een dekkingsgraad die een stuk lager is dan 100.  Wanneer er een tekort aan plaatsen is in een bepaalde wijk, geldt dit voor alle kinderen (indicator of niet-indicatorleerling).  Het kaartje met de wijken van Gent geeft hier in het voorbeeld van de instappertjes duidelijk aan welke wijken met een tekort aan plaatsen kampen.

In die wijken zijn te weinig plaatsen voor kinderen uit de buurt.  Voorbeelden hiervan zijn de 19de eeuwse gordel, Wondelgem, Gentbrugge en in iets mindere’ mate de Kanaaldorpen en Zwijnaarde.  De ouders zoeken plaats in de omliggende wijken waar wel nog vrije plaatsen zijn.  Op die manier installeert zich het principe van de communicerende vaten en komen leerlingenstromen op gang van de ene wijk naar de andere. 

Dit is normaal aangezien wijkgrenzen au fond artificieel zijn. 

Een hogere dekkingsgraad dan 100 bouwt wat marge in zodat deze leerlingenstromen niet te snel dichtstroppen, zeker indien het criterium “buurt” zijn rol moet blijven spelen bij de keuze van een school.

Wat de vraag betreft  omtrent de toegewezen school die niet tot de voorkeur van de ouders behoorde, kan ik zeggen dat het onmogelijk is dat een kind een school toegewezen kreeg die niet op het voorkeurslijstje van de ouders stond.  Als een kind een katholieke school toegewezen kreeg, is het omdat de ouders die school in hun lijstje met voorkeurscholen opgenomen hebben.

De betrokken ouders kunnen steeds contact opnemen met de deskundige-ondersteuner van het Lop als ze menen dat er iets fout is gelopen.

Wel blijkt dat sommige ouders verkeerdelijk menen dat ze best alle scholen in de buurt aanvinken, ook die waar ze hun kind niet naartoe willen sturen. 

De reden waarom sommige kinderen geen school toegewezen kregen, is juist omdat nog teveel ouders te weinig scholen aanvinken.

En ja, er moet niet alleen gekeken worden voor “plaats voor elk kind” maar ook of de vrije schoolkeuze cq de vrije keuze van school en vestigingsplaats gewaarborgd is.  Dat is een heel moeilijke oefening. Er kan b.v. gekeken worden naar het aantal weigeringen in CAR.

Deelgebieden met een groot onevenwicht in weigeringen tussen b.v. officieel en vrij onderwijs hebben wellicht een specifiek tekort van het ene of het andere.  Dat blijft evenwel een vrije ruwe maat.  

Er zijn echter ook  een aantal factoren waar we geen rekening mee konden/kunnen houden:

 

 

 

 

Broertjes en zusjes :

Broertjes en zusjes krijgen voorrang.

Het kan gebeuren dat deze kinderen zich inschrijven in een school die niet in de buurt van de wijk ligt waar ze wonen.
Het is momenteel niet mogelijk op voorhand (voor de inschrijvingsperiode)  te bepalen over hoeveel kinderen dit gaat en wat dit betekent  voor het aantal vrije plaatsen op de scholen.

 

Vrije schoolkeuze :

Het is onmogelijk op voorhand in te schatten aan welk net, welke methode, ouders de voorkeur geven. We kunnen dus ook op voorhand niet bepalen hoeveel plaatsen er per net/per methode noodzakelijk zijn binnen een bepaalde wijk.

 

25% van de toewijzingen gebeurt niet aan de hand van de afstand tot de woning maar aan de hand van  de afstand tot het werk van één van de ouders. Ook dit kunnen we op voorhand niet in kaart brengen.

 

Een aantal Gentse kinderen gaan naar een school in één van onze randgemeenten, een aantal kinderen uit deze gemeenten zoekt een plaats in een Gentse school (broertjes/zusjes, nabijheid werkplaats, inschrijvingen na CAR). Het is heel moeilijk op voorhand te bepalen over hoeveel leerlingen dit gaat en zeker welke wijken hierdoor extra of minder belast worden.

 

En systematische analyse van de tevredenheid van ouders met de toegewezen school in relatie tot de kenmerken (karakterisering naar pedagogisch project) van de school die men toegewezen kreeg en de school of scholen waarvoor men geweigerd is, zou een meer nauwkeurige evaluatie toelaten.

