Het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, artikel 200.
Het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, artikel 42, §1.
Het college van burgemeester en schepenen vroeg te onderzoeken wat de mogelijke alternatieven zijn in functie van het financieel ondersteunen van de adviesraden, rekening houdend met de huidige budgettaire ruimte.
Parallel aan deze vraag uitte het college de nood aan een inzicht in het inhoudelijk functioneren van deze raden.
Begin 2013 werd een beknopte e-mailbevraging naar de diverse adviesraden doorgestuurd.
Uit deze bevraging bleken vele andere verwachtingen en verzuchtingen zodat werd besloten een diepgaandere consulatieronde met de adviesraden op te starten waarin zowel werd stilgestaan bij het juridisch, procedureel kader als bij het inhoudelijk functioneren van de adviesraden.
Naast een financieel traject zal er nog een inhoudelijk langetermijntraject lopen dat in de loop van 2014 met de diverse adviesraden zal opgestart worden.
Wat het financiële traject betreft, voorziet de Stad in een budget dat de adviesraden in staat stelt hun opdracht naar behoren uit te voeren. Op basis van de input die werd verkregen tijdens de gespreksrondes met de adviesraden, werd een gediversifieerd voorstel van werkingsbudgetten per adviesraad uitgewerkt, opgemaakt op basis van 4 sleutels of parameters:
- aantal adviezen per jaar
- techniciteit van de adviezen
- formulering spontane adviezen (naast verplichte)
- initiatieven naar de ruimere samenleving.
Door het toekennen van een werkingsbudget, dat naar eigen behoren kan aangewend worden (presentiegelden, werkingsbudget of een combinatie van beiden), kan de eigenheid van karakter van de verschillende adviesraden behouden blijven.
De toegekende werkingsbudgetten zullen na 3 jaar geëvalueerd worden.
De gewijzigde manier van het vrij besteden van de werkingsbudgetten vraagt om een wijziging van hetzij de statuten, hetzij een huishoudelijk reglement, hetzij een afsprakennota afgesloten tussen de Stad en de adviesraad.
De Cultuurraad heeft ervoor gekozen het voorziene werkingsbudget te gebruiken enerzijds voor de uitbetaling van presentiegelden en anderzijds voor de financiering van diverse uitgaven in het kader van hun werking. Dit vraagt een aanpassing van artikel 20 en artikel 23 van de statuten van de Cultuurraad.
Keurt goed de wijziging van artikel 20 van de statuten van de Cultuurraad als volgt:
Artikel 20
§1Binnen de mogelijkheden van het stedelijke budget ondersteunt het stadsbestuur de werking van de gemeentelijke cultuurraad Gent door:
§2 De werkingsmiddelen kunnen worden besteed aan één of meerdere van de volgende posten:
-presentiegelden (zie artikel 23)
-vergaderkosten (broodjes, drank, huur zalen, uitnodigingen…)
-organiseren van acties in functie van de uitbouw van de expertiserol van de cultuurraad (voorbeeld: vormingen)
-organiseren van acties in functie van de uitbouw van de klankbordfunctie van de cultuurrraad
-organiseren van acties in functie van de representativiteit van de cultuurraad
-inhuren van externe expertise.
§3De gemeentelijke cultuurraad Gent kan geen acties uitvoeren die in concurrentie treden met de reguliere werking van de stedelijke diensten.
Keurt goed de wijziging van artikel 23 van de statuten van de Cultuurraad als volgt:
Artikel 23
Het presentiegeld voor het deelnemen aan de vergaderingen van de raad en aan de vergaderingen van het bureau bedraagt 40 euro, met een maximum van 10 vergoedingen per persoon en per kalenderjaar. Personeelsleden van de Stad Gent hebben geen recht op presentiegeld voor deelnames aan vergaderingen tijdens de werkuren.
De presentiegelden worden uitbetaald in de mate dat het budget dit toelaat.
Keurt goed de bij dit besluit gevoegde gecoördineerde versie van de statuten van de Cultuurraad.