Met het overlijden van Jan Hoet moesten we afscheid nemen van een zeer grote Gentse meneer. Zijn belang voor de democratisering van de actuele kunst kan moeilijk worden overschat. Een eerbetoon is zeker op haar plaats.
Hoe wilt het stadsbestuur Jan Hoet eren?
Met Jan Hoet en Gerard Mortier hebben we helaas op zeer korte tijd twee ontzettend belangrijke cultuuriconen van deze stad en ver daarbuiten verloren. Uiteraard verdienen zij een passend eerbetoon.
Zo’n eerbetoon kan vele gedaantes hebben. Voor Jan Hoet zou dat bijvoorbeeld kunnen gaan over een naamswijziging van het museum, een zaal die zijn naam draagt, een leerstoel, een plakaat aan een gevel we zouden een plein of straat naar hem kunnen noemen, we zouden een kunstwerk of een prijs of wedstrijd naar hem kunnen noemen, de zouden een hommage-expo aan hem kunnen brengen of een lezingenreeks aan hem kunnen wijden. Ga zo maar door. Ook voor Gerard Mortier zijn er verschillende manieren te bedenken om hem passend te eren. Zoals bijvoorbeeld het vernoemen van een plein naar hem, zoals hier in de commissie al werd gesuggereerd.
Hoe we dit eerbetoon vorm geven wil ik graag bespreken met die mensen die het dichtst met hen hebben samen gewerkt, en uiteraard ook met de nabestaanden. Deze mensen zullen het best kunnen inschatten wat het meest gepaste eerbetoon is. Ik denk hierbij voor Jan Hoet zeker aan de vrienden van het museum voor Hedendaagse Kunst te Gent (de VMHK), Philippe Van Cauteren als museumdirecteur en iemand die toch meer dan 20 jaar nauw met Hoet heeft samengewerkt en uiteraard ook de familie van Jan Hoet. Ook voor mijnheer Mortier wil ik met de nodige mensen kunnen overleggen over wat het meest gepaste eerbetoon is. Immers, zowel in de opera als in het bredere cultuurveld zijn er heel wat mensen die bijzonder nauw met Mortier hebben samengewerkt en mogelijks ook zouden kunnen bijdragen aan een passend eerbetoon.
De afgelopen week brachten we al op verschillende manieren een eerbetoon. Ik denk in de eerste plaats aan de het openen van de rouwregisters die steeds eerst in het stadhuis lagen en nadien verhuisden naar het S.M.A.K. en de Opera. Voor mijnheer Hoet was er ook de optocht en het volksfeest als koffietafel. De stad heeft dit alles ten volle ondersteund. Net omdat we zo’n enorm respect hebben voor Jan Hoet.
U mag gerust zijn, deze stad zal op gepaste wijze eer brengen aan Jan Hoet en Gerard Mortier en alles wat zij voor deze stad betekend hebben. Maar laat ons daarin geen overhaaste beslissingen nemen in volle emotie. Enige reflectie en gesprekken met de mensen die het dichtst bij hem stonden kunnen zeker geen kwaad.
Het SMAK zal in het najaar zeker al een hommagetentoonstelling organiseren met als titel Kunst in Europa na ’68 en de vrienden van het museum denken erover een publicatie uit te brengen ter ere van Jan Hoet. Het lijkt me niet slecht om het eerbetoon vanuit de stad qua timing af te stemmen op het eerbetoon vanuit het museum zelf.
Om heel concreet op uw vraag te antwoorden mijnheer Bracke: ik denk dat volgende gemeenteraad veel te vroeg is om te kunnen beslissen welk het meest gepaste eerbetoon is aan Jan Hoet en Gerard Mortier. Laat ons dat niet in volle emotie beslissen, maar doordacht en in overleg met de juiste mensen. Ik stel voor om dit opnieuw op de commissie te agenderen als ik de gesprekken met de nodige mensen gevoerd heb.
wo 19/03/2014 - 10:46