.
De reglementen voor de belasting op onbebouwde percelen, goedgekeurd in de gemeenteraad van december 2013, bevatten volgende vrijstelling:
“De Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de door de Vlaamse maatschappij voor Sociaal Wonen erkende huisvestingmaatschappijen voor vijftien aanslagjaren volgend op de verwerving van het goed. “
Waarom wordt deze vrijstelling voor een periode van 15 jaar gegeven?
Waarmee werd er rekening gehouden om deze termijn te bepalen?
De bepaling die u citeert, is niet nieuw.
Zij bestond ook in het vorig reglement.
Na reflectie werd aan de gemeenteraad voorgesteld om ze te behouden.
De sociale huisvestingsmaatschappijen bevinden zich immers in een bijzondere positie:
- Zij zijn voor de financiering van hun bouwwerken volledig afhankelijk van renteloze leningen bij de VMSW. Deze kunnen maar goedgekeurd worden binnen de perken van de jaarlijks beschikbare (Vlaamse) middelen. Het heeft dus niet zoveel zin om ze door een lokale fiscale stimulus te verplichten om te bouwen. Zij zouden dan immers belast kunnen worden omdat ze geen overheidsmiddelen krijgen om te bouwen;
- Bovendien zijn zij voor de realisatie van hun plannen onderworpen aan een strenge en strikte regelgeving die de doorlooptijd van projecten onvermijdelijk vertraagt.
Indien men wenst dat het aantal sociale woningen in onze stad op termijn nog toeneemt, zou het onverantwoord zijn om de maatschappijen te verplichten hun grondvoorraden te verkopen en deze op de private markt aan te bieden.
Anderzijds is het ook niet te verantwoorden dat onbeperkt inactieve grondreserves zouden aangehouden worden. Vandaar een beperking in de tijd tot maximum 15 jaar.
vr 14/03/2014 - 09:09