Leerlingen van de Gentse stedelijke basisscholen mogen voortaan hun respectieve thuistaal gebruiken op school, zowel in de klas als op de speelplaats. Momenteel spreekt 37 procent van de leerlingen in Gent thuis geen Nederlands. Deze leerlingen verlaten dikwijls de school met een grote taalachterstand met alle mogelijke sociale en economische repercussies van dien.
Welke wetenschappelijke en/of pedagogische overwegingen liggen aan de basis van deze beslissing?
Wordt deze beslissing wetenschappelijk en/of pedagogisch ondersteund? Zo ja, door wie?
Is dit geen vorm van apartheid? Worden op deze wijze de Nederlandstalige kinderen niet uitgesloten?
Worden de Nederlandstalige kinderen op deze manier geen minderheid in bepaalde scholen?
Worden de kinderen op deze manier niet blijvend beschouwd als zijnde vreemdelingen? Wordt op deze wijze geen achterstelling geïnstitutionaliseerd?
Zorgt dit niet voor een ethnische opdeling van de kinderen?
Werden de leerkrachten hierbij geconsulteerd?
Vergt dit bijkomende inspanningen van de leerkrachten?
Worden de leerkrachten hierbij ondersteund?
Is dit opnieuw geen toegeving aan de mensen met een migratieachtergrond?
Waarom wordt er niet volop ingezet op het Nederlands?
Is het geen beter idee om de taal- en schoolachterstand te voorkomen in plaats van te proberen genezen?