-
Via gebruikers van de sporthal op de Blaarmeersen verneem ik dat de douches recent besmet geraakten met de Salmonella-bacterie. De douches konden om die reden niet gebruikt worden.
1. Is er een verklaring voor het opduiken van de bacterie? Is dit een regelmatig terugkerend fenomeen in stedelijke sportaccomodatie?
2. Werd de besmetting ondertussen opgelost en zijn de douches terug te gebruiken? Kan hier preventief gewerkt worden om het risico hierop zo veel mogelijk te beperken?
Ik ga er van uit dat u legionella bedoelt…. ( salmonella is een bacterie die in besmette voedingswaren kan voorkomen) dit is een bacterie die in zoet water voorkomt en –indien ingeademd via fijn vernevelde waterdruppels- ziektesymptomen kan veroorzaken gaande van een kortstondige grieperige toestand tot in de ergste gevallen veteranenziekte die een dodelijke afloop kan hebben.
Alle stedelijke accommodaties met douches en andere vernevelingsinstallatie, zowel voor publiek als voor eigen personeel wordt regelmatig gecontroleerd op aanwezigheid van legionella. Hiertoe worden waterstalen genomen aan de douches, deze stalen worden in labo-omstandigheden geanalyseerd. Bij een goede installatie ligt het legionella-niveau beneden de 1000 KVE (Kolonie-Vormende-Eenheden). Indien bij deze analyse de hoeveelheid bacteriën boven een bepaalde drempelwaarde liggen (nl. 100.000 KVE) worden de douches onmiddellijk gesloten tot het probleem opgelost is.
Deze overschrijding wordt ook onmiddellijk gemeld aan de overheid (Vlaamse Overheid; Welzijn, Volksgezondheid en Gezin; agentschap Zorg en Gezondheid).
Legionellaproblemen komen jaarlijks een aantal maal voor binnen de verschillende installaties van Stad Gent. Momenteel worden 185 gebouwen binnen Stad Gent gemonitord op legionella, op dit ogenblik zijn binnen de locatie Blaarmeersen 2 gebouwen (Tennishal en Piereput) met legionellaproblemen, verder zijn er ook legionellaproblemen in de kleedkamers van het voetbalterrein aan de Eikstraat. (KRC Gent Zeehaven)
De legionellabacterie komt courant voor in zoet water, de aangroei van deze bacterie dient wel onder controle gehouden te worden. Dit wordt gedaan door de temperatuur van het water hetzij laag genoeg, hetzij hoog genoeg te houden: beneden de 20°C groeit de legionella-populatie niet verder aan, boven de 55° sterft de legionellabacterie af. Verder moeten leidingen met stilstaand water, zeker die waar de temperaturen boven de 20 en onder de 55 liggen zoveel mogelijk beperkt worden. Problemen doen zich voor bij een niet-oordeelkundig uitgevoerde installatie, na lange stilstand van een installatie, bij defecten of slechte afregeling van een installatie. Hoewel de factoren die legionella-groei kunnen bevorderen gekend zijn, is het vaak moeilijk om de precieze oorzaak van een legionellahaard eenduidig aan te wijzen.
In de 3 bovenstaande gevallen is het probleem vandaag nog niet opgelost: een probleem wordt pas als opgelost beschouwd als de besmetting aangepakt is en dit hierna gedurende minstens 4 negatieve wekelijkse staalanalyses bevestigd is.
Deze 3 installaties zijn vrij recent vernieuwd, de aannemers dienden hiervoor een legionella conform plaatsing attest af te leveren, deze attesten bevestigen de correcte plaatsen van de leidingen. De gesprekken met de aannemers zijn lopende.
Ten einde de kleedkamers en douches voorlopig bruikbaar te houden installeren we op een beperkt aantal douches bacteriefilters. Deze laten toe om de douches toch verder te gebruiken. Dit is geen ideale oplossing: ze is duur en vergt een intensieve opvolging, het douchecomfort is ook omwille van het beperkt waterdebiet niet goed.
Terzelfdertijd wordt er bekeken waar de bestaande installatie kan verbeterd worden, dit zal aanpassingen vereisen aan de watercircuits. Deze studie is lopende gemaakt. We rekenen op een uitvoering rond het jaareinde, een meer precieze timing is pas mogelijk als de nodige technische aanpassingen vastgelegd zijn.
Voor alle vernevelingsinstallaties bestaat een legionellabeheersplan, waarin een risicoanalyse gemaakt wordt van elke installatie. Binnen deze risicoanalyse wordt hoofdzakelijk gewerkt op controle van de temperaturen in de installatie, het voorkomen of spoelen van leidingen met stilstaand water, het periodiek analyseren van stalen. Bij installaties met problemen wordt de frequentie van controleren, spoelen en staalname sterk verhoogd tot de problemen opgelost zijn, daarna wordt het preventieve luik aangepast gebaseerd op de concrete ervaring.
do 09/10/2014 - 09:49