De Grondwet, artikel 70,
Het Wetboek van de Inkomstenbelastingen, artikelen 464 tot en met 470bis,
Het Koninklijk Besluit tot uitvoering van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992,
Het Gemeentedecreet van 15 juli 2005,artikel 2.
Gemeentedecreet van 15 juli 2005, artikel 42 §3 en artikel 43 §2,10° en 15°
De aanvullende personenbelasting staat garant voor een groot deel van de jaarlijkse stedelijke ontvangsten. Het gemeenteraadsbesluit i.v.m. de aanvullende personenbelasting werd laatst goedgekeurd op 26 november 2012 voor een periode van één jaar.
Het college legt de vaststelling van het percentage inzake aanvullende personenbelasting ter goedkeuring aan de gemeenteraad voor. Deze ontvangsten zijn onontbeerlijk voor de continuïteit van de algemene werking van de Stad. De administratiekosten op de inning van de aanvullende personenbelasting bedraagt 1% van de ontvangsten.
Zoals voor alle gemeentebelastingen mag de gemeenteraad de aanvullende belasting op de personenbelasting ook voor meerdere jaren vaststellen. Dat doet geen afbreuk aan de beleidsvrijheid van het nieuwe bestuur voor de komende jaren. De raad kan jaarlijks de aanslagvoeten herzien en opnieuw vaststellen.
De Stad Gent heft voor de aanslagjaren 2014 tot en met 2019 een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de stad op 1 januari van het aanslagjaar.
De belasting wordt vastgesteld op 6,9% van het volgens artikel 466 van het WIB 1992 berekende gedeelte van de personenbelasting die aan het Rijk verschuldigd is voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
De vestiging en de inning van de gemeentebelasting zullen door het toedoen van het bestuur der directe belastingen geschieden, overeenkomstig de bepalingen vervat in de artikelen 466 en volgende van het WIB.