Op de vorige commissie kwam de subsidie voor onderwijs van de Vlaamse regering aan bod. U gaf als antwoord dat de toegekende 6 miljoen euro onvoldoende is om een antwoord te bieden aan de nood in Gent. U gaf in de vorige commissie aan dat een lokale taskforce van start is gegaan met de werkzaamheden om een planning rond de middelenverdeling uit te werken.
Wat is de stand van zaken rond de verdeling van de toegekende 6 miljoen euro?
Zijn er los van de reeds gekende problemen voor de kleuterscholen voor 2013-2014 nog andere capaciteitsproblemen?
Heeft u reeds een overleg gehad met de Vlaamse regering over de toekomstige subsidiëring voor Gent?
Hoe is dit verlopen? Wat is het perspectief voor het Gentse onderwijs?
Stand van zaken rond verdeling van 6 miljoen euro (Bram Braeckevelt)
Wat is het resultaat van het overleg van de taskforce? Hoe zullen de 6 miljoen euro besteed worden? (Sandra Van Renterghem)
Naar aanleiding van de toekenning van 6 miljoen euro bijkomende capaciteitsmiddelen door de Vlaamse Regering aan de stad Gent, heb ik op 7 februari jl. de lokale taskforce capaciteit samengeroepen.
Op dit overleg werd de actuele capaciteitsproblematiek per wijk/deelgebied en per niveau (kleuter – lager) besproken. Hieraan werden, in het licht van de toegekende middelen, de voorgestelde dossiers gekoppeld.
Gelet op de grootorde van de door de Vlaamse Regering ter beschikking gestelde financiële middelen, werd met de verantwoordelijken van de verschillende onderwijsnetten afgesproken om een nieuw overleg te plannen op 11 maart
Dit overleg vond eergisteren plaats. Door de Lokale Taskforce werd een selectie gemaakt van de dossiers 2013.
Volgende dossiers werden voor 2013 gekozen :
In totaal betekent dit dat voor de bijkomende capaciteitsmiddelen 2013 van de Vlaamse regering, netoverschrijdend in Gent zo’n 597 extra plaatsen (221 kleuter en 376 lager) gecreëerd worden.
Zijn er los van de reeds gekende problemen voor de kleuterscholen voor 2013-2014 nog andere capaciteitsproblemen? (Bram Braeckevelt)
Hoeveel plaatsen zijn er tekort in Gent? Kan u een opsplitsing maken per deelgemeente.(Karin Temmerman)
Waar situeren zich de problemen, bij welke bevolkingsgroepen, in welke delen of wijken van de stad. (Anne Schiettekatte)
Welke zijn de oorzaken waardoor ouders geen enkele school toegewezen kregen (en in welke wijken doe die zich voor)? (Sami Souguir)
Wat is de reden dat ouders een school toegewezen krijgen die niet tot hun voorkeur behoorde? (Sami Souguir)
In welke mate komen de inschrijvingen overeen met de prognose die sinds 2008 door de Studiedienst van de Vlaamse Regering worden gemaakt? (Sami Souguir)
Komt er een evaluatie van de website www.meldjeaan.be? (Bram Braeckevelt)
Is de stad bereid via participatie-trajecten de ouders en de buurt te betrekken en te luisteren naar hun ideeën bij het zoeken naar een oplossing? (Karin Temmerman)
In de grafiek die u bezorgd werd met de evolutie en prognose van de 0-2 jarigen vind je de evolutie op basis van het bevolkingsregister (volle lijnen), samen met de prognoses van de Studiedienst van de Vlaamse Regering (stippellijnen).
De geboortes stijgen nog steeds, maar iets minder sterk dan voorspeld door de studiedienst.
Op dit ogenblik is er voor volgend schooljaar (2013-2014) niet voor elk ‘Gents’ kind een plaats in de instapklas en eerste kleuterklas. Er is een dreigend tekort van 253 plaatsen wat overeenkomt met een dekkingsgraad van 92,3. Dit over het geheel van het grondgebied van de stad Gent.
Een dekkingsgraad van 100 zou betekenen dat er voor elk kind wel een plaats is.
Sommige wijken hebben een dekkingsgraad die een stuk lager is dan 100. Wanneer er een tekort aan plaatsen is in een bepaalde wijk, geldt dit voor alle kinderen (indicator of niet-indicatorleerling). Het kaartje met de wijken van Gent geeft hier in het voorbeeld van de instappertjes duidelijk aan welke wijken met een tekort aan plaatsen kampen.
In die wijken zijn te weinig plaatsen voor kinderen uit de buurt. Voorbeelden hiervan zijn de 19de eeuwse gordel, Wondelgem, Gentbrugge en in iets mindere’ mate de Kanaaldorpen en Zwijnaarde. De ouders zoeken plaats in de omliggende wijken waar wel nog vrije plaatsen zijn. Op die manier installeert zich het principe van de communicerende vaten en komen leerlingenstromen op gang van de ene wijk naar de andere.
Dit is normaal aangezien wijkgrenzen au fond artificieel zijn.
Een hogere dekkingsgraad dan 100 bouwt wat marge in zodat deze leerlingenstromen niet te snel dichtstroppen, zeker indien het criterium “buurt” zijn rol moet blijven spelen bij de keuze van een school.
