-
Onlangs verscheen er in de pers een zoveelste artikel over de leegstandproblematiek in de Gentse sociale woningsector. In een complex van WoninGent blijken 23 van de 112 woningen leeg te staan: 4 worden gerenoveerd, voor 4 andere zouden huurders gevonden zijn, de 15 andere lijken gewoon leeg te staan zonder meer. Het probleem beperkt zich niet tot deze ene casus: de ombudsvrouw wijst in haar recente jaarverslag - en dit niet voor het eerst - eveneens op de langdurige leegstand van (nog verhuurbare) sociale woningen en de hiermee gepaard gaande frustraties bij de burgers. Die frustratie is zeer begrijpelijk: uit het antwoord op een recente schriftelijke vraag kreeg ik als antwoord dat er ruim 10.000 unieke gezinnen op een wachtlijst staan, en dit terwijl permanent circa 10% van de 15.000 Gentse sociale woningen blijkbaar leeg staan; die cijfers werden in de commissie openbare werken van september jl. nog eens bevestigd. De schepen meldde toen ook een waslijst aan initiatieven (screening, rapportering, overleg, inventarisatie, classificatie, enz.) om de leegstand terug te dringen.
1. Hoe kan het dat in weerwil van alle oude en nieuwe maatregelen die de schepen in september opgesomd heeft in het concrete geval van de Antoine Van Hoorebekehof toch zoveel woningen leeg blijven staan?
2. In de pers wordt gesuggereerd dat er ondanks de lange wachtlijsten toch moeilijk huurders gevonden worden voor de leegstaande woningen: hoe valt deze paradox te verklaren?