Vorige maand kwam het Rekenhof met een rapport naar buiten waarin het een evaluatie maakte van een vijftal projecten van De Lijn. Ondermeer de verlenging van tramlijn 21/22 naar Zwijnaarde, de aanleg van de tramlijn naar het UZ en het tramproject op The Loop werden onder de loep genomen.
Het rapport had een vernietigende kritiek voor de werkwijze van De Lijn in deze projecten:
Ondertussen zijn de projecten in volle uitvoering met alle gevolgen vandien voor de betrokken omwonenden. Zo was en is bijvoorbeeld de beslissing om tramlijn 21/22 door te trekken langs het tracé Heerweg-Noord nog steeds niet verteerd vanuit de bewoners. In het verleden werd meerdere malen de vraag gesteld om alternatieve pistes (langs N60) te onderzoeken, maar telkenmale werden deze afgedaan als niet haalbaar of rendabel. Dat nu ondermeer uit het rapport moet blijken dat alternatieve pistes niet grondig zijn onderzocht, is een slag in het gezicht van de bewoners van Heerweg-Noord, Herweg-Zuid en de aanpalende straten.
In het bestuursakkoord werd door de meerderheid het volgende ingeschreven:
"Het stadsbestuur zal erop staan dat het mee zeggenschap krijgt over het beleid en de investeringen in het openbaar vervoer die door De Lijn in de Gentse regio worden ontwikkeld. Dit moet onder meer concreet gestalte krijgen door een apart directiecomité voor de Gentse regio waarin het Gentse stadsbestuur een directe vertegenwoordiging krijgt."
Dergelijk rapport onderschrijft de nood hieraan maar al te duidelijk.