Begin februari raakte bekend wat de gevolgen zijn van de hervorming van de wachtuitkering door regering Di Rupo. Zoals bekend is de wachttijd om de inschakelingsuitkering te krijgen van 9 maand naar 12 maand verschoven en deze is bovendien beperkt in de tijd, namelijk 3 jaar. Bovendien besloot de RVA om de jongeren te controleren mét strengere voorwaarden.
Het ABVV berekende dat vanaf volgend jaar 10.000en jongeren hun werkloosuitkering zouden kwijt geraken. Waarvan een kleine duizend in Gent. Dit is een sociaal drama voor die jongeren en zal bovendien ook een zware impact hebben op het OCMW.
In De Morgen van 6 februari verklaarde de schepen bovendien dat er nu reeds maandelijks een stijging is van het aantal jongeren dat een leefloon vraagt (terwijl de hervorming van de wachtuitkering pas ingaat vanaf 2015).
Hoeveel nieuwe jonge leefloners zouden er volgens u bijkomen?
Hoe kunnen we vanuit Gent deze groep meer perspectief bieden?
Hoe plant u als schepen van Werk en voorzitter van het OCMW hiermee om te gaan?
Wat is daarnaast de verklaring van het feit dat er nu al zoveel jongeren een leefloon aanvragen, en worden ook nu al extra maatregelen/initiatieven voor deze groep overwogen?
Het aantal leefloners in Gent is in 2013 gestegen met ongeveer 5 %, van januari tot december (van 4681 tot 4939- de meest recente cijfers).
In 2012 was er nog een daling van ongeveer 9%: van 5195 in januari tot 4705 eind december.
De meest recente cijfers over jongeren met een leefloon zal ik u nu schetsen: op 1 januari 2013 telde het OCMW 1214 jongeren die een leefloon of ekwivalent leefloon kregen.
In december 2013 is dat aantal opgelopen tot 1408 of dus een stijging van 17%.
We merken dus in 2013 een stijging van het aantal jongeren en dat door de minder goede economische situatie van het afgelopen jaar.
De stijging is mogelijks ook het gevolg van de gewijzigde werkloosheidsreglementering.
Het verlengen van de wachttijd van 9 tot 12 maand is al in voege sinds 2012.
De RVA voerde in maart 2013 de eerste evaluatiegesprekken rond het zoekgedrag naar werk van deze jongeren.
In 2013 werden de effecten dan pas duidelijk.
Als daar straks nog een groep bijkomt door de verdere maatregelen rond de controle van de schoolverlaters en de beperking van de wachtuitkering in de tijd tot 3 jaar, wordt het ook voor ons OCMW een mogelijks financiële zware dobber. Hoe groot die groep zal zijn is moeilijk in te schatten. Het spreekt voor zich dat als door de maatregelen van de hogere overheden het aantal jongeren met leefloon stijgt, de hogere overheden de steden en gemeentes meer moeten ondersteunen.
Het is voor mij dan ook van groot belang dat er op alle vlakken -federaal, Vlaams en lokaal- maatregelen genomen worden om werk te maken van dit groot maatschappelijk probleem.
Niet op jeugdwerkloosheid inzetten, kan ervoor zorgen dat voor een grote groep jongeren hun toekomst verloren gaat, met alle gevolgen vandien.
Wat ons eigen OCMW betreft wordt er vanuit de wetgeving al specifieke aandacht geschonken aan deze leeftijdsgroep vermits elke jongeren een Geïndividualiseerd Project Maatschappelijke Integratie moet volgen, hetzij rond opleiding, studies of werk.
Dit houdt concreet in dat onze maatschappelijk werkers bijzondere aandacht besteden aan studeren enerzijds en andere vormen van activering.
Concreet tellen we aan ons OCMW ongeveer 500 studenten in de totale groep LL/LM waarvan ongeveer 300 les volgen in het secundair onderwijs. Ik vind dit heel belangrijk! Hierbij zijn ook meerderjarigen die dan toch nog de kans krijgen om hun secundair onderwijs af te werken.
De jongeren met een ‘multi-probleem’ (voornamelijk afkomstig uit de bijzondere jeugdzorg) worden begeleid door “jongerenwerkers” van de methodische cel jongeren (ongeveer een 300 jongeren).
Om extra aandacht te kunnen besteden aan deze jongeren, hebben deze “ jongerenwerkers” een lagere bezetting (“caseload “) dan hun collega’s in het jeugdwerk.
Binnen onze emancipatorische werking is er een specifiek project ontwikkeld voor jongeren tussen 18 en 25 jaar: Extra Time. In dit project wordt met groepswerk en individuele begeleiding gewerkt aan attitudes en competenties.
In ons armoedebeleidsplan zal er sterk gefocust worden op wat eigenlijk het kernprobleem is van de Gentse werkloosheid: de ongekwalificeerde uitstroom uit het secundair onderwijs.
Enkele aspecten hieruit: ·bv. ouders stimuleren om hun kinderen zo vroeg mogelijk naar de kleuterschool te sturen om schoolse achterstand te beperken
én inzetten op schoolse begeleiding.
De Stad met het OCMW als partner heeft ondertussen een nieuw project: ‘Vindplaatsgericht werken’.
Dit project heeft tot doel jaarlijks 120 jongeren te bereiken en hen met vliegende coaches een werkperspectief aan te reiken. Die 120 jongeren zullen aangereikt worden door jongeren-en welzijnsorganisaties én ons OCMW.
Binnen het eigen Opleidings-en tewerkstellingscentrum van het OCMW Gent zijn er ongeveer een 320 jongeren tussen 18 en 24 jaar waar we een traject aanbieden richting werk (project Snelwerk interim-bureaus, ..)
Sinds kort benutten we nu ook mogelijkheden om, tijdens artikel 60, contracten, stages aan te bieden in de bedrijven.
Extra aandacht zal ook besteed worden naar begeleiding van jongeren bij hun sollicitaties en meer bepaald het verzamelen en bijhouden van hun sollicitatiebewijzen. Op die manier vermijden we dat jongeren dikwijls uit onwetendheid negatieve evaluaties zouden krijgen van de RVA.
Jeugdwerkloosheid is voor mij en mijn collega’s schepenen een topprioriteit.
Dat betekent dat, zowel in de komende convenant VDAB-Stad-OCMW als binnen “Gent Stad in Werking” én in het beleidsplan Werk jeugdwerkloosheid dit mijn hoofdbekommernis zal zijn.
In het kader van deze samenwerkingsakkoorden kunnen dan nog verdere acties uitgewerkt worden.
Uiteraard zal ik hierbij inspelen op de Vlaamse en federale maatregelen-zie bijvoorbeeld de huidige instapstages voor jongeren.
Daarbij wil ik toch ook benadrukken dat Stad Gent al ongelooglijk veel gedaan heeft rond jongerenwerkloosheid, hoewel dit eigenlijk niet tot de prioriteiten van een lokaal bestuur behoort.
Omdat we in Gent dagelijks zeer sterk geconfronteerd worden met werkloze jongeren, nemen we hier lokaal onze verantwoordelijkheid op.
Waar ik niet mee akkoord kan gaan is de uitspraak dat de schuld bij de jongeren ligt.
Door de complexiteit van de huidige jobs, de moeilijke omstandigheden van bepaalde jongeren, de vereiste competenties die gevraagd worden bij sommige jobs, is het onze taak om deze jongeren zeer goed te begeleiden.
do 20/02/2014 - 11:43