Er vond reeds een eerste deel van de evaluatie plaats. De ouders werden door het LOP voor de toekenning van de tickets bevraagd over hun voorkeur van hun gekozen scholen.

Een meer algemene tevredenheidsbevraging van de ouders zal binnen enkele weken plaatsvinden. Deze evaluatie gebeurt eveneens door het LOP via een online­bevragings­instrument. Vervolgens zal het LOP ook een meer gedetailleerde analyse van de resultaten maken, o.m. om te zien in hoeverre vorderingen gemaakt werden in het realiseren van een sociale mix.

De vraag naar de bereidheid om via participatie-trajecten de ouders en de buurt te betrekken, moet dus door het Lop meegenomen worden.

Apart daarvan wordt ook de software geëvalueerd (wat werkt goed, welke bugs zitten er nog in? Wat moet nog verbeterd worden teggen oktober 2013?). Dat gebeurt in samenspraak met Digipolis, de stad Antwerpen (die van dezelfde software gebruik maakt en medeopdrachtgever is) en met beide LOP’s (Gent basisonderwijs en Antwerpen basisonderwijs).

 

 

Waaraan wijdt de schepen het feit dat 18% van de betrokken kinderen niet werd ingeschreven? Is dit inschrijvingsprocedure wel voldoende gekend bij de ouders? (Paul Goossens)

Hoe ernstig is het probleem van kleuters die niet de weg vinden naar de kleuterscholen?

Op welke manier wordt een poging gedaan om de kleuters te identificeren en (meer) te betrekken? (Bram Braeckevelt)

 

Zijn er aanwijzingen dat ouders met een mobiliteitshandicap (geen wagen, geen openbaar vervoer, ouders met een tekortkoming, …) door een gedwongen andere schoolkeuze in moeilijkheden komen zowel inzake beschikbaar vervoer als de daaraan gekoppelde financiële last? (Anne Schiettekatte)

 

Wat de aanmeldingsprocedure en de bekendmaking ervan betreft, dienst vooraf opgemerkt te worden dat dit een bevoegdheid van het Lokaal Overlegplatform Gent Basisonderwijs is. 

De Stad Gent is daarin als schoolbestuur van de stedelijke basisscholen uiteraard betrokken partij en neemt daarnaast ook vanuit zijn regisseursrol deel aan de besprekingen binnen het LOP.

Ondanks de grote campagne die voor het vijfde jaar op rij door het LOP gevoerd werd om de aanmeldings­procedure bekend te maken blijkt minder dan 1/5 nog geen gebruik te maken van het aanmeldingssysteem.

 

De campagne bestond uit : 

-         Alle Gentse ouders bij wie in 2011 een kind geboren werd, kregen in december een informatiebrochure in de bus.

Deze brochure werd ook verdeeld via de scholen, Kind en Gezin, de drie inloop­teams, de CLB’s, de opvoedings­winkel, een spel-o-theek, via alle leden van de coördinatievergadering van het LOP (zoals daar zijn: de integratiedienst, het onthaal­bureau, het Intercultureel Netwerk Gent, vertegenwoordiging van de verenigingen waar armen het woord nemen, vertegen­woordiging van de migranten­zelforganisaties) en andere inter­mediairen.

De brochure werd ook vermeld in de digitale nieuwsbrieven van www.destapgent.be (Studie­advies­punt Gent.  Dit is  een samenwerkingsverband tussen de drie CLB’s, het Welzijnsoverleg Regio Gent vzw en  het Oost-Vlaams Diversiteitscentrum vzw. De brochure is er te downloaden via een link op de website van deze zonet opgesomde organisaties. .

-         Er werden posters gedrukt en verspreid bij onder andere de scholen, kinderopvang­initiatieven, Kind en Gezin, … .

-         Er verscheen een artikel in het Stadsmagazine, dat ieder Gents gezin ontvangt

-         Er was de berichtgeving via AVS en Radio2 en de kranten

-         Door het LOP werden in februari twee informatiesessies voor ouders georganiseerd.

-         Intercultureel Netwerk Gent, de drie inloopteams en het OCMW hielde zitdagen.

Waarom meldden een 500-tal ouders dan toch hun kind (uit 2011) niet aan?

Het is moeilijk om hierop te antwoorden, aangezien deze ouders niet gekend zijn en bijgevolg ook niet bevraagd kunnen worden.

