Terug
Gepubliceerd op 30/06/2021

2015_MC_00155 - Werkinlevingstrajecten in Gent. - Guy Reynebeau

Commissie Welzijn, Werk en Milieu
di 21/04/2015 - 19:00 Gemeenteraadszaal
Datum beslissing: di 21/04/2015 - 19:42
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig

Jef Van Pee, Ondervoorzitter; Gabi De Boever; Guy Reynebeau; Ilknur Cengiz; Sami Souguir; Zeneb Bensafia; Elke Sleurs; Steven Vromman; Bram Van Braeckevelt; Sven Taeldeman; Sara Matthieu; Camille Daman; Mehmet Sadik Karanfil; Karlijn Deene; Mieke Bouve; Robin De Wulf; Sandra Van Renterghem; André Rubbens, secretaris

Afwezig

Greet Riebbels, Voorzitter; Siegfried Bracke; Astrid De Bruycker; Johan Deckmyn; Wis Versyp; Dirk Holemans; Caroline Van Peteghem; Karin Temmerman; Bruno Matthys; Paul Goossens; Geert Versnick; Stephanie D'Hose; Ömer Faruk Demircioglu

Voorzitter

Jef Van Pee, Ondervoorzitter
2015_MC_00155 - Werkinlevingstrajecten in Gent. - Guy Reynebeau 2015_MC_00155 - Werkinlevingstrajecten in Gent. - Guy Reynebeau

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

Midden februari lanceerde Vlaams Minister van Werk Philippe Muyters een persbericht, waarin hij aankondigt de komende drie jaar 11 miljoen euro te zullen investeren in arbeidsbegeleiding op maat van jongeren zonder diploma. Hij wil dit doen via de zogenaamde Werkinlevingstrajecten, kortweg ‘WIJ’, die ondertussen aan hun tweede editie toe zijn, en opnieuw gefinancierd worden met Europese middelen via het ESF-agentschap Vlaanderen. De minister kondigt aan dat het systeem van Werkinleving – totnogtoe beperkt tot de 13 centrumsteden, waaronder Gent – wordt uitgebreid over heel Vlaanderen, en dat het aantal trajecten verdubbeld wordt, van 3.000 in de eerste editie, tot 6.000 in de editie die in februari via het ESF-agentschap gelanceerd werd. Tot 31 maart konden promotoren bij het ESF-agentschap een project indienen, om WIJ-trajecten in te richten en hiertoe middelen uit het Europees Sociaal Fonds binnen te halen. In onder meer Gent en Antwerpen nemen de stedelijke overheden een co-regisserende rol op.

Indiener(s)

Guy Reynebeau

Gericht aan

Rudy Coddens

Tijdstip van indienen

di 31/03/2015 - 09:28

Toelichting

  • Hoeveel Gentse jongeren werden in de eerste editie van werkinleving begeleid? Wie richtte de trajecten in, wat was de rol van de Stad?
  • Hoe evalueert de schepen de eerste editie van werkinleving?
  • Profiteren ook centrumsteden als Gent, met hun hoge jongerenwerkloosheid, mee van de door de minister aangekondigde verdubbeling van het aantal trajecten in de tweede editie?
  • Wie zal in Gent intekenen op de nieuwe werkinlevingstender, en welke rol zal de Stad Gent opnemen ten aanzien van deze promotoren?

 

Bespreking

Antwoord

 

Ook ik stelde vast dat de minister met veel bravoure aankondigt dat het aantal werkinlevingstrajecten de komende jaren verdubbeld wordt.
Dat het aantal laaggeschoolde jongeren, dat via werkinleving op een traject naar werk zal worden gezet, fors zal toenemen.

Vanuit het perspectief van de centrumsteden klinkt die aankondiging nogal wrang. Want het aantal trajecten dat aan die centrumsteden toegezegd is, verdubbelt niet.
Integendeel, het neemt in vrij sterke mate af.

Wat Gent betreft waren er in de vorige editie van werkinleving (afgekort WIJ 1) 644 werkinlevingstrajecten.
De middelen, die het Europees Sociaal Fonds hiertoe aan Vlaanderen ter beschikking stelde, werden toen ENKEL in de centrumsteden ingezet, en in andere gebieden met een verhoogde jongerenwerkloosheid.

