-
Op vrijdag 17 oktober werd in de pers bericht over een winkeluitbaatster die een GAS-boete van 60 euro kreeg toegestuurd omdat een infofolder over de verhuis van haar zaak was bezorgd in een brievenbus met sticker 'geen reclamedrukwerk'.
De dame in kwestie ontving de eerst toegestuurde GAS-boete, naar verluidt aangtetekend verstuurd, niet omdat deze naar haar voormalige adres werd gestuurd. Een aangetekend verstuurde herinnering kwam wel toe op het nieuwe adres. Maar nu blijkt dat de termijn om een verweer op te stellen ondertussen al verstreken is.
Een en ander wordt overigens in het krantenartikel door de milieudienst bevestigd.
Deze casus brengt diverse aberraties aan het licht. Ten eerste kan het niet dat automatisch verondersteld wordt dat de verantwoordelijke uitgever ook verantwoordelijk is voor het bussen van een folder in een niet daartoe bestemde brievenbus: iedereen die de hand kan leggen op zo'n foldertje kan die om het even waar bussen, al dan niet als 'grap', getuigend van slechte smaak of erger. Ten tweede kan het ook niet dat de termijn waarbinnen een verweer kan worden opgesteld al begint te lopen zonder dat de persoon in kwestie de GAS-boete effectief ontvangen heeft.
Welke maatregelen zal de burgemeester nemen om beide aberraties onmiddellijk een halt toe te roepen?
Bij de Dienst Milieutoezicht kwam inderdaad een klacht binnen betreffende het bussen van een reclamefolder in een brievenbus voorzien van een anti-reclamesticker. Van deze klacht werd een vaststelling geacteerd.
De administratieve procedure werd opgestart en de eerste aangetekende brief met daarin kennisgeving van de overtreding werd verstuurd naar de maatschappelijke zetel van de firma, zoals vermeld op de vaststelling. Dit adres werd op het moment van het versturen van de aangetekende brief gecheckt via het KBO (Kruispuntbank van Ondernemingen).
De aangetekende brief keerde terug als zijnde niet-afgehaald, waarna nogmaals het adres werd gecheckt. Dit adres bleek nog steeds correct te zijn.
Gelet op het feit dat de eerste aangetekende brief niet werd afgehaald en van overtreder bijgevolg geen verweer noch reactie werd bekomen werd, rekening houdend met de vaststelling, een administratieve geldboete van 60,00 euro opgelegd.
In dit dossier is er geen sprake van enige aberratie:
- wat betreft het adres van de maatschappelijke zetel: de aangetekende brieven werden verstuurd naar het adres zoals vermeld in het KBO. De sanctionerende ambtenaar kan bezwaarlijk op de hoogte zijn van alle officieuze verblijfplaatsen of adreswijzigingen die in verwerking zijn. Voor adresgegevens kan de sanctionerende ambtenaar enkel de officiële instanties (KBO, bevolkingsregister,…) raadplegen. Indien de eerste aangetekende brief naar het correct adres wordt verstuurd maar niet wordt afgehaald of hieraan geen gevolg wordt gegeven, is dit bijgevolg de verantwoordelijkheid van de overtreder zelf.
- wat de inbreuk zelf betreft, stelt het betrokken artikel duidelijk dat indien de bedeler niet kan geïdentificeerd worden de verantwoordelijke uitgever aansprakelijk kan gesteld worden. Indien geen verantwoordelijke uitgever wordt vermeld op het drukwerk, kan de persoon of het bedrijf op wie de reclame betrekking heeft aansprakelijk gesteld worden conform artikel 1 quater van de Politieverordening reinheid en gezondheid in de gemeente.
Aangezien betrokken reclamedrukwerk geen verantwoordelijke uitgever vermeldt, werd de procedure conform voornoemd artikel opgestart lastens de firma waarvoor reclame werd gemaakt. Er is nochtans een wettelijke verplichting om de naam van de verantwoordelijke uitgever op elk uitgegeven drukwerk te vermelden dit als gevolg van artikel 299 en volgende van het Strafwetboek, wat hier niet gebeurde.
Artikel 1 quater voorziet terecht in een getrapte aansprakelijkheid, een cascadesysteem dat overigens ook voorzien wordt in artikel 25 van de Grondwet.
Bij gebrek aan getrapte aansprakelijkheid zouden firma’s immers makkelijk een boete kunnen ontlopen door geen verantwoordelijke uitgever te vermelden op het drukwerk, waardoor het verder bedelen niet gesanctioneerd wordt. Daarbij kan de vraag gesteld worden wat in dergelijk geval dan nog het nut kan zijn van een anti-reclamesticker.
- Het raadslid stelt dat het niet kan dat de termijn begint te lopen waarbinnen een verweer kan worden opgesteld zonder dat de overtreder een boete ontvangen heeft. Dit is nochtans de wettelijke regeling. De wet betreffende de Gemeentelijke Administratieve Sancties voorziet in een eerste aangetekende brief met daarin de kennisgeving van de overtreding en de mogelijkheid van verweer binnen de 15 dagen. Pas na het verstrijken van deze termijn kan de sanctionerende ambtenaar een beslissing nemen tot het al dan niet opleggen van een administratieve geldboete, dit op basis van de vaststelling of een verweer als dit door overtreder ingediend werd. De omgekeerde werkwijze waarbij een boete wordt opgelegd zonder rekening te houden of een mogelijkheid te hebben tot verweer zou een flagrante inbreuk van de rechten van verdediging uitmaken.
Rekening houdend met bovenstaande is het duidelijk dat de procedure wel degelijk correct gevolgd werd.
Overtreder heeft na het persknipsel haar verweer via mail ingediend. Hoewel de termijn daartoe verstreken is, is de sanctionerende ambtenaar bereid dit nog te bekijken.
wo 19/11/2014 - 15:49