Terug

2015_GR_00140 - Stedenbouwkundige verordening raamprostitutie - Vaststelling

Commissie Openbare Werken, Mobiliteit en Stedenbouw
do 12/02/2015 - 19:00 Gemeenteraadszaal

Samenstelling

Bevoegde schepen

Tom Balthazar
2015_GR_00140 - Stedenbouwkundige verordening raamprostitutie - Vaststelling 2015_GR_00140 - Stedenbouwkundige verordening raamprostitutie - Vaststelling

Motivering

Gekoppelde besluiten

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

  • De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, artikel 2.3.2, § 2, 5de, 6de en 7de lid

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

  • Het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, artikel 57, § 2
  • De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, artikel 2.3.2, § 2, 5de en 6de lid
 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

Op 28 november 2014 heeft het college van burgemeester en schepenen het ontwerp van de stedenbouwkundige verordening raamprostitutie goedgekeurd op basis van onderstaande motivatie:

Naar aanleiding van aanhoudende klachten van bewoners uit de Zuidbuurt, waar de meeste raamprostitutiepanden zijn, werden met betrekking tot de raamprostitutie drie scenario's vooropgesteld. In eerste instantie wordt gekozen voor een bevriezing van het huidige aantal panden en vitrines in de Belgradostraat, het eerste scenario dus. De tweede fase is een haalbaarheidsonderzoek waarbij wordt nagegaan of alle raamprostitutiepanden in de Belgradostraat kunnen gesloten worden. In een laatste fase, parallel aan punt 1 en 2 maar op langere termijn, wordt gezocht naar de haalbaarheid van een herlocalisatie.

Deze stedenbouwkundige verordening kadert in de eerste fase van dit actieplan en is een eerste stap om de raamprostitutie beheersbaar en controleerbaar te houden. Samen met deze stedenbouwkundige verordening is ook een nieuwe politieverordening opgesteld. Deze wordt in dezelfde zitting ter goedkeuring voorgelegd.

Beide verordeningen hebben tot doel een regelgevend kader te scheppen voor raamprostitutiepanden op het grondgebied van de Stad Gent zodat een efficiënter beleid kan gevoerd worden op het vlak van veiligheid, gezondheid en hygiëne, maar ook om de uitbreiding van het aantal vitrines terug te dringen.

Om de raamprostitutie beheersbaar en controleerbaar te houden wordt enerzijds een verbod opgelegd voor het uitbreiden van het aantal vitrines bij de bestaande raamprostitutiepanden die gelegen zijn buiten de afgebakende zone in het BPA nr. 121 Binnenstad deel Zuid. Anderzijds wordt verwacht dat door het opleggen van een aantal minimale eisen het voor de bestaande panden niet langer mogelijk is om zonder meer het aantal vitrines uit te breiden. Men moet immers beschikken over de nodige werkkamers (minstens 1 per vitrine) en de panden moeten verplicht minstens een badkamer en een gemeenschappelijke ruimte hebben. Dit zal als gevolg hebben dat bepaalde panden niet hun huidige aantal vitrines kunnen behouden bij gebrek aan voldoende werkkamers en/of sanitaire en gemeenschappelijke ruimte.

De stedenbouwkundige verordening raamprostitutie omvat een aantal stedenbouwkundige voorschriften die betrekking hebben op de bouwfysische eigenschappen van de raamprostitutiepanden. Het opleggen van deze voorschriften in een stedenbouwkundige verordening maakt ook dat Bouw- en Woontoezicht daadkrachtiger kan optreden, ook wanneer het om stedenbouwkundig niet-vergunningsplichtige werken gaat. Alle verbouwingswerken uitgevoerd aan raamprostitutiepanden moeten immers uitgevoerd worden conform de stedenbouwkundige verordening.

In de stedenbouwkundige verordening raamprostitutie is geen verbod opgenomen voor nieuwe raamprostitutiepanden. Raamprostitutie is immers moeilijk te vatten in een bepaalde functiecategorie zoals ze in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening zijn gedefinieerd (vb. wonen, handel, kantoren, diensten,…) en het aanbieden van seksuele diensten is via een stedenbouwkundige vergunningsaanvraag of door de bouwpolitie onmogelijk te controleren. Bovendien kunnen bestemmingsvoorschriften volgens de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening niet in een stedenbouwkundige verordening worden opgenomen.

Het gebied waar raamprostitutiepanden al dan niet kunnen gedoogd worden, wordt bepaald in de vast te stellen politieverordening. Verder worden in de politieverordening ook andere bepalingen opgenomen die niet van stedenbouwkundige aard zijn zoals vereisten inzake veiligheid en hygiëne, een aantal voorwaarden omtrent de uitbater alsook voorschriften omtrent het gebruik en de bezetting van het pand (vb. aantal prostituees per pand in verhouding tot het aantal vitrines;...).

Omdat deze stedenbouwkundige verordening geen uitspraak doet over waar raamprostitutie is toegelaten of niet, is er voor geopteerd deze verordening te laten gelden voor het volledige grondgebied van de Stad Gent.

Na goedkeuring van het ontwerp door het college van burgemeester en schepenen op 28 november 2014, werd het ontwerp voor advies voorgelegd aan de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar en aan de GECORO. Beide adviezen waren voorwaardelijk gunstig.

In het advies van de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar (9 januari 2015) werden een aantal opmerkingen geformuleerd omdat de vrees bestond dat de verordening ook onbedoelde beperkingen zou opleggen. In het advies van de GECORO (15 januari 2015) werden met betrekking tot de verordening een aantal opmerkingen geformuleerd die voornamelijk tot doel hadden de stedenbouwkundige verordening en de politieverordening beter op elkaar af te stemmen. Op basis van deze adviezen werd het ontwerp van de stedenbouwkundige verordening raamprostitutie op een aantal punten aangepast.  