In de nieuwe editie komt het aantal Gentse trajecten op 551. Bijna 15 % MINDER dus dan in WIJ 1. En dan moet je er rekening mee houden dat het werkingsgebied waarbinnen die 551 trajecten worden ingezet VERGROOT is.
Gent moet het verlaagde aantal trajecten immers delen met de randgemeenten binnen het RESOC-gebied Gent Rondom Gent. Dit betekent dat Gent Rondom Gent eigenlijk 805 trajecten nodig heeft, om de werking in Gent alleen maar op peil te houden.
Structureel hebben we met de toegekende 551 trajecten dus ongeveer 150 plaatsen tekort om het in WIJ 1 behaald bereik in stand te houden!

Dat is een evolutie die mij verontrust.
Overigens gebeurt dit niet alleen hier in Gent, maar ook bij mijn collega in Antwerpen, waar het verlies ten opzichte van WIJ 1 nog groter is!

Er zullen dus beduidend MINDER jongeren in de grote steden worden bereikt, ondanks de concentratie aan sociale problematieken die zich daar voordoet. De verdubbeling realiseert de minister zuiver in de randstedelijke gebieden.

Toch toont zowat elke studie aan, dat de jongerenwerkloosheid in grote mate een grootstedelijk probleem is. Vergeten we immers niet dat bijvoorbeeld in Gent bijna 1 op 4 beroepsactieve jongeren zonder werk zit: 23,8 %. Terwijl dat gemiddeld in Vlaanderen slechts 15,9 % is.

Ik betreur dat de minister in zijn beleid het objectieve verschil tussen stad en rand niet meer erkent. En dat hij dit alvast niet vertaalt in de concrete verdeling van de werkinlevingsmiddelen. De Gentse jongerenwerklozen laat de minister hierdoor toch wat in de kou staan.

Want natuurlijk is het zo dat een werkloze jongere buiten de centrumsteden evenveel recht heeft op een werkinlevingstraject. Alleen mag men de ene jongere hiertoe niet inwisselen tegen de andere. En had men de middelen in de centrumsteden dus minstens op peil moeten houden.

Als Stad vinden we dat laatste heel belangrijk. Want alleen zo kan de stedelijke co-regierol, waaraan wij tevens (personeels)middelen koppelen, ten volle renderen. En kan er verder ingezet worden op de tewerkstellingskansen van een voldoende groot aantal kwetsbare jongeren.

Echter zal de Stad, ondanks de ongunstige verdeling, haar co-regierol samen met ESF en de VDAB, ook binnen de nieuwe WIJ-tender ten volle opnemen.
En zal ze de promotoren van werkinleving blijven ondersteunen bij de uitvoering van hun belangrijke taak.

Ik denk aan ondersteuning in hun relaties met de VDAB, op het vlak van communicatie, bij bedrijfscontacten en in de samenwerking met welzijnsorganisaties, waaronder het OCMW.

Ik zal in dit verband aan de gemeenteraad een voorstel van samenwerkingsovereenkomst voorleggen, van zodra de nieuwe tender – met betrokkenheid van de Stad – is gegund.

Net die stedelijke betrokkenheid bij de gunning weerhoudt mij ervan om de identiteit van de indienende organisaties nu al publiek te maken. Gelet op de regels betreffende overheidsopdrachten mag ik dit nog niet doen. Maar te zijner tijd zult u daar dus zeker kennis van kunnen nemen.

Wel kan ik u garanderen dat er opnieuw zal gegund worden aan organisaties, die zowel sterk zijn in begeleiding van vaak kwetsbare jongeren, als beschikken over een groot netwerk aan potentiële werkgevers, waar deze jongeren finaal tewerkgesteld kunnen worden.

In WIJ 1 hadden we wat dat betreft twee sterke partnerschappen, die telkens bestonden uit een begeleidende organisatie, en een uitzendbureau: Groep Intro-Randstad Diversity en JES-Tempoteam. JES werd in loop van het traject overigens vervangen door Compaan.

WIJ 1 kende haar opstartproblemen (vooral de toeleiding vanuit VDAB liep in het begin niet goed), maar uiteindelijk kon dit toch omgebogen worden in succes, waarbij ongeveer met de helft van de jongeren een positief resultaat werd geboekt. Dat is niet weinig, gelet op de afstand van de doelgroep tot de arbeidsmarkt.

Ik hoop dat WIJ 2 opnieuw op sterke promotoren zal kunnen rekenen.

Maar bovenal hoop ik dat de minister alsnog inziet dat het jongerenwerkloosheidsprobleem in Vlaanderen niet succesvol kan aangepakt worden, als de middelen die ter bestrijding van dat probleem in de centrumsteden worden ingezet, teruggeschroefd worden.

Ik roep hem dan ook op om de verdeling van de middelen in functie van de reële grootstedelijke noden te herbekijken, en het aantal trajecten in de centrumsteden minstens op peil te houden.

wo 22/04/2015 - 10:48