Sinds 2011 moeten ouders die hun kind naar de kleuterschool willen sturen, zich daarvoor via een onlineprocedure aanmelden. Daarbij kunnen ze hun voorkeurscholen doorgeven. Vervolgens bepaalt een computer op basis van de ingevoerde gegevens welk kind aan welke school wordt toegewezen.
Dit jaar hadden ouders de tijd van 1 tot 21 februari om hun kind aan te melden. Na afloop van deze periode bleek dat liefst 604 van de 3343 kinderen die in september met de kleuterschool kunnen starten, of 18%, niet werden aangemeld.
De betrokken ouders zullen zelf op zoek moeten gaan naar een school. Daarvoor moeten ze wachten tot na 15 april, wanneer de gegevens van de onlineprocedure zijn verwerkt en alle aangemelde kinderen werden toegewezen. Schepen Decruynaere gaf bij monde van haar woordvoerder toe dat de stad niet zeker is dat er voor alle kinderen nog een plaats zal zijn.
1) Waaraan wijdt de schepen het feit dat 18% van de betrokken kinderen niet werd ingeschreven? Is dit louter toe te schrijven aan vergetelheid van de ouders, of kunnen we concluderen dat er iets schort met de procedure? Is de inschrijvingsprocedure wel voldoende bekend bij de ouders? Is de inschrijvingsperiode van drie weken niet te kort? Wat met ouders die geen toegang hebben tot internet en/of niet voldoende ‘digitaal onderlegd’ zijn om de online-procedure te volgen? Bestaat er een parallelle inschrijvingsprocedure op papier?
2) Hoe is dit cijfer geëvolueerd sinds de invoering van het online-aanmeldingssysteem?
3) Welke conclusies trekt de schepen hieruit? Welke maatregelen zal zij nemen om het aandeel niet-ingeschreven kinderen de komende jaren te doen afnemen?
4) Met welke gegevens wordt in de computergestuurde toewijzing rekening gehouden? Gebeurt het dat naderhand nog menselijk wordt ingegrepen in de door de computer opgemaakte verdeling? Zo ja, om welke redenen?
Waaraan wijdt de schepen het feit dat 18% van de betrokken kinderen niet werd ingeschreven? Is dit inschrijvingsprocedure wel voldoende gekend bij de ouders? (Paul Goossens)
Hoe ernstig is het probleem van kleuters die niet de weg vinden naar de kleuterscholen?
Op welke manier wordt een poging gedaan om de kleuters te identificeren en (meer) te betrekken? (Bram Braeckevelt)
Zijn er aanwijzingen dat ouders met een mobiliteitshandicap (geen wagen, geen openbaar vervoer, ouders met een tekortkoming, …) door een gedwongen andere schoolkeuze in moeilijkheden komen zowel inzake beschikbaar vervoer als de daaraan gekoppelde financiële last? (Anne Schiettekatte)
Wat de aanmeldingsprocedure en de bekendmaking ervan betreft, dienst vooraf opgemerkt te worden dat dit een bevoegdheid van het Lokaal Overlegplatform Gent Basisonderwijs is.
De Stad Gent is daarin als schoolbestuur van de stedelijke basisscholen uiteraard betrokken partij en neemt daarnaast ook vanuit zijn regisseursrol deel aan de besprekingen binnen het LOP.
Ondanks de grote campagne die voor het vijfde jaar op rij door het LOP gevoerd werd om de aanmeldingsprocedure bekend te maken blijkt minder dan 1/5 nog geen gebruik te maken van het aanmeldingssysteem.
De campagne bestond uit :
- Alle Gentse ouders bij wie in 2011 een kind geboren werd, kregen in december een informatiebrochure in de bus.
Deze brochure werd ook verdeeld via de scholen, Kind en Gezin, de drie inloopteams, de CLB’s, de opvoedingswinkel, een spel-o-theek, via alle leden van de coördinatievergadering van het LOP (zoals daar zijn: de integratiedienst, het onthaalbureau, het Intercultureel Netwerk Gent, vertegenwoordiging van de verenigingen waar armen het woord nemen, vertegenwoordiging van de migrantenzelforganisaties) en andere intermediairen.
De brochure werd ook vermeld in de digitale nieuwsbrieven van www.destapgent.be (Studieadviespunt Gent. Dit is een samenwerkingsverband tussen de drie CLB’s, het Welzijnsoverleg Regio Gent vzw en het Oost-Vlaams Diversiteitscentrum vzw. De brochure is er te downloaden via een link op de website van deze zonet opgesomde organisaties. .
