De federale regering heeft vorig jaar geld vrijgemaakt voor 10.000 stageplaatsen voor jongeren zonder diploma of werkervaring. De bedoeling is dat jongeren via zo’n stage de vaardigheden die ze op school leerden in de praktijk bijschaven en zo hun jobkansen verhogen. Als de werkgever een jongere na de stage in dienst neemt, kan hij rekenen op fikse loonlastverlagingen zonder dat het loon van de jongere daaronder lijdt.
Volgens de meest recente cijfers waarover minister van Werk Monica De Coninck beschikt, waren eind augustus in Vlaanderen 251 jongeren in zo'n stageplaats aan de slag. In Wallonië waren dat er vier en in Brussel ging het om achttien jongeren. Dat cijfer zou ondertussen iets hoger liggen. Tot eind september was er sprake van 479 jongeren in Vlaanderen met een stageplaats.
Zijn er over het organiseren van de jongerenstages al contacten geweest met de bedrijven in Gent? Hoe staan zij tegenover de stages? Worden er acties ondernomen om de stages te promoten? Hebt u er zicht op hoeveel stageplaatsen werden voorzien en hoeveel er ondertussen ingevuld zijn?
Totnogtoe maakten in Gent 17 bedrijven gebruik van de instapstage. 35 jongeren werden toegeleid, 12 contracten dienden vroegtijdig te worden stopgezet.
Deze cijfers illustreren dat het voor de VDAB niet makkelijk is jongeren te vinden, die voor deze maatregel warm kunnen worden gemaakt.
Dat geldt niet alleen voor de (federale) instapstages. Het geldt ook voor de (Vlaamse) werkinlevingstrajecten, die in het voorjaar werden gelanceerd.
Ook hier is de toeleiding relatief beperkt. In september waren 111 jongeren toegeleid, op 810 trajecten gespreid over drie jaar.
Deze beperkte toeleiding heeft te maken met allerlei opstartproblemen, die voor vertraging hebben gezorgd.
Maar mogelijk wijst dit op een fundamenteler probleem, en meer bepaald het gegeven dat jongeren deze maatregelen te weinig vanuit een begeleidende insteek zien, en veeleer vanuit een verplichtende.
Dat de maatregelen dus te sterk extrinsiek motiverend zijn. Of te weinig aangepast aan hun persoonlijke context of socio-economische realiteit.
Die realiteitszin zal echter nodig zijn om deze interessante instrumenten écht resultaat te laten ressorteren. En jongeren dus écht te sterken in hun zoektocht naar werk.
Duurzaam en lonend werk! Want de beperkte verloning en de onzekerheid van tewerkstelling achteraf maken dat deze trajecten het qua populariteit moeten afleggen tegen even onzekere, maar vaak beter betalende interimarbeid.
Toch is het niet alleen moeilijk jongeren te werven voor deze stages. Ook blijkt het niet evident bedrijven warm te maken.
Dat heeft ongetwijfeld te maken met de veelheid aan werkervarings-initiatieven.
Zeker voor kleinere bedrijven vergt het immers meer en meer investering om door de bomen het bos te blijven zien, en over de nodige expertise te beschikken.
Een lacune, die wij als Stad mee helpen opvullen via de bedrijvenwerking van de Dienst Werk, een dienstverlening waarop bedrijven met tewerkstellingsvragen op maat een beroep kunnen doen.
Onder meer via dit kanaal pogen we bedrijven te sensibiliseren voor deze en andere tewerkstellingsmaatregelen. En hen te begeleiden in hun keuze voor maatregelen-op-maat.
Maar ook via VOKA en UNIZO zijn er promotende acties ondernomen, en tot slot natuurlijk door de VDAB zelf.
Momenteel heeft de VDAB haar prospectie naar nieuwe bedrijven evenwel stil gelegd. De reden hiervoor is de lage toeleidbaarheid van jongeren, waarover ik het zonet had.
Toch denk ik dat de instapstage wel degelijk mee het verschil kan maken bij het terugdringen van de jongerenwerkloosheid.
Zeker ingeschakeld binnen een breder traject. Daarom kozen we er in Gent voor om de instapstage als een mogelijk onderdeel te zien van een werkinlevingstraject, en dus vanuit een “integrale” aanpak te hanteren.
Evenwel zou het goed zijn indien de maatregel een stuk flexibeler wordt gemaakt, en meer compatibel met andere werkervaringsmaatregelen.
En moeten er dringend inspanningen komen om de diverse maatregelen – instapstages en werkinleving – meer vanuit een “coachende” benadering naar de jongeren te brengen.
Als Stad, en vanuit het partnerschap GSIW, zijn we alvast van plan om op dit terrein onze verantwoordelijkheid op te nemen.
En dus onze “flankerende” rol op het vlak van tewerkstellingsbeleid – Vlaams én federaal – maximaal te spelen.
do 21/11/2013 - 15:10