Het is ook mogelijk dat

-         Sommige ouders hebben niet aangemeld omdat ze het systeem niet kennen (voornamelijk kansarme ouders).  Meestal gaan deze kinderen niet naar de kinderopvang of komen ze niet in contact met andere ouders met kinderen in dezelfde leeftijdsgroep.

-         sommige ouders nog steeds het belang van aanmelden niet inzien omdat de datum van eerste instap nog een heel eind in de toekomst ligt. Sommige aan te melden kinderen zijn bij het begin van de informatiecampagne met moeite een jaar oud (of zelfs nog niet). Veel instappertjes zijn in de aanmeldingsperiode nog maar anderhalf jaar oud.

-         sommige ouders na een of enkele poging afgehaakt hebben wegens technische problemen. Er deden zich dit jaar meer problemen voor dan in de voorgaande vier jaren omdat met compleet nieuwe software gewerkt werd. De ontwikkelingstijd bleek te kort te zijn om de nieuwe software vooraf grondig te testen.

Wanneer we kijken naar de niet-ingeschreven kleuters, dan zijn deze op te delen in 2 groepen:

-      de Gentse 2.5 – en 3-jarigen worden opgevolgd door Kind en Gezin

 

-      de coördinaten van de Gentse 4- en 5-jarigen die nergens ingeschreven staan, worden jaarlijks overgemaakt aan de LOP-deskundige die samen met het OCMW en de CLB’s de kinderen probeert op te sporen. De kinderen van 2012-2013 zijn nog niet gekend, maar ter illustratie deze van 2011-2012 (deze gegevens zijn te vergelijken met die van 2010-2011 (68 kinderen) en 2009-2010 (61 kinderen)) :

 

  • Tijdens het schooljaar 2011 – 2012 waren 64 kinderen wonende in groot Gent niet ingeschreven in een school. Iets meer dan de helft (54,75%) daarvan was geboren in 2007, de anderen in 2006 (8 kinderen van deze groep werden vorig jaar reeds door de LOP-deskundige aangesproken).

 

  • Zeven kinderen waren gekend bij het OCMW, die de verdere opvolging op zich nam, zonder terugkoppeling naar het LOP.

 

  • Elf kinderen waren gekend bij het CLB. Waarvan zeven kinderen met zekerheid in het buitenland vertoefden en reeds 4 kinderen in een school stonden ingeschreven.

 

  • De overige ouders van de kinderen op de lijst (46 kinderen) kregen van het LOP een brief met vraag naar verduidelijking en de coördinaten van de LOP-deskundige indien ze verdere ondersteuning wensten. Na het versturen van de brieven werd er van 26 kinderen niets vernomen. De 20 andere kinderen bevonden zich in het buitenland of woonden niet langer op het opgegeven adres.

 

  • Eén ouder werd door de LOP-deskundige ondersteund op zoek naar een school. Het kind werd in een school ingeschreven. Eén kindje volgt thuisonderwijs, een ander kindje had een handicap waardoor beide kinderen bewust thuis werden gehouden.

 

Wat met ouders die geen toegang hebben tot internet en/of niet voldoende ‘digitaal   onderlegd’ zijn om de online-procedure te volgen? Bestaat er een parallelle inschrijvingsprocedure op papier? ( Paul Goossens)

 

Zijn er aanwijzingen dat vooral kwetsbare ouders het slachtoffer dreigen te worden van het online inschrijvingssysteem (geen kennis van de informatie, niet beschikken of kunnen werken met een computer,…)?

Zo ja, werd er een hulp- en begeleidingssysteem opgezet (bv in samenwerking met ocmw of welzijnsorganisaties, op de dienst onderwijs of in de scholen zelf?) (Anne Schiettekatte)

Er is geen parallelle AANMELDINGSprocedure op papier. 

Dat zou ook niet te combineren zijn met een elektronische aanmeldingsprocedure. Wel worden ouders op diverse wijzen ondersteund.  Ze kunnen voor de aanmelding terecht in elke Gentse basisschool en bij diverse organisaties.

Volgende organisaties ondersteunen de ouders: de drie inloopteams, Opvoedingswinkel, OCMW, Fzo-Vl, ING en Kom-pas vzw. Daarnaast zijn er ook info-momenten waar ouders terecht kunnen voor hun aanmelding.

Ook de deskundige-ondersteuner van het Lop helpt een aantal ouders bij de aanmeldingen.

wo 20/03/2013 - 07:45