- Er werden posters gedrukt en verspreid bij onder andere de scholen, kinderopvanginitiatieven, Kind en Gezin, … .
- Er verscheen een artikel in het Stadsmagazine, dat ieder Gents gezin ontvangt
- Er was de berichtgeving via AVS en Radio2 en de kranten
- Door het LOP werden in februari twee informatiesessies voor ouders georganiseerd.
- Intercultureel Netwerk Gent, de drie inloopteams en het OCMW hielde zitdagen.
Waarom meldden een 500-tal ouders dan toch hun kind (uit 2011) niet aan?
Het is moeilijk om hierop te antwoorden, aangezien deze ouders niet gekend zijn en bijgevolg ook niet bevraagd kunnen worden.
Het is ook mogelijk dat
- Sommige ouders hebben niet aangemeld omdat ze het systeem niet kennen (voornamelijk kansarme ouders). Meestal gaan deze kinderen niet naar de kinderopvang of komen ze niet in contact met andere ouders met kinderen in dezelfde leeftijdsgroep.
- sommige ouders nog steeds het belang van aanmelden niet inzien omdat de datum van eerste instap nog een heel eind in de toekomst ligt. Sommige aan te melden kinderen zijn bij het begin van de informatiecampagne met moeite een jaar oud (of zelfs nog niet). Veel instappertjes zijn in de aanmeldingsperiode nog maar anderhalf jaar oud.
- sommige ouders na een of enkele poging afgehaakt hebben wegens technische problemen. Er deden zich dit jaar meer problemen voor dan in de voorgaande vier jaren omdat met compleet nieuwe software gewerkt werd. De ontwikkelingstijd bleek te kort te zijn om de nieuwe software vooraf grondig te testen.
Wanneer we kijken naar de niet-ingeschreven kleuters, dan zijn deze op te delen in 2 groepen:
- de Gentse 2.5 – en 3-jarigen worden opgevolgd door Kind en Gezin
- de coördinaten van de Gentse 4- en 5-jarigen die nergens ingeschreven staan, worden jaarlijks overgemaakt aan de LOP-deskundige die samen met het OCMW en de CLB’s de kinderen probeert op te sporen. De kinderen van 2012-2013 zijn nog niet gekend, maar ter illustratie deze van 2011-2012 (deze gegevens zijn te vergelijken met die van 2010-2011 (68 kinderen) en 2009-2010 (61 kinderen)) :
Is de inschrijvingsperiode van drie weken niet te kort? (Paul Goossens)
De vorige jaren heeft het LOP de ouders bevraagd die gebruik maakten van de aanmeldingsprocedure. En dit kwam niet als vraag naar boven.
Na de aanmeldingsperiode kwamen ook geen vragen binnen om verlenging ervan.
Wat met ouders die geen toegang hebben tot internet en/of niet voldoende ‘digitaal onderlegd’ zijn om de online-procedure te volgen? Bestaat er een parallelle inschrijvingsprocedure op papier? ( Paul Goossens)
Zijn er aanwijzingen dat vooral kwetsbare ouders het slachtoffer dreigen te worden van het online inschrijvingssysteem (geen kennis van de informatie, niet beschikken of kunnen werken met een computer,…)?
Zo ja, werd er een hulp- en begeleidingssysteem opgezet (bv in samenwerking met ocmw of welzijnsorganisaties, op de dienst onderwijs of in de scholen zelf?) (Anne Schiettekatte)
Er is geen parallelle AANMELDINGSprocedure op papier.
Dat zou ook niet te combineren zijn met een elektronische aanmeldingsprocedure. Wel worden ouders op diverse wijzen ondersteund. Ze kunnen voor de aanmelding terecht in elke Gentse basisschool en bij diverse organisaties.
Volgende organisaties ondersteunen de ouders: de drie inloopteams, Opvoedingswinkel, OCMW, Fzo-Vl, ING en Kom-pas vzw. Daarnaast zijn er ook info-momenten waar ouders terecht kunnen voor hun aanmelding.
Ook de deskundige-ondersteuner van het Lop helpt een aantal ouders bij de aanmeldingen.
Hoe is dit cijfer geëvolueerd sinds de invoering van het online-aanmeldingssysteem? (Paul Goossens)
Vergelijkingen maken met het verleden is moeilijk omdat de procedure ondertussen veranderd is. Tot en met vorig jaar werden twee periodes georganiseerd : één met voorrang voor GOK/niet-GOK in januari en een zgn. reguliere periode in maart.
Niet zelden waagden ouders die in januari aanmeldden ook nog eens hun kans in maart.
Qua aantal aangemelde kinderen hadden we in die eerste vier jaar dus het probleem van dubbeltellingen.
Ook werden in de analyses van het LOP toen nog niet het onderscheid gemaakt tussen kinderen van in Gent en kinderen van buiten Gent.
De evolutie in het aandeel niet bereikte kinderen is steeds positiever :
Voor de aanmeldingen 2009 (geboortejaar 2007): 51%
Voor de aanmeldingen 2010 (geboortejaar 2008): 40%
Voor de aanmeldingen 2011 (geboortejaar 2009): 25%
Voor de aanmeldingen 2012 (geboortejaar 2010): 23%
Voor de aanmeldingen 2013 (geboortejaar 2011): 17%
Welke conclusies trekt de schepen hieruit? Welke maatregelen zal zij nemen om het aandeel niet-ingeschreven kinderen de komende jaren te doen afnemen? (Paul Goossens)
We kunnen concluderen dat we de aanmeldingsprocedure beter en beter gekend is. Wat niet wil zeggen dat we nu goed zitten … we moeten blijven streven naar een lager cijfer.
We moeten streven naar 100% bereik want dan alleen krijgen we ook een zicht op de noodzakelijke capaciteit en kunnen we de middelen goed aanwenden in de juiste wijken.
Wat betreft de te nemen maatregelen moet ik meedelen dat dit de bevoegdheid is van het LOP.
De campagne rond CAR wordt grotendeels bekostigd uit het werkingsbudget van het LOP.
Het LOP moet blijven inzetten op een betere bekendmaking van de aanmeldingsprocedure. Maar vooral moeten ouders overtuigd worden van de noodzaak hun kind aan te melden. Nog meer gerichte campagnes naar specifieke bevolkingsgroepen lijken dus aangewezen.
Verder mogen we hopen dat tegen volgend jaar de technische problemen met het ouderportaal volledig opgelost zijn en de gebruiksvriendelijkheid geoptimaliseerd is.
Met welke gegevens wordt in de computergestuurde toewijzing rekening gehouden? Gebeurt het dat naderhand nog menselijk wordt ingegrepen in de door de computer opgemaakte verdeling? Zo ja, om welke reden? (Paul Goossens)
Bij de toewijzing wordt vooreerst rekening gehouden met de decretaal bepaalde voorrangscategorieën : - broers en zussen van reeds in de school ingeschreven leerlingen, - kinderen van personeelsleden van de school en - tenslotte de “restgroep”.
Binnen elke capaciteit worden vervolgens twee contingenten bepaald om tot een evenredige verdeling van kansarme en kansrijke kinderen te komen.
Die verdeelsleutel verschilt naargelang van het deelgebied waarin de vestigingsplaats van de school gelegen is.
Tenslotte worden binnen elk contingent de leerlingen geordend volgens afstand. Er worden 3 afstanden in rekening gebracht :
- de afstand thuis – school
- de afstand werkplek 1 – school
- de afstand werkplek 2 – school
25% van de vrije plaatsen wordt verdeeld op basis van een rangordening naar de KORTSTE van die drie afstanden. De computer berekent voor elke vestigingsplaats waarvoor een kind aangemeld wordt, wat die kortste afstand is.
75% van de vrije plaatsen binnen elk contingent binnen elke capaciteit wordt verdeeld op basis van een rangordening naar de afstand THUIS –SCHOOL.
En ja, er werd in de voorbije jaren achteraf 2 x ingegrepen. Dit gebeurde enkel waar er bij de bepaling van de afstand een fout gemaakt werd.:
- Bij de ligging van een boot. Een boot ligt aan de kade, en dit was niet zo bij de berekening van de afstand (aanvankelijk werd het midden van het water als vertrekpunt genomen). De herberekening zorgde niet voor een ander resultaat
- De voetgangersbrug in Mariakerke werd niet in rekening genomen. Dit is manueel toegevoegd. Dit zorgde voor een andere ordening bij de geweigerden, maar niet bij de kinderen met een ticket. De tickets werden aan de juiste kinderen toebedeeld