Het voorbije jaar kreegt het SMAK 56.814 bezoekers over de vloer. In 2012 waren er dat iets meer dan 90.000. In 2011 84.248 en in 2010 bijna 100.000. Ondertussen hadden we in 2012 de Tracktentoonstelling die 217.144 bezoekers telde.
Uit deze cijfers blijkt duidelijk dat het bezoekersaantal van het SMAK zelf gestaag daalt.
De zaak afdoen met de mededeling dat er in 2013 veel tijd en middelen besteed zijn aan een buitenlandse tentoonstelling geeft natuurlijk geen verklaring voor het dalende bezoekersaantal in Gent.
Het SMAK is een belangrijke speler in het Gentse cultuurlandschap, zodat bijzondere waakzaamheid geboden is.
Welke verklaring heeft men voor deze gestage daling van het bezoekersaantal aan het museum zelf?
Welke stappen zullen worden ondernomen om dit tij te keren?
Het is niet correct dat de bezoekcijfers gestaag dalen, in 2007, 2008 en 2009 schommelde het aantal rond de 70.000, in 2010 ongeveer 86.000, in 2011 84.000, in 2012 90.000 en dan in 2013 rond de 60.000. Het gaat dus eerder om een plotse daling dan een gestage terugval.
Het museum heeft in 2013 met oa. Javier Tellez, Maria Nordman, Jordan Wolfson unieke tentoonstellingen gebracht waarmee het S.M.A.K. vandaag toont wat morgen tot de canon van de kunst zal behoren. Dit zijn inderdaad minder grote publiekstrekkers dan bijvoorbeeld ‘Hareng Saur – Ensor en de hedendaagse kunst’. Die vernieuwende rol is echter ook belangrijk voor een museum en wordt internationaal sterk geapprecieerd.
In 2013 heeft het S.M.A.K. ook sterk geïnvesteerd in zaken die géén extra publiek generen voor het museum zelf. Zo was er het Belgisch paviljoen in Venetië waar Kreupelhout – Cripplewood van Berlinde De Bruyckere gepresenteerd werd en waarvoor het S.MA.K. de volledige realisatie op zich nam. We gaan daar in 2014 de vruchten van plukken want dan komt er een overzichtstentoonstelling van Berlinde De Bruyckere waar dat werk ook te zien zal zijn.
Bovendien mag ook niet vergeten worden dat het S.M.A.K ook een wetenschappelijke instelling is die de belangrijkste publieke collectie hedendaagse kunst in dit land beheert. De voorbije jaren heeft het S.M.A.K. sterk geïnvesteerd in de verdere zorg en het verdere onderzoek van de collectie, en dit was ook in 2013 het geval. Dit zijn voor het publiek onzichtbare processen, maar processen die op lange termijn van ontzettend belang kunnen genoemd worden. Zo zal dit aanleiding geven tot de nieuwe collectiecatalogus, en tot een aantal tentoonstellingen die vanuit de collectie vertrekken.
Toch vindt het museum net als ik dat het bezoekcijfer voor een museum als het S.M.A.K. beter had kunnen zijn. Ik ben echter géén cijfer fetisjist, de kwaliteit van een museum laat zich niet alleen meten aan de hand van het aantal bezoekers. Ik wil daarmee zeker niet zeggen dat ik het niet belangrijk vind, uiteraard moet er voldoende draagvlak zijn. Ik verwacht van het S.M.A.K. dat ze beter kunnen en moeten doen. Maar ik heb daar ook vertrouwen in, ik ben er gerust in dat eind volgend jaar er betere cijfers zullen liggen voor 2014. Kunstenaars als Berlinde De Bruyckere zijn veel bekender en trekken dus ook meer volk dan de kunstenaars die in 2013 aan bod kwamen.
In september 2013 heeft het S.M.A.K. Peter Aerts aangeworven als hoofd communicatie, een functie die gedurende enige tijd niet was ingevuld. Peter Aerts heeft meer dan 20 jaar ervaring in de communicatiesector, en wil deze ervaring nu ten dienste stellen van het S.M.A.K.. De vruchten hiervan zal het museum ongetwijfeld in de komende tijden plukken. Want voor het S.M.A.K. is het niet alleen belangrijk te weten hoeveel bezoekers er naar het museum komen, maar ook om te weten wie die bezoeker nu precies is en waarom die komt. We zijn ervan overtuigd dat het beter kennen van het bestaande publiek ook onvermijdelijk zal leiden tot een publieksverdieping en -verbreding.
Ik denk dat dit samen met de tentoonstelling van Berlinde De Bruyckere (met inbegrip van de presentatie van het werk van Berlinde De Bruyckere van de Biënnale van Venetië) 2 zaken zijn die het S.M.A.K. in 2014 een positiever bezoekersresultaat kunnen opleveren.
In tegenstelling tot andere sectoren in de maatschappij kan de performantie van een museum niet gemeten worden per jaar. Er is nu inderdaad een daling maar de jaren ervoor was het vrij constant, eerst rond de 70.000, vanaf 2010 tussen de 85.000 en 90.000. Ik denk dat we terug moeten naar dat niveau maar uitspraken als ‘het S.M.A.K. heeft geen draagvlak meer’ zijn niet aan de orde. Er zijn maatregelen genomen en de evolutie wordt zeker serieus genomen. We zullen zien of die maatregelen in 2014 opnieuw tot een verhoging kunnen leiden, ik heb daar in elk geval het volste vertrouwen in.
De performantie van een museum ligt in een samenspel tussen internationale erkenning en lokale verankering.
Kortom: ook in 2013 heeft het S.M.A.K. bewezen dat het een belangrijk museum voor hedendaagse kunst is. Dit vond het afgelopen jaar onvoldoende vertaling in publiekscijfers, maar door een versterkt communicatieteam en gerichte tentoonstellingsprogrammatie verwacht ik voor 2014 betere cijfers.
ma 20/01/2014 - 08:15