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

Het college is belast met de opmaak van de verordening en de gemeenteraad is bevoegd om de verordening definitief vast te stellen.

Naar aanleiding van het advies van de GECORO en het advies van de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar werden nog een aantal wijzigingen aangebracht in het door het college op 28 november 2014 goedgekeurde ontwerp. Het betreft volgende zaken:

- Artikel 1 Begrippen.

In de definitie van gemeenschappelijke ruimte wordt de aanvulling "Deze ruimte kan een bar, een zitplaats en een keuken omvatten" geschrapt.

In de definitie van vitrine wordt openbare weg aangevuld met openbare "plaats".

Dit om de definities in de politieverordening en de stedenbouwkundige verordening op elkaar af te stemmen. Deze aanpassingen komen tegemoet aan het advies van de GECORO

In de politieverordening zal de definitie van gemeenschappelijke ruimte nog aangevuld worden met de verplichte uitrusting van deze ruimte. Omdat het enkel om meubelelementen gaat (bar en zitplaats) wordt dit niet opgenomen in de stedenbouwkundige verordening.

- Artikel 3§1 toelichting

 

Om artikel 3§1 verder te verduidelijken wordt de toelichting bij artikel 3§1 (waarin de scheiding tussen de raamprostitutieruimte en de andere functies in het pand wordt bepaald) aangevuld waarbij verduidelijkt wordt dat het artikel betrekking heeft op functies die geen deel uitmaken van de raamprostitutieruimte: 

 

“ (...)Gezien de specifieke functie wordt vooropgesteld dat de raamprostitutieruimte maximaal moet gescheiden zijn van andere functies. Als er andere functies in het pand aanwezig zijn die geen deel uitmaken van de raamprostitutieruimte, moeten deze  volledig gescheiden zijn van de raamprostitutieruimte. Dergelijke scheiding maakt de raamprostitutieruimte beter controleerbaar en garandeert een minimale kwaliteit voor de andere functies in het pand. …”.  

Dit komt tegemoet aan de opmerking van de GECORO die verduidelijking vroeg met betrekking tot de functie horeca in een raamprostutiepand. Uit artikel 4 §2 volgt dat van zodra een horecagelegenheid, nachtbar of aanverwante toegankelijk is vanuit de raamprostitutieruimte ze behoort tot de raamprostitutieruimte. In artikel 3 §1 worden dan ook enkel de functies bedoeld die geen deel uitmaken van de raamprostitutieruimte, vb een woongelegenheid, maar dit kunnen ook horecazaken zijn die gescheiden willen functioneren van de raamprostitutieruimte. Enkel de functies huisvesting en logies kunnen volgens artikel 4§3 nooit deel uitmaken van de raamprostitutieruimte.

 

- Artikel 3§2 wordt verplaatst naar artikel 4 (artikel 4§3) en raamprostitiepand wordt vervangen door raamprostitutieruimte.

De bepaling had immers enkel betrekking op de raamprostitutieruimte en niet op het volledige pand. Ook de toelichting met betrekking tot deze bepaling werd aangepast en verplaatst. Deze aanpassing komt tegemoet aan het advies van de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar.

- Artikel 3 §3 wordt aangevuld met de nuance dat het enkel betrekking heeft op ruimtes die worden betrokken bij de raamprostitutieruimte.

Deze aanpassing komt tegemoet aan het advies van de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar.

- Bijlage: in de bijlage wordt een kolom toegevoegd met de kadastrale percelen.

Dit komt tegemoet aan het advies van de GECORO, de bijlage wordt afgestemd op artikel 4 van de politieverordening (territoriale afbakening raamprostitutie).

 

 

Adviezen

Gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Ordening (GECORO) Gunstig onder voorwaarden

Naar aanleiding van de in het advies van de GECORO geformuleerde opmerkingen en bedenkingen, werd de ontwerptekst op een aantal punten nog bijgesteld, waarbij de politieverordening en de stedenbouwkundige verordening beter op elkaar werden afgestemd. In de motivatie van het besluit zelf worden de aanpassingen opgesomd en gemotiveerd.

Aangezien het advies ook een aantal opmerkingen bevatte omtrent het algemene beleid rond raamprostitutie, werd ook een antwoordbrief opgemaakt en ter goedkeuring aan het college voorgelegd.

Gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar Gunstig onder voorwaarden

Naar aanleiding van de in het advies van de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar geformuleerde opmerkingen en bedenkingen, werd de ontwerptekst op een aantal punten nog bijgesteld. In de motivatie van het besluit zelf zijn de aanpassingen opgesomd en gemotiveerd.

Aangezien het advies ook een aantal opmerkingen bevatte die niet worden gevolgd werd een antwoordbrief opgemaakt en wordt dit ter goedkeuring aan het college voorgelegd.

Activiteit

AC34299 Uitwerken en opvolgen stedenbouwkundige instrumenten

Besluit

De commissie openbare werken, mobiliteit en stedenbouw legt het volgende voor aan de gemeenteraad:

Artikel 1

Stelt de stedenbouwkundige verordening raamprostitutie, zoals integraal toegevoegd als bijlage aan dit besluit, definitief vast.

Artikel 2

De stedenbouwkundige verordening raamprostitutie, het gemeenteraadsbesluit houdende de definitieve vaststelling van de stedenbouwkundige verordening raamprostitutie en de adviezen van de GECORO van 15 januari 2015 en van de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar van 9 januari 2015, worden onmiddellijk na de definitieve vaststelling aan de deputatie bezorgd en ter goedkeuring voorgelegd.


Bijlagen