Terug
Gepubliceerd op 15/07/2021

2013_MC_00366 - Subsidiëring langer lopende wijkinitiatieven - Karlijn Deene

Commissie Algemene Zaken, Brandweer, Politie, Voorlichting, Juridische Zaken, Stedenbeleid, Internationale Samenwerking, Intercommunales en Financiële Participaties, Protocol, Bevolking en Burgerlijke Stand
ma 17/06/2013 - 19:00 Gemeenteraadszaal
Datum beslissing: ma 17/06/2013 - 19:16
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig

Bruno Matthys, Voorzitter; Sas van Rouveroij; Isabelle De Clercq; Johan Deckmyn; Freya Van den Bossche; Guy Reynebeau; Helga Stevens; Sami Souguir; Zeneb Bensafia; Anne Schiettekatte; Siegfried Bracke; Steven Vromman; Caroline Van Peteghem; Sven Taeldeman; Stephanie D'Hose; Astrid De Bruycker; Bram Vandekerckhove; Veli Yüksel; Karlijn Deene, raadslid NV-A

Afwezig

Dirk Holemans, ondervoorzitter; Filip Van Laecke; Elke Sleurs; Greet Riebbels; Fatma Pehlivan; Gabi De Boever; Wis Versyp; Sara Matthieu; Gert Robert; Matthias Storme; Geert Versnick; Mehmet Sadik Karanfil

Voorzitter

Bruno Matthys, Voorzitter
2013_MC_00366 - Subsidiëring langer lopende wijkinitiatieven - Karlijn Deene 2013_MC_00366 - Subsidiëring langer lopende wijkinitiatieven - Karlijn Deene

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

In een recente communicatie aan de pers verklaarde de burgemeester dat het stadsbestuur tegen 2014 het Wijk aan Zet-systeem wil hervormen. “Wij willen de eenmalige en de structurele initiatieven splitsen. De Vrienden van de Abdij - die Herberg Macharius en de Sint-Baafsabdij uitbaten - moeten dan niet elke keer opnieuw een aanvraag indienen", aldus de burgemeester in Het Laatste Nieuws van 4 mei 2013.

Het voornemen om de subsidies van “Wijk aan zet” te ontdubbelen staat inderdaad geformuleerd in het bestuursakkoord (actiepunt 14.18). De timing is echter nieuw en nog niet bekend gemaakt aan de gemeenteraad.

Indiener(s)

Isabelle De Clercq

Gericht aan

Daniel Termont

Tijdstip van indienen

wo 29/05/2013 - 10:54

Toelichting

1) In actiepunt 14.18, over de ontdubbeling van de subsidies van Wijk aan Zet wordt de denkpiste geformuleerd dat er binnen Wijk aan Zet kan gewerkt worden “aan budgetten voor ingrepen in de wijken, zoals bijvoorbeeld de heraanleg van een speelplein, aanpassingen aan troittoirs etc”. Kan u hierover meer duiding geven? Behoren ingrepen in/aan de publieke ruimte niet tot de kerntaak van de overheid? Ontstaat het gevaar niet dat dergelijke verantwoordelijkheid naar verenigingen en wijkorganisaties wordt doorgeschoven?

2) Het bestuursakkoord spreekt ook over wijkontwikkelingsplannen en wijkcharters (actiepunten 14.16 en 14.17). Hoe zullen ontwikkelingsplannen en wijkcharters zich verhouden tegenover de “structurele” steun aan wijkprojecten via Wijk aan Zet.

3) Er bestaat ook een circuit van o.m. erkende culturele en sociaal-culturele verenigingen, erkend jeugdwerk etc. waarvan de activiteiten in sommige gevallen gericht zijn op de bewoners van de buurt of wijk. Hoe zal het subsidiesysteem van erkende verenigingen zich verhouden tegenover de structurele steun aan “wijkinitiatieven” waaraan normaal gezien ook een vorm van erkenning via objectieve criteria is vooraf gegaan?

