Artikel 3.2.5 van het Decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond-en pandenbeleid en later gewijzigd,
Het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en later gewijzigd.
De Grondwet, de artikelen 41 en 170;
Het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 en latere wijzigingen, de artikelen 42 §3 eerste lid, en 43 §2,15°.
De belastingreglementen op de onbebouwde gronden en onbebouwde percelen werden laatst door de gemeenteraad goedgekeurd op 27 november 2007 en werden later gewijzigd op 23 maart 2009.
In 2009 werd het decreet betreffende het grond- en pandenbeleid goedgekeurd dat deze aangelegenheid heeft verfijnd en bijgesteld onder de vorm van een algemene activeringsheffing. Deze belastingen worden in het decreet activeringsheffingen genoemd en worden beschouwd als een instrument dat lokale besturen kunnen inzetten om mee te werken aan hun beleid dat de grond- en pandenmarkt wil faciliteren, stimuleren, bevorderen en desnoods corrigeren.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan en het budget 2014 van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen aan alle belanghebbenden op het grondgebied van de Stad Gent. In die zin komt de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
Beleidsdoelstelling van beide fiscale reglementen blijft (slapende) gronden op de markt te brengen, speculatie zoveel mogelijk tegen te gaan zodat woningbouw kan gestimuleerd worden.
De woonstudie “wonen in Gent” van 2009 heeft deze problematiek in een zeer ruim kader bestudeerd en stelt o.a. dat best een progressieve belastingsvoet met hogere tarieven gehanteerd wordt om beleidseffect te hebben.
Om een groter beleidseffect te bereiken wordt voorgesteld de tarievenstructuur te wijzigen door:
- een stijging van het basistarief per m² te voorzien van 0,25 euro/m² naar 1 euro/m². Deze stijging is een fractie van de stijgingsgraad van de grondwaarde sinds het tarief op 0,25 euro in 1998 werd vastgelegd. Om effect te hebben moet de belasting in verhouding staan met de grondwaarde op zich maar ook met de jaarlijkse meerwaarde. (zie bijlage evolutie waarde)
- een progressiviteit in de tarieven te voorzien in functie van de duur van onbebouwd blijven. Het aanhouden van eenzelfde tarief per m² blijkt weinig effectief te zijn. Een progressieve belastingsvoet daarentegen bouwt de druk geleidelijk op en geeft de eigenaar de nodige tijd om te besluiten wat hij precies met zijn onbebouwde bouwgrond wil doen. Er worden vier belastingtarieven voorzien die trapsgewijs stijgen. Vanaf 2014 geldt het laagste tarief van 1 euro/m² voor alle eigenaars ongeacht de periode waarbij zij de onbebouwde grond in eigendom hebben. Bij ongewijzigde omstandigheden zal na 9 jaar het maximumtarief van 1,75 euro/m² van toepassing worden. Het minimumtarief wordt bij aanvang vastgelegd op 250 euro en evolueert in de tijd.
-vrijstelling na verwerving van een enige eigendom voor 3 jaar. Deze termijn is redelijk tijdens dewelke de eigenaar acties kan ondernemen om zijn grond te bebouwen/verkopen.
-eigenaars die een stedenbouwkundige vergunning in het kalenderjaar voorafgaand het aanslagjaar hebben bekomen hebben recht op 1 jaar vrijstelling. Vergunningen met bijkomend een sloping vervat bekomen gedurende het kalenderjaar voorafgaand aan het aanslagjaar een vrijstelling van twee jaar aangezien het slopen van gebouwen of ruïnes langer tijd vereisen dan louter bebouwen. Bovendien is het mogelijk dat een vrijstelling van slechts één jaar al zou verlopen zijn op het moment dat het onroerend goed na sloping belastbaar wordt.
-nieuwe eigenaars van onbebouwde gronden krijgen één jaar vrijstelling om hun toe te laten de nodige acties te ondernemen om de bebouwing aan te vangen.
De combinatie van de voormelde voorgestelde vrijstellingen (eerst grond kopen en dan vergunning aanvragen) geeft de kandidaat bouwer een termijn van 3à5 jaar voor hij belasting moet betalen.
-vrijstelling voor landbouwgebruik wordt opgeheven omdat gronden in woongebieden eerst en vooral bestemd zijn voor woningbouw en niet voor landbouw. Gezien de schaarste aan bouwgronden is deze vrijstelling niet meer opportuun.
-nieuwe vrijstelling is voorzien voor onroerende goederen die het voorwerp zijn van bodemonderzoek en/of saneringswerken overeenkomstig het bodemdecreet zodat de betrokken eigenaars de tijd krijgen om hun gronden te saneren.
- het havenbedrijf Gent en de EVA's van de Stad Gent zijn gebonden door hun maatschappelijk doel. Ook het bezit van onroerend goed kadert in dat maatschappelijk doel, en heeft een andere finaliteit dan bij de andere belastingplichtigen die onder het stedelijk belastingreglement vallen. Dit rechtvaardigt een vrijstellingsperiode van zes jaar.
-de erkende huisvestingmaatschappijen verkrijgen een vrijstelling beperkt in de tijd van vijftien jaar gezien hun maatschappelijk doel sterk verbonden is met deze van de Stad Gent. In het bijzonder zijn de Sociale Huisvestingsmaatschappijen vennootschappen met een decretaal omschreven maatschappelijk doel dat beantwoordt aan de doelstellingen van het Vlaamse woonbeleid. Ze verwerven gronden en panden voor de realisatie van sociale woonprojecten en de terbeschikkingstelling van sociale kavels wat inhoudt dat aparte procedures moeten gevolgd worden. Deze woonorganisaties zijn administratieve overheden in de zin van artikel 9 van de Wet van 23 december 1946 houdende instelling van de Raad van State (Cass. 5 april 1973, Pas 73, I, 759 en Arr. Cass. 1973, 783).
- de vrijstellingen zonder beperking in tijd worden aangehouden gezien de specifieke status van deze gronden (bouwverbod, onteigeningsplan, gronden waarop geen bebouwing aangewezen is omwille van bouwfysische redenen)
Verder zijn er overgangsbepalingen en een administratieve boete voorzien voor diegene die verzuimt de nodige documenten voor te leggen na uitdrukkelijke vraag vanwege de bevoegde administratie.
Keurt het "belastingreglement op onbebouwde bouwgronden gelegen in een woongebied" goed en dit voor de aanslagjaren 2014 tot en met 2019, zoals in bijlage gevoegd en integraal deel uitmakend van dit besluit.
Keurt het "belastingreglement op de onbebouwde kavels in een niet vervallen verkaveling" goed en dit voor de aanslagjaren 2014 tot en met 2019, zoals in bijlage gevoegd en integraal deel uitmakend van dit besluit.