Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en later gewijzigd.
De Grondwet, de artikelen 41 en 170;
Het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 en latere wijzigingen, de artikelen 42 §3 eerste lid, en 43 §2,15°.
De gemeenteraad heeft voor het laatst in zitting van 27 november 2007 het belastingreglement op op film- en erotische voorstellingen goedgekeurd. Betreffend reglement vervalt met ingang van 2014.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan en het budget 2014 van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen aan alle belanghebbenden op het grondgebied van de Stad Gent. In die zin komt de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
In tweede orde kunnen deze exploitaties, die zich beroepshalve met het vertonen van film bezighouden, een groot aantal bezoekers aantrekken. Dit brengt een groter veiligheidsrisico en hinder met zich mee voor de directe omgeving (parkeer- verkeershinder, lawaai, overlast) welke dan op hun beurt aanleiding kunnen geven tot kosten ten laste van het stadsbestuur . In die zin is het redelijk een differentiatie van de tarieven te voorzien voor de filmvoorstellingen in functie van het aantal bezoekers van deze exploitaties dat fluctueert naargelang het aantal bezoekers groter of kleiner is dan 2000 per dag.
Wat de erotische film en live voorstellingen betreft trekken deze vertoningen geen grote toeloop van bezoekers aan wat bij andere exploitaties met filmvoorstellingen wel het geval kan zijn. Het aanbod in erotische voorstellingen is van een totaal andere orde waardoor o.a. ook rekening dient gehouden te worden met een vergroot veiligheidsrisico. In die zin is het verantwoord een bijkomende differentiatie in het tarief te voorzien.
Keurt het "belastingreglement op film- en erotische voorstellingen" goed en dit voor de aanslagjaren 2014 tot en met 2019, zoals in bijlage gevoegd en integraal deel uitmakend van dit besluit.