Deze maand verscheen “Gent in cijfers 2014: trends in verhuisbewegingen”, een rapport van de stedelijke Dienst Data-analyse & GIS. Uit deze gegevens blijkt dat in het bijzonder voor dertigers het migratiesaldo in onze stad negatief is. Dertigers, al dan niet met jonge kinderen, trekken weg uit het stadscentrum en vestigen zich in sommige gevallen in de rand van de stad, maar vaker nog in de omliggende gemeenten.
De oorzaken van dit fenomeen, dat al jarenlang uit elke studie naar voren komt, zijn velerlei. Twee ervan worden in het rapport zelf vernoemd: “De huidige emigratie uit de steden is in heel wat gevallen veel minder een keuze geworden dan wel een noodzaak. Betaalbaar wonen met een aanvaardbare kwaliteit is in de afgelopen twintig jaar niet gemakkelijker geworden binnen de stad. Ook de onvoldoende aanwezigheid van collectieve diensten vormt een probleem: kinderopvang en scholen op de eerste plaats.”
Het is duidelijk dat deze stadsvlucht geen goede zaak is voor de sociale en financiële leefbaarheid van onze stad.
In het bestuursakkoord lezen we onder punt 4.1. het volgende: “Zowel bij grote projecten, bij de aanpak van de 19de-eeuwse gordel als bij de verdere verdichting van de kernstad staat de ambitie centraal om Gent als een leefbare stad te behouden en de selectieve stadsvlucht te keren. Daarom wordt er prioritair rekening gehouden met de bekommernissen van (gezinnen met) kinderen. Gent wil zich ook in die zin onderscheiden als de kindvriendelijkste stad in Vlaanderen.”
In een eerste reactie in de pers stelde de burgemeester dat hij de dertigers graag in de stad wil houden, “maar dan moet er ook van op Vlaams niveau medewerking zijn”. Toch wel een eigenaardige uitspraak, gezien de sterke eigen ambities die worden uitgesproken in het bestuursakkoord en de vele (financiële en andere) inspanningen die de Vlaamse overheid nu al doet om de stadsvlucht te keren.
1) Welke maatregelen kan en zal de Stad zelf nemen om deze selectieve stadsvlucht te keren?
2) In de pers schoof u ook de piste van ‘grensoverschrijdende samenwerking’ naar voren. Kunt u dit nader toelichten? Welke initiatieven werden ter zake reeds genomen?