Gemeentedecreet van 15 juli 2005, artikel 2
Decreet van 30 mei 2008 inzake de vestiging en de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Gemeentedecreet van 15 juli 2005, de artikelen 42 §3 en 43 §2, 15°
Het belastingreglement op de bedrijfsvestigingen werd laatst door de gemeenteraad goedgekeurd op 27 november 2007 en later gewijzigd. Het belastingreglement is van toepassing tot en met 2013.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan en het budget 2014 van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen aan alle belanghebbenden op het grondgebied van de Stad Gent. In die zin komt de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
De algemene fiscale doelstelling van deze belasting bestaat er in de bedrijven op het Gentse grondgebied te laten bijdragen in de financiering van de algemene dienstverlening van de Stad.
De rechtspraak aanvaardt in dat verband dat de oppervlakte van een bedrijf als berekeningsgrondslag aanvaardbaar en pertinent is, omdat het in verband staat met de omvang van de dienstverlening (tussenkomsten van de technische diensten, brandweerattesten en - controles, infrastructurele tussenkomsten, veiligheidstussenkomsten) en dat het niet onredelijk is er van uit te gaan dat de oppervlakte van een bedrijf een indicatie kan zijn van de mate waarin de gemeentelijke dienstverlening genoten wordt. (o.m. Raad van State van 27 juni 2006 inzake de gemeente Hamme).
De rechtspraak aanvaardt ook dat het niet onredelijk is om gebruik te maken van categorieën die de verscheidenheid van toestanden slechts met een zekere graad van benadering opvangen, en dat de gemeente er kan voor opteren om "kleine bedrijfsvestigingen" vrij te stellen voor zover ze binnen de grenzen van het gelijkheidsbeginsel blijft.
Er is een indexatie van de tarieven ingewerkt gelet op de stijgende levensduurte. Er is vrijstelling van belasting voorzien voor de rechtspersonen vermeld in de artikelen 180,181 en 182 van het WIB 1992 gelet dat tal van wettelijke bepalingen aan de door de overheid opgerichte instellingen van openbaar nut ook vrijstelling verlenen van lokale belastingen. Er is eveneens vrijstelling voorzien voor nieuwe bedrijven voor een periode van 3 jaar volgend op de aanvang van de bedrijfsvestiging gezien het beleid elke nieuwe belastingplichtige in de beginfase daadwerkelijk wil stimuleren op zijn grondgebied.
Keurt het "belastingreglement op de bedrijfsvestigingen " goed en dit voor de aanslagjaren 2014 tot en met 2019, zoals in bijlage gevoegd en integraal deel uitmakend van dit besluit.