Gent heeft de jongste jaren in de 19de eeuwse gordel een gedegen jeugdwelzijnswerk uitgebouwd. De stedelijke jeugddienst speelde daarin een regisserende rol. De Vzw Jong slaagde erin om als consortium van 14 kleinere vzw’s en in opdracht van de stad (en ondersteund met federale en Vlaamse middelen), een grote expertise op te bouwen om met verschillende doelgroepen (leeftijden van kleuter tot jongeren, jongens en meisjes) en via een steeds vernieuwend areaal aan pedagogische aanpakken (individueel en in groep) de wijkgebonden problematieken aan te pakken. Uit de jaarlijkse evaluatierapporten van vzw Jong leid ik af dat de schaalvergroting met name positieve resultaten oplevert op vlak van het delen van personeel, het reduceren van de overhead ten voordele van veldwerk, het delen van good practices, het netwerken en positioneren van jeugdwelzijnswerk t.o.v. andere actoren (scholen, sociale sector, politie, individuele trajectbegeleiding…).
Nog belangrijker zijn de verwezenlijkingen op het veld: elke week bereiken de 100 medewerker van de koepelvzw Jong minstens 4.000 jongeren, om hen te ondersteunen en stimuleren in hun ontwikkeling, daar waar ze buiten de reguliere jeugdwerking vallen wegens hun socio-culturele achtergrond. De gunstige psychologische, onderwijsmatige, maatschappelijke, preventionele en culturele effecten voor de bereikte doelgroepen zijn aanzienlijk. Eind 2013 loopt het convenant met de stad af. Er zijn nog hiaten (leeftijdsgroepen, buurten)welzijnswerk. Gent heeft de ambitie om kindvriendelijkste stad van Vlaanderen te worden. Dat vergt een heldere visie op het jeugdwelzijnsbeleid, en bijkomende investeringen.
Zal Gent het huidige convenant met vzw Jong met hetzelfde takenpakket handhaven dan wel uitbreiden?
Zo ja (een uitbreiding) zal de schepen dan rekening houden met de duidelijke noden aan een intensiever jeugdwelzijnswerk? Ik noem de Oost-Europese 16 plussers in de Dampoortwijk die nu niet goed weten waarheen en zich vaak op kantelmomenten bevinden tussen goed of slecht evolueren? Ik noem vroegdetectie van taalachterstand bij kleuters in een aantal wijken met veel nieuwkomers? Ik noem de behoefte aan meer outreaching (jeugdactivering vanop de straat, individueel) in wijken als Ledeberg en Moscou-Vogelhoek.
Hoeveel middelen wil de schepen reserveren voor de verdere uitbouw van het lokaal jeugdwelzijnswerk en op welke manier wil zij deze middelen gebruiken?
Vraag werd ter zitting teruggetrokken
do 14/03/2013 - 14:13