4) Bestaat het gevaar niet dat er een complexe structuur ontstaat waarbij organisaties niet meer weten tot welk kanaal ze zich moeten richten? Is het niet beter één transparant subsidiesysteem te ontwikkelen waar zowel erkende verenigingen, langlopende wijkinitiatieven als eenmalige projecten aan bod komen? In plaats van diverse subsidiekanalen waarvan de grenzen soms flou zijn?

Bespreking

Antwoord

 

Als antwoord op uw eerste vraag kan ik u inderdaad bevestigen dat het de bedoeling is het systeem van Wijk aan Zet in de komende weken en maanden grondig te evalueren met het oog op bijsturing. Hiervoor zullen volgende doelgroepen worden bevraagd: de deelnemers, de aanvragers, de juryleden, de betrokken stadsdiensten en de medewerkers van Gebiedsgerichte Werking (GGW) zelf.

 

Deze resultaten zullen gebundeld worden en moeten leiden tot - waar nodig - een aanpassing van het reglement. Bovendien zal een voorstel worden uitgewerkt om ook een vorm van structurele subsidiëring op te zetten. Dit systeem zou een eerste keer moeten worden toegepast bij de oproep van februari 2014.

 

De uitwerking van de mogelijkheid tot structurele subsidiëring voor kleine wijkingrepen binnen de procedure van Wijk aan Zet betekent geenszins dat de kerntaken van de overheid naar verenigingen en wijk-

 

organisaties zouden worden doorgeschoven. Wel is het de keuze van het beleid om burgers, verenigingen en wijkorganisaties te betrekken bij de diverse besluitvormingsprocessen, waarbij het structurele luik van Wijk aan Zet één van de concrete uitwerkingen van dat beleid kan worden. Maar één en ander moet in de komende maanden nog nader onderzocht en uitgewerkt worden.

 

In antwoord op uw 2de vraag kan ik u meedelen dat  van zodra de financiële krijtlijnen zijn bepaald, er kan worden nagedacht over zowel vormgeving als inhoud van de wijkontwikkelingsplannen. Het is de bedoeling om de wijk bij deze opmaak te betrekken. De mate en de vorm waarin dit zal gebeuren zijn momenteel nog niet bepaald. Logischerwijze zullen kleinere structurele maatregelen die door Wijk aan Zet worden goedgekeurd op één of andere manier onderdeel uitmaken van het grotere wijkontwikkelingsplan.

 

Wat uw 3de vraag betreft is het zo dat Wijk aan Zet duidelijke objectieve criteria hanteert waaraan een aanvraag moet voldoen:

 

  1. Zelfinitiatief en medebeheer van bewonersgroepen stimuleren
  2. Het moet gaan om acties die de leefbaarheid, het samenleven, de inspraak en/of communicatie in de wijk verbeteren

Afhankelijk van de hoofddoelstelling van de in te dienen vraag tot subsidiëring kan op basis van het ene of het andere reglement een subsidie worden bekomen. Om deze vragen goed op mekaar af te stemmen werd de voorbije jaren een netwerk uitgebouwd waarbij de verschillende stadsdiensten de aanvragen onderling bekijken om na te gaan welke instantie het best geplaatst is om de subsidie toe te kennen. Zo is het in het verleden meermaals gebeurd dat een Wijk aan Zet dossier werd doorgegeven aan de collega’s van bijvoorbeeld cultuur. Deze uitwisseling gebeurt op een efficiënte en transparante manier.

 

De uitwerking van één transparant subsidiesysteem in de toekomst biedt vanuit het oogpunt van de burger mogelijks een meerwaarde.

 

 

Gezien de grote diversiteit aan doelstellingen van de verschillende subsidiereglementen is dit echter niet vanzelfsprekend. Goede communicatie is in deze essentieel.

 

Op dit ogenblik zijn we druk bezig met het uitzetten van de financiële krijtlijnen binnen dewelke we ons bestuursakkoord wensen te realiseren. Gelet op de invoering van de door Vlaanderen opgelegde nieuwe Beheers- en Beleidscyclus is dit voor het bestuur noch de diensten een eenvoudige oefening.

Laat ons a.u.b. nog even respijt. Rome en Gent zijn niet in één dag gebouwd…

di 18/06/2013 - 14:50