Wat de vraag betreft omtrent de toegewezen school die niet tot de voorkeur van de ouders behoorde, kan ik zeggen dat het onmogelijk is dat een kind een school toegewezen kreeg die niet op het voorkeurslijstje van de ouders stond. Als een kind een katholieke school toegewezen kreeg, is het omdat de ouders die school in hun lijstje met voorkeurscholen opgenomen hebben.
De betrokken ouders kunnen steeds contact opnemen met de deskundige-ondersteuner van het Lop als ze menen dat er iets fout is gelopen.
Wel blijkt dat sommige ouders verkeerdelijk menen dat ze best alle scholen in de buurt aanvinken, ook die waar ze hun kind niet naartoe willen sturen.
De reden waarom sommige kinderen geen school toegewezen kregen, is juist omdat nog teveel ouders te weinig scholen aanvinken.
En ja, er moet niet alleen gekeken worden voor “plaats voor elk kind” maar ook of de vrije schoolkeuze cq de vrije keuze van school en vestigingsplaats gewaarborgd is. Dat is een heel moeilijke oefening. Er kan b.v. gekeken worden naar het aantal weigeringen in CAR.
Deelgebieden met een groot onevenwicht in weigeringen tussen b.v. officieel en vrij onderwijs hebben wellicht een specifiek tekort van het ene of het andere. Dat blijft evenwel een vrije ruwe maat.
Er zijn echter ook een aantal factoren waar we geen rekening mee konden/kunnen houden:
Broertjes en zusjes :
Broertjes en zusjes krijgen voorrang.
Het kan gebeuren dat deze kinderen zich inschrijven in een school die niet in de buurt van de wijk ligt waar ze wonen.
Het is momenteel niet mogelijk op voorhand (voor de inschrijvingsperiode) te bepalen over hoeveel kinderen dit gaat en wat dit betekent voor het aantal vrije plaatsen op de scholen.
Vrije schoolkeuze :
Het is onmogelijk op voorhand in te schatten aan welk net, welke methode, ouders de voorkeur geven. We kunnen dus ook op voorhand niet bepalen hoeveel plaatsen er per net/per methode noodzakelijk zijn binnen een bepaalde wijk.
25% van de toewijzingen gebeurt niet aan de hand van de afstand tot de woning maar aan de hand van de afstand tot het werk van één van de ouders. Ook dit kunnen we op voorhand niet in kaart brengen.
Een aantal Gentse kinderen gaan naar een school in één van onze randgemeenten, een aantal kinderen uit deze gemeenten zoekt een plaats in een Gentse school (broertjes/zusjes, nabijheid werkplaats, inschrijvingen na CAR). Het is heel moeilijk op voorhand te bepalen over hoeveel leerlingen dit gaat en zeker welke wijken hierdoor extra of minder belast worden.
En systematische analyse van de tevredenheid van ouders met de toegewezen school in relatie tot de kenmerken (karakterisering naar pedagogisch project) van de school die men toegewezen kreeg en de school of scholen waarvoor men geweigerd is, zou een meer nauwkeurige evaluatie toelaten.
Er vond reeds een eerste deel van de evaluatie plaats. De ouders werden door het LOP voor de toekenning van de tickets bevraagd over hun voorkeur van hun gekozen scholen.
Een meer algemene tevredenheidsbevraging van de ouders zal binnen enkele weken plaatsvinden. Deze evaluatie gebeurt eveneens door het LOP via een onlinebevragingsinstrument. Vervolgens zal het LOP ook een meer gedetailleerde analyse van de resultaten maken, o.m. om te zien in hoeverre vorderingen gemaakt werden in het realiseren van een sociale mix.
De vraag naar de bereidheid om via participatie-trajecten de ouders en de buurt te betrekken, moet dus door het Lop meegenomen worden.
Apart daarvan wordt ook de software geëvalueerd (wat werkt goed, welke bugs zitten er nog in? Wat moet nog verbeterd worden teggen oktober 2013?). Dat gebeurt in samenspraak met Digipolis, de stad Antwerpen (die van dezelfde software gebruik maakt en medeopdrachtgever is) en met beide LOP’s (Gent basisonderwijs en Antwerpen basisonderwijs).
Heeft uw reeds overleg gehad met de Vlaamse regering over de toekomstige subsidiëring voor Gent? Hoe is dit verlopen? Wat is het perspectief voor het Gentse onderwijs. (Bram Braeckevelt)
Heeft de schepen in tussentijd nog contact genomen met de Vlaamse overheid? Indien
eventueel extra Vlaamse middelen beschikbaar zouden komen, hoe zouden die met het oog op de komende schooljaren concreet aangewend worden? (Sandra Van Renterghem)
Over het contact tussen Gent en Brussel kan ik kort zijn.
Op 1 maart heb ik nog een brief aan minister Smet geschreven m.b.t. het capaciteitsbudget 2013 voor Gent. Ik wacht echter nog steeds op de uitnodiging van minister Smet.
Op dit ogenblik is er nog geen enkel zicht of Vlaanderen extra middelen ter beschikking zal stellen. Indien dit toch onverhoopt zou gebeuren, dan zal ik, opnieuw met de Lokale Taskforce samenroepen. Dit is het orgaan die de beslissing neemt over de aanwending van de capaciteitsmiddelen.