Het Inbrengprotocol Stadswoningen, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 28 juni 2011, art. 3.7 en 3.8
Het Meerjarenplan financiële bijdrage overgangsdotatie, art. 43, § 2, 3°.
Gemeentedecreet van 15 juli 2005, artikel 42, § 1.
1. De gemeenteraad van de Stad Gent keurde in zitting van 28 juni 2011 de inbreng van 1.605 stadswoningen in WoninGent cvba-so goed. Tevens werd een Inbrengprotocol Stadwoningen goedgekeurd, waarbij nadere modaliteiten werden bepaald tussen Stad Gent en WoninGent aangaande 1906 wooneenheden (waarvan er 1.605 werden ingebracht in het kapitaal van WoninGent, 255 werden verkocht aan WoninGent en 46 het voorwerp uitmaakten van een tijdelijk opstalrecht aan WoninGent).
-- Artikel 3.7 van het inbrengprotocol regelt de “Afrekening energiekosten in verband met Stadswoningen” en dit zowel tussen Stad Gent en WoninGent enerzijds als tussen WoninGent en de voormalige huurders van Stad Gent anderzijds.
-- Artikel 3.8 van het inbrengprotocol regelt de overgangsdotatie vanwege Stad Gent aan WoninGent. De overgangsdotatie heeft tot doel om WoninGent te vergoeden voor ontoereikende inkomsten uit huurlasten omdat huurders met een huurovereenkomst dat afwijkt van de bepalingen van het Kaderbesluit Sociale Huur contractueel niet kunnen verplicht worden om huurlasten te betalen volgens de berekening van het kaderbesluit sociale huur.
2. Uit de afrekening van de energieverbruiken over de periode van 1 maart 2011 tot 28 februari 2012 bleek dat er 282.011,70 euro te weinig aan voorschotten was gevraagd van de huurders.
Met ingang van 1 januari 2012 dienen de huurders de reële huurlasten te betalen, dit ingevolge een Besluit van de Vlaamse regering d.d. 30 september 2011. De overgangsdotatie is hierdoor zonder voorwerp geworden; anderzijds leidde voormeld Besluit van de Vlaamse regering evenwel tot een aanzienlijke meerkost aan huurlasten voor de huurders.
Een combinatie van zowel een hogere aanrekening van energieverbruiken en als een verplichte aanrekening van de reële huurlasten, is financieel onhaalbaar voor vele huurders.
3. Gelet op de wens van de Stad Gent om de kostprijsverhoging voor de huurders stapsgewijs te laten evolueren, vroeg WoninGent aan Stad Gent om een deel van de niet-gebruikte overgangsdotatie aan te wenden als een tegemoetkoming in de hogere energiekosten (die niet via voorschotten werden verhaald op de huurders).
Bij brief van 5 augustus 2013 stelde WoninGent aan de Stad Gent voor om de dotatie voor het jaar 2012 gedeeltelijk aan te wenden als tegemoetkoming in de afrekening van de verbruiken over de periode van 1 maart 2011 tot 28 februari 2012.
4. Het college van burgemeester en schepenen keurde in zitting van 3 oktober 2013 principieel goed om éénmalig een deel van de niet-gebruikte overgangsdotatie aan te wenden als tegemoetkoming aan WoninGent om de energiekosten voor voormalige huurders van Stad Gent te beperken tot het betaalbare. Tevens besliste het college van burgemeester en schepenen dat een addendum bij het Inbrengprotocol Stadswoningen diende te worden opgemaakt.
Via het voorgestelde addendum I bij het Inbrengprotocol Stadswoningen worden de nieuwe afspraken tussen Stad Gent en WoninGent inzake afrekening van energiekosten van voormalige stadshuurders en de overgangsdotatie aan WoninGent, nader uitgewerkt.
Keurt goed het addendum I bij het Inbrengprotocol Stadswoningen tussen de Stad Gent en WoninGent d.d. 28 juni 2011, inzake afrekening van energiekosten en overgangsdotatie, zoals gevoegd in bijlage die integraal deel uitmaakt van deze beslissing.