Bij de fusie van drie sociale huisvestingsmaatschappijen - WoninGent, de Goede Werkmanswoning en Huisvesting Scheldevallei - werden ook 1906 stadswoningen van Stad Gent in de fusiemaatschappij ingebracht. Het merendeel daarvan werd ingebracht in ruil voor aandelen. 255 woningen werden niet geruild, maar verkocht.
De totale verkoopprijs werd vastgelegd op 25,1 miljoen euro, door WoninGent te betalen aan de Stad Gent. Daarbij werd er door alle betrokkenen van uitgegaan dat WoninGent zou kunnen rekenen op een renteloze lening van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen. De verkoop werd gesloten zonder dat er garanties waren dat deze financiering effectief mogelijk zou zijn.
Dat breekt WoninGent nu zuur op. De lening bij VMSW werd geweigerd omdat de stadswoningen in kwestie niet aan de kwaliteitsvoorwaarden voldoen (noch voor verwerving, noch voor renovatie).
WoninGent moet dus elders geld vinden om de Stad te betalen. Een mogelijkheid is dat WoninGent een marktconforme lening afsluit, maar dat zal de maatschappij veel geld aan rente kosten.
Tom Balthazar, schepen van Wonen en voorzitter van WoninGent, was in de pers zeer karig met commentaar. “Als we dat geld dan niet hebben, dan is er inderdaad een probleem”, zo klonk het in De Gentenaar.
1) Om welke redenen werd de verkoop gesloten zonder dat er zekerheid was over de toekenning van de lening door VMSW?
2) Welke verantwoordelijkheid draagt de Stad Gent in deze kwestie?
3) Welk gevolg zal de Stad Gent geven aan een eventuele niet- (of gedeeltelijke) betaling door WoninGent?
4) Wat zijn de gevolgen van een eventuele niet- (of onvolledige) betaling voor de Gentse stadskas?