De stad ziet haar inwonersaantal gestaag groeien en ook de diversiteit neemt toe. Dit betekent niet alleen dat onze stad kleurrijker wordt, maar dat het vooral belangrijk is deze steeds groter wordende groep maximaal kwalitatieve ontplooiingskansen te bieden om ten vollen te kunnen deelnemen aan de maatschappij. Taal speelt hierbij een belangrijke rol. Jammer genoeg is de vraag naar een cursus Nederlands veel hoger dan het aanbod. In het bestuursakkoord staat te lezen dat de wachtlijsten en wachttijden voor een cursus Nederlands bij de Centra voor Basiseducatie (CBE) en de Centra voor Volwassenenonderwijs (CVO) tot een minimum zullen worden herleid én dat er al dan niet samen met de Vlaamse overheid voor een zomeraanbod zal gezorgd worden.
Antwoord:
Bij de Centra voor Volwassenonderwijs stond men twee jaar geleden op het randje van wachtlijsten, maar de situatie heeft zich ten goede gekeerd. Door het aanbod uit te breiden en alle vrije plaatsen op te vullen, is men erin geslaagd om nagenoeg alle cursisten een plaats te geven. Er is om de 6 maand een wachtlijstbevraging vanuit Volwassenenonderwijs. Bij de laatste 3 bevragingen waren er voor CVO-cursisten eigenlijk geen wachtlijsten meer.
Bij Centrum voor Basiseducatie was er tot een dik jaar geleden sprake van wachtlijsten, maar ook hier hebben de laatste twee wachtlijstbevragingen aangetoond dat er geen wachtlijsten meer zijn.
Bij CBE zijn er wel nog restwachtlijsten, als er te weinig mensen staan te wachten voor een module waardoor het niet te verantwoorden is die nog in te richten. Dan is het aangewezen om nog een tijdje te wachten, tot er voldoende cursisten zijn voor die module.
Antwoord:
Gemiddeld tussen de 1 en de 2 maand. Dit kan variëren volgens het niveau, de intensiteit, het type traject en de voorkeur lesmomenten van de cursist.
Welke initiatieven voorziet de schepen om het aanbod beter af te stemmen op de vraag?
Antwoord:
De afstemming van vraag en aanbod is een decretale taak van het Huis van het Nederlands. Cursisten die zich aanmelden bij het Huis van het Nederlands kunnen altijd op een redelijke termijn in een aanbod geplaatst worden. Het gaat hier om onderwijs dat met decretale middelen gefinancierd wordt, en dat uitgaat van een groepsaanbod. In die groepen worden de lessen gegeven met het oog op het bereiken van bepaalde leerdoelen, die ook door de overheid zijn vastgelegd.
Een cursist die enkel op bepaalde momenten of op een bepaalde locatie les wil volgen met inhouden die hij zelf vastlegt, kan niet in dit soort onderwijs terecht. Met privéonderwijs is dat natuurlijk wel mogelijk, maar dan moet ook de volledige kost van het onderwijs betaald worden.
Toch kan de afstemming tussen vraag en aanbod nog verbeterd worden. Niet zozeer door in te gaan op wachtlijsten, want die zijn er niet meer. Waar er wel nog kan aan gewerkt worden, is het fijner in kaart brengen van de noden van de cursist. Zo is er bij voorbeeld een steeds groter wordende groep van 2de of 3de generatie migranten, die bepaalde vaardigheden niet onder de knie heeft in het Nederlands. In die gevallen is een doorgedreven screening van de noden van de cursist aangewezen.
Dan zou men kunnen proberen om daar een aanbod op maat voor in te richten. Voor die screening bestaan op dit ogenblik geen instrumenten. Het Huis van het Nederlands Gent wil in samenwerking met de aanbodverstrekkers NT2 hier wel meer op inzetten. Daarvoor moeten ze echter mensen kunnen vrijmaken, waarvoor ze nu bij de stad willen aankloppen.
3 Is er ondertussen al zicht op een zomeraanbod?
Antwoord:
Binnen het reguliere kader is het niet toegelaten om een zomeraanbod in te richten voor de Centra voor Volwassenonderwijs. Er is wel een beperkt zomeraanbod voor CVO-cursisten, dat wordt gefinancierd met Vlaamse middelen. Het aanbod is beperkt tot 2 groepen. Dat lijkt ook niet problematisch, want er kan geen derde groep gevuld worden.
Bij de Centra voor Basiseducatie is er geen zomeraanbod, omdat er tot nu geen cursisten genoeg zijn om een module te kunnen starten.
Een zomeraanbod ingericht door de aanbodverstrekkers NT2 is dus niet aan de orde.
Mocht blijken dat er naar de toekomst toe wel vraag is, moet uiteraard bekeken wordt hoe hiermee kan omgegaan worden.
Het is natuurlijk altijd mogelijk om een aantal mensen samen te zetten met een vrijwilliger die Nederlands les geeft. Dit is af te raden om 2 redenen:
Het is wel zinvol om oefenkansen te scheppen, omdat het belangrijk is om ook buiten de schoolse context contact te hebben met het Nederlands. Zulke zaken kunnen zeker tijdens de zomer, en ze bestaan ook.
wo 27/03/2013 - 07:58