Tijdens de begrotingsbesprekingen hebben we reeds kennis kunnen nemen van het budget dat het Gentse OCMW ter beschikking heeft gesteld voor de "aanvullende steunvormen". Een verantwoorde uitgave in het kader van de armoedebestrijding.
Het is evenwel ook opnieuw een bewijs dat de federale uitkeringenen te laag zijn. Via de aanvullende OCMW-steunvormen wordt gepoogd de mensen alsnog toe te laten hun basiskosten te kunnen betalen.
De lokale OCMW's worden zo in de praktijk verplicht om met hun aanvullende steunvormen op eigen budget deze te lage leeflonen aan te vullen.
De lokale OCMW's betalen zo in totaal meer dan 50 miloen € structureel aanvullende steun.
Burgers zouden daarvoor eigenlijk niet afhankelijk mogen zijn van de financiële toestand of het gevoerde beleid in hun gemeente, zo stelt de Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten (VVSG). En ook de Vlaamse Vereniging van OCMW-secretarissen VVOS sluit zich daarbij aan.
Een bijkomend effect is ook dat gemeenten met procentueel meer mensen in armoede, zoals Gent, zwaarder onder druk komen te staan.
De aanvullende steun die het Gentse OCMW thans voorziet is echter gegeven de omstandigheden verantwoord en meer dan noodzakelijk.
1.
Volgens VVSG is het bedrag van aanvullende steun die de OCMW's voorzien ongeveer
gelijk gebleven de afgelopen jaren, maar is het aantal aanvragers gestegen van bv 65.000 in
2011 naar 74.800 in 2012. Meer dan 75 % van deze mensen heeft een leefloon of
equivalent leefloon.
Worden bij het Gentse OCMW naast de effectieve toekenningen van
aanvullende steun ook de aanvragen geregistreerd? Zo ja, is hier ook een toename
vastgesteld van het aantal aanvragen?
Het OCMW registreerde enkel de effectieve toekenningen van aanvullende steun, en niet de aanvragen.
De toekenningen betreffen hier inderdaad tussenkomsten voor huishuurtussenkomst, energietoelage, extra steun energie, schoolpremie en tussenkomst plechtige communie of het feest van de vrijzinnige jeugd.
Het aantal toekenningen aanvullende steun bleef de afgelopen jaren (van 2008 tot 2013) redelijk stabiel ,tussen de 2360 en 2590 , er waren geen echte grote verschuivingen.
We mogen in Gent aannemen dat het aantal aanvragen redelijk stabiel is gebleven, omdat elke aanvraag op basis van een aantal criteria onderzocht wordt.
Er bestaat in Gent een duidelijke relatie tussen de aangevraagde en de toegekende steun.
OCMW Gent werkt mee aan de benchmark die door de VVSG wordt georganiseerd en het vergelijken van de resultaten tussen de verschillende lokale besturen blijkt een moeilijke oefening, gezien elk OCMW dit naar eigen vermogen en gebaseerd op het eigen registratiesysteem invult, en dat weet ik uit ervaring omdat ik voorzitter ben van het Directiecomité van de OCMW’s van het VVSG.
Achter de cijfers zit niet altijd dezelfde inhoud.
Tijdens de begrotingsbespreking werd melding gemaakt van een nieuw
reglement/criteria,voor de aanvullende steun in de toekomst. Zal de nieuwe regeling beogen
dat er meer mensen (in aantal) in aanmerking komen of opteert men voor uitbreiding tot
bepaalde categoriëen die nu uit de boot vallen?
Dan zal ik u nu wat meer achtergrond geven bij die hervorming.
Het staat inderdaad in het bestuursakkoord dat we het huidige systeem willen evalueren en een hervorming voorzien.
Bij het hervormen van het systeem aanvullende steun willen we een expliciete nadruk leggen op de bestrijding van kinderarmoede. Dit vooral om te proberen de generatiearmoede een stuk te doorbreken.
We hebben hiervoor een budget van 1,1 miljoen euro, maar we zullen dit bedrag optrekken tegen midden 2015.
Het uitbreiden van het huidige budget met 250 000 euro zal waarschijnlijk tot gevolg hebben dat er meer mensen kunnen genieten van de regeling.
Dit betekent echter niet per definitie dat dezelfde personen die vandaag aanvullende financiële hulp kunnen genieten, dit ook zullen doen in het nieuwe systeem.
Hoe willen we dit aanpakken?
Ik wil er de nadruk op leggen dat dit nieuwe systeem nog volop een systeem in wording is en dat dit nog volop in bespreking is met de diensten van het OCMW en politiek zeker nog zal afgetoetst worden.
Dit systeem wordt opgesteld met als basis een onderzoek van CEBUD ( centrum voor budgetadvies en -onderzoek) onder leiding van Berenice Storms.
Dit onderzoek heeft als kern het onderzoek van het referentiebudget nl. het minimale budget om volwaardig te kunnen leven en deel te nemen aan de maatschappij. Dit is bvb. verschillend voor een alleenstaande met een klein kind, of voor een alleenstaande met een jongere van bvb. 15 jaar. Welke invloed heeft het huren van een sociale woning voor een budget? enz.
Naast dit bedrag hebben we nog niet gesproken over een specifieke hulp vooral medische hulp.
Dit budget zit niet bij het vorig vermelde budget, maar komt er bovenop.
Het nieuwe systeem opent geen nieuwe rechten voor nieuwe categorieën.
De algemene regeling zoals nu wordt doorgetrokken: OCMW cliënt zijn met bepaalde inkomensvoorwaarden (invaliditeitsuitkering, leefloon of levensminimum, ).
Wel extra aandacht voor mensen met kinderen.
Maar onlangs op een studiedag van CEBUD, waar ik ook in het panel zat, was er ook nog discussie dat het ook afhankelijk is van bij welk OCMW er aanvullende steun gevraagd wordt. Dit kunnen we ook niet lokaal oplossen.Er zijn verschillende OCMW’s waar deze 0,0 bedraagt.
Één van de knelpunten is zeker ook dat armoede begint met financiële armoede;.We hebben het hier ook gehad in de Commissie bij de voorstelling van het armoedebeleidsplan dat er een minimum inkomen moet zijn. Dit is ook niet op lokaal vlak te bepalen.
En er moet bvb. ook genoeg spanningsveld zijn tussen werken en niet werken. Allemaal aspecten die in deze discussie aan bod zullen komen.
We zullen daarom blijven pleiten voor structurele oplossingen op de hogere beleidsniveaus nl een verhoging van de minimumuitkering en het optrekken van de minimum nettolonen.
We hopen in de loop van 2014, misschien nog voor de zomer, een voorstel voor te leggen aan de OCMW raad. Maar we zouden starten vanaf midden 2015, vooral wegens praktische redenen. Het volledig automatisch sociaal dossier moet eerst op punt staan vooraleer we dit systeem kunnen invoeren.
Dus, hoe we het gaan doen, kan ik u nu nog niet zeggen, maar ik heb u al een aantal elementen gegeven waarmee we rekening zullen houden.
Nog bijkomende vraag:
Bezorgdheid bij mensen die nu aanvullende steun krijgen, dat ze dit in de toekomst niet meer zullen ontvangen.
Antwoord RC:
Er zijn simulaties gebeurd .
We moeten er vooral voor zorgen dat de steun terecht komt bij de mensen die het het meest nodig hebben.
Het is niet uitgesloten dat mensen die nu aanvullende steun ontvangen dit in de toekomst niet meer of minder zullen ontvangen. Rond een overgangsfase is nog geen standpunt